Sprinten door het museum

Martin Creed laat elke dag 940 mensen door het Tate Britain in Londen rennen.

Creeds ideeën zijn vaak zo simpel dat het bij sommige mensen ergernis wekt.

Een atlete rent door de Duveen Gallery van de Tate Britain in Londen voor Martin Creeds ‘Work no. 850’. Foto Reuters A handout photograph released in London June 30, 2008 shows an athlete sprinting along the Galleries of Tate Britain, as part of a four month installation called "Work No. 850" by British artist Martin Creed. Runners sprint along the 86-meter stretch every 30 seconds. REUTERS/Hugo Glendinning/Handout (BRITAIN). NO COMMERCIAL OR BOOK SALES. NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. REUTERS

Deze zomer en herfst rennen er mensen door de grote hal van Tate Britain. De hele dag. En ze rennen, sprinten, racen nog hard ook – zo zag ik hoe een loper op volle snelheid met een gracieuze noodbocht om een vrouw in een invalidenkarretje heen zwierde. De vrouw keek verschrikt op; ze had er even niet aan gedacht dat kunstwerken in de Tate zich ook kunnen voortbewegen. Ze was niet bedacht op Martin Creed.

Martin Creed (1968) maakt ideeënkunst. Dat zijn vaak van die ideeën waarvan je, als je erover hoort, al snel denkt dat je ze zelf had kunnen bedenken. Maar dat heb je dus niet gedaan – omdat je toevallig wat anders te doen had, omdat je geen kunstenaar bent of omdat je er toch niet aan gedacht had. Maar Creed heeft zulke ideeën dus aan de lopende band. Om dat te benadrukken, geeft hij zijn werk geen titels, maar nummers. Zo bestaat Work no. 88 (1995) uit een A4’tje dat tot een bal is gepropt, Work no. 211 (1999) uit een stem die op barse toon ‘Fuck off’ zegt, Work no. 268 (2001) uit een museumzaal waarvan de helft met grote zwarte ballonnen is gevuld en Work. no 891 (2008) uit een afdruk, in zwarte inkt, van een struik broccoli. Creed maakt ook foto’s, beelden en werken van neon, die bijvoorbeeld een tekst vormen als ‘Everything is going to be alright’. Zijn ideeën zijn vaak zo simpel dat hij sommige mensen helemaal gek maakt van ergernis, wat door anderen dan juist weer als een belangrijke, serieuze en onderscheidende kwaliteit van zijn kunst wordt gezien. In ieder geval komt Creed er ver mee: in 2001 won hij de Turner Prize met Work no. 227: een museumzaal waarin de lichten automatisch aan- en uitgingen.

Deze Creed dus kreeg voor de zomer van 2008 van de Tate Britain de prestigieuze Duveen Galleries Commission. Daarbij is het de bedoeling dat de kunstenaar een werk maakt in de zeker vijftien meter hoge, neoclassicistische zuilengang die het museum doorsnijdt. Dat is in zekere zin een onmogelijke opgave (de gang is te lang en te hoog om te ‘beheersen’), maar daardoor krijg je als kunstenaar ook de mogelijkheid flink wat aandacht te trekken. Mark Wallinger, de vorige opdrachtnemer, wist de Turner Prize te winnen door in de hal een kopie neer te zetten van de grote protestbordeninstallatie waarmee demonstrant Brian Haw maanden op het Londense Parliament Square had gestaan.

Creed was het dus min of meer aan zijn status verplicht om ook met een opmerkelijke geste te komen. En daarin slaagde hij glansrijk met Work no. 850. Deze performance bestaat eruit dat er van 1 juli to 16 november om de dertig seconden iemand van voor naar achter door de 86 meter lange Duveen Gallery rent. Op zijn of haar hardst, als het even kan.

Deze performance is een typische Creed: al snel na de opening stonden de Engelse kranten er vol van, en natuurlijk vonden veel lezers het onzin, terwijl anderen nieuwsgierig gingen kijken. En, het moet gezegd: in dit geval hebben de kijkers gelijk – al is het daarbij wel cruciaal dat je bereid bent deze performance als kunst te beschouwen, zoals eigenlijk bij al zijn werken. Maar als je dat doet, dan is Work no. 850 een mooi statement. Terwijl de lopers op hoge snelheid door de gang rennen, (ze doen er zo’n vijftien seconden over) realiseer je je als toeschouwer bijvoorbeeld dat je zelden echte beweging ziet in een museum. Dat mensen op totaal verschillende manieren rennen (sommige van de lopers houden zich in, maar een jongen met blond stekeltjeshaar liep werkelijk of zijn leven ervan af hing). En dat allerlei kunstenaars uit de Tate-collectie, van Muybridge tot Bacon, hebben geprobeerd beweging op stilstaande kunstwerken te vangen – wat dus uit de aard van de zaak nooit lukt.

Het mooiste is echter dat de lopers de toeschouwers uit het ritme van hun museumbezoek halen, net zoals een goed kunstwerk een mens uit het ritme van het dagelijks leven haalt. Zo betrapte ik mezelf erop dat ik na het aanschouwen van Work no. 850 enigszins verlicht, met verende tred het museum verliet. Het was niet veel, maar het was genoeg.

Martin Creed, Work no. 850. T/m 16 november in Tate Britain, Londen. tate.org.uk/britain. Meer werk van Creed op: martincreed.com

    • Hans den Hartog Jager