Medaillespiegel

Sport en politiek hebben, zoals bekend, veel met elkaar te maken. De Olympische Spelen in Peking waren bij uitstek zo’n gepolitiseerd sportevenement. De zogeheten ‘medaillespiegel’ deed zijn naam dan ook weer eer aan. De eerste plaats voor gastland China – dat in totaal 51 gouden medailles haalde en daarmee Amerika (36 maal goud) en Rusland (23) achter zich liet – weerspiegelt de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld. China is ook sportief een grootmacht.

En daarin komt voorlopig geen verandering. Het socialistische én kapitalistische China staat organisatorisch namelijk eveneens aan de top. Anders dan Rusland, dat over zes jaar de Winterspelen in Sotsji in huis krijgt, weet China alles tot in de puntjes te regelen. Zozeer zelfs dat er afgelopen weken aanzienlijk minder aandacht is besteed aan Tibet, milieu, kinderarbeid, mensenrechten en persvrijheid dan vooraf door westerse regeringsleiders was aangekondigd.

Zestien dagen was de lucht in Peking bovendien schoon. Al zal de schoorsteen snel weer roken ter wille van de economische groei. Zestien dagen werden buitenlandse journalisten in de watten gelegd. Al blijven de zeker 80 gedetineerde Chinese journalisten en bloggers nog wel even vastzitten.

Waarnemers hebben afgelopen weken niettemin een, voor China, ongekende openheid gesignaleerd. Zo ontstak het volk op allerlei websites onbekommerd in woede over de geheimzinnigheid waarmee de blessure van de Chinese hordenloper die vier jaar geleden olympisch kampioen was, werd omgeven. De middenklasse laat zich op sportief gebied geen knollen voor citroenen meer verkopen.

De grote vraag is of dit zo zal blijven. Het Internationaal Olympisch Comité heeft nu al het antwoord op deze vragen. Volgens IOC-lid Verbruggen, die als voorzitter van de inspectiecommissie een rol heeft gespeeld bij de toewijzing, ligt China onomkeerbaar open. „Er is geen weg meer terug. De grootste impact is niet de indruk die China op de rest van de wereld heeft gemaakt, maar de uitwerking van de Spelen op de eigen bevolking. Het trauma van de Culturele Revolutie is definitief verwerkt”, aldus de Nederlander. Verbruggen is consequent. In 2001 voorspelde hij al dat de organisatie van Peking een „hefboom” zou zijn.

Maar mensen die weten dat iets „definitief” is, moeten toch sceptisch worden bejegend. In de geschiedenis is er nauwelijks bewijs te vinden dat een olympiade zo’n effect heeft. De nasleep van de Spelen van 1988 in Zuid-Korea komt het dichtst in de buurt. Meestal is er echter geen direct verband. Want dat de Winterspelen van 1984 in Sarajevo een positief effect hebben gehad op Joegoslavië valt toch niet vol te houden. En in Rusland moest men na de Zomerspelen van 1980 in Moskou ook tien jaar geduld hebben voordat de communistische partij haar machtsmonopolie opgaf.

De Chinese autoriteiten liggen hier niet wakker van. Het Westen weet zich minder raad met China dan China met het Westen. Dat hebben de „remarkable games” (IOC-voorzitter Rogge) in Peking inderdaad treffend duidelijk gemaakt.