Sopraan aan de Muur

De van oorsprong Amsterdamse operazangeres Els Bolkestein woont al bijna veertig jaar in Duitsland. Aflevering in een onregelmatig verschijnende serie over Nederlanders in Berlijn.

De 76-jarige zanglerares Els Bolkestein in haar woning. Foto Job Janssen Janssen, John

Het leven van Els Bolkestein in Berlijn kan zonder overdrijving opmerkelijk worden genoemd. In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog werkte deze Nederlandse operazangeres voor de Komische Oper, een theater met een uitstekende reputatie – maar wel in het oosten; in de socialistische arbeiders- en boerenstaat. Ze kreeg er alle grote rollen, zong de sterren van de hemel, verwierf de eretitel Kammersängerin en werd uiteindelijk op verdenking van spionage op non-actief gesteld. „Artistiek waren het prachtjaren, maar ze eindigden bitter”, zegt ze.

Els Bolkestein (76) is Amsterdamse. En hoewel ze bijna veertig jaar in Duitsland woont, kun je dat nog steeds een beetje horen. Het geeft charme aan haar mooie, hoge stem – die van een dramatische sopraan. Ze is geen familie van Frits Bolkestein. „Ik ben van de katholieke tak.” In Amsterdam ging ze naar het conservatorium, waar ze les kreeg van de gerenommeerde musicus Felix Hupka. Haar internationale debuut en doorbraak beleefde Bolkestein in de Londense Covent Garden Opera, waar ze in 1964 in Rigoletto van Verdi de rol van Gilda vertolkte.

Na gastoptredens in de grote operahuizen van Europa kreeg Bolkestein rond 1970 een vast contract aangeboden bij de Komische Oper in Berlijn. Ze greep die kans. De Komische Oper was weliswaar gevestigd in het centrum van Oost-Berlijn, waar de socialistische eenheidspartij en het Politbüro van de DDR zetelden. Maar het operahuis had in de naoorlogse jaren onder leiding van intendant Walter Felsenstein en regisseur Götz Friedrich een grote reputatie opgebouwd. Dat trok internationaal de aandacht. Er zongen West-Duitsers, Grieken, Amerikanen.

Els Bolkestein: „De Telegraaf heeft me ooit eens naïef genoemd, maar ik leefde voor mijn vak. Politiek interesseerde me niet. Ik wilde zingen en bij de Komische Oper heb ik dat volop kunnen doen.” Nadat ze was aangenomen, kon ze meteen een jaar lang repeteren voor de Aida van Verdi. Ze had de hoofdrol en klom daarna snel op tot eerste sopraan van de Komische Oper. „Er werd fantastisch gezongen en gespeeld. De exactheid was enorm. Ik heb intens genoten van de optredens daar en heb er veel geleerd.”

Ze woonde in die tijd op de hoek van de Friedrichstrasse en Unter den Linden. Haar gage werd deels uitbetaald in harde valuta. Reizen naar het Westen verliepen doorgaans probleemloos. Als ze terugkwam en op Tempelhof in West-Berlijn landde, stond er een speciale wagen met chauffeur klaar die haar zonder oponthoud via Checkpoint Charlie naar huis bracht. „Daar zorgde Felsenstein, onze intendant, altijd voor.” Bij de Komische Oper heeft ze haar man leren kennen, dr. Carl-Albert Behrmann, een Oost-Duitser die als arts aan de opera verbonden was.

Maar het einde van deze opwindende periode, met talloze hoofdrollen voor Bolkestein, was in zicht. Na Felsensteins dood veranderde onder diens opvolger Joachim Herz aanvankelijk weinig. Toen hij in 1981 werd opgevolgd door een zekere Werner Rackwitz, was het echter met Bolkesteins loopbaan bij het Oost-Berlijnse ensemble gedaan. „Rackwitz was een partij-ideoloog die door het cultuurministerie naar de Komische Oper was gestuurd. In 1983 kreeg ik te horen dat ik bij hem nooit meer op de bühne zou staan.”

Ze werd van spionage verdacht. Ontslagen werd ze niet, en haar inkomen is tot in de jaren negentig doorbetaald. Maar op de planken mocht ze niet. Ze verhuisde naar West-Berlijn. Haar man is in 1984 via Checkpoint Charlie naar het Westen gevlucht. Na de Duitse hereniging heeft hij haar dossier opgevraagd, met de verdachtmakingen van de Oost-Duitse staatsveiligheidsdienst (‘Stasi’). „Het was natuurlijk allemaal flauwekul. In 1999 ben ik officieel gerehabiliteerd. Dat werd wel tijd, ja.”

Els Bolkestein en haar man wonen sinds twintig jaar in een vrijstaand huis aan de rand van Berlijn, een stad waarmee ze „een haat-liefdeverhouding” heeft. De zangeres heeft er een studio laten bouwen die tot op de dag van vandaag voor lesgeven wordt gebruikt. Want „het zingen is gelukkig altijd doorgegaan”.

    • Joost van der Vaart