Intermezzo met de buren

rusland_tv_ap.jpgGisteren hadden we onze buren Zoja en Ljonja op bezoek. Verstandige veertigers met een scherpe kijk op de wereld. We mochten elkaar vanaf het moment dat we elkaar zagen, zo’n half jaar geleden. Maar tot een ontmoeting was het door wederzijds tijdgebrek nog niet gekomen. Tot gisteren dan.

,,We zijn nog nooit in ons leven bij buitenlanders op bezoek geweest”, zei Zoja, waarna ze zich ervoor verontschuldigde dat ze geen andere taal sprak dan Russisch. Ook Ljonja verontschuldigde zich voor zijn onvermogen om Engels of Duits te spreken. Maar nadat we hem ervan hadden verzekerd dat dat helemaal niet erg was en dat we het juist leuk vonden om Russisch te praten, bekende hij dat hij het heel opwindend vond om bij ons over de vloer te komen.

Voordat Ljonja op de bank ging zitten, inspecteerde hij onze boekenkasten. Hij was blij er enkele van zijn favoriete schrijvers aan te treffen, zoals Ilf en Petrov. Maar nog meer was hij geïnteresseerd om te zien wat wij bij de borrel aten. ,,Hé, zuur en pepertjes bij de witte wijn”, merkte hij op. ,,Dan doen wij alleen bij de wodka.”

Nadat we op de kennismaking hadden gedronken, kwam de oorlog in Georgië ter sprake. Zoja en Ljonja zeiden dat ze zich hadden geërgerd aan de propaganda op de Russische staatszenders, die een vertekenend beeld gaf van wat er werkelijk aan de hand was. In hun ogen waren de gewone Georgiërs, Abchaziërs en Zuid-Osseten allen het slachtoffer van de geopolitieke belangen van het Kremlin en de Verenigde Staten. ,,Rusland lijdt aan een minderwaardigheidscomplex, Amerika aan een superioriteitscomplex”, zei Ljonja, die psychiater is. ,,En dat is jammer, want de wereld zou er beter van worden als die landen eens normaal met elkaar zouden omgaan en elkaar zouden vertrouwen.”

Met het Kremlin wilden ze als weldenkende intellectuelen overigens niets te maken hebben.  ,,Je hebt de wereld van het Kremlin en die van de gewone Russen”, zei Zoja. ,,En wij behoren tot die laatste.”

Ljonja had zijn appartement in ons gebouw in 2001 gekocht, toen het nog betaalbaar was. Daarna vertrokken Zoja en hij meteen naar Tsjoekotka in het Verre Oosten, om er drie jaar lang wat geld te verdienen. Een verblijf in het Verre Oosten kun je vergelijken met driedubbelbetaalde tropenjaren in de binnenlanden van Nederlands-Indië, maar dan zonder zon of palmbomen, maar met een bijna eeuwige kou.

In Tsjoekotka, tot voor kort geleid door oligarch Roman Abramovitsj, werkte Ljonja als hoofdarts in een ziekenhuis. Zoja gaf er les in Russische literatuur. ,,Het was er bijna altijd donker”, vertelde Ljonja over die drie jaar. ,,In juni sneeuwde het er zelfs. Maar we hebben er goed verdiend en met dat geld konden we de verbouwing van ons  nieuwe huis in Moskou financieren. Van de 1000 dollar die ik maandelijks in Moskou verdiende konden we niet leven. Alles is in deze stad tenslotte krankzinnig duur en van 1000 dollar kun je amper je boodschappen en vaste lasten betalen.”

Ondanks het afzien was Ljonja onder de indruk van het paradijs dat hij in Tsjoekotka aantrof. ,,Abramovitsj heeft er zijn eigen vermogen ingestoken en ziekenhuizen, wegen en scholen gebouwd”, zei hij. ,,Terwijl dat juist zaken zijn die door de overheid gefinancierd zouden moeten worden. Medvedev en Poetin beschikken toch over een gigantische hoeveelheid geld. Maar dat geld lijkt zelden ten goede te komen aan het gewone volk.” Daarop volgde zijn conclusie, dat dit nu typisch voor het Rusland van Poetin was. ,,Een land met een kleine groep zeer rijken, een heel grote groep armen en een kleine, kwetsbare middenklasse, waartoe Zoja en ik behoren.”

Na zijn terugkeer uit het Verre Oosten liet Ljonja zich omscholen tot econoom. Hij is nu een soort beleggingsadviseur en verdient heel aardig. ,,Maar de economie is in Rusland zo instabiel, dat we morgen alles kwijt kunnen zijn. Die stabiliteit van Poetin is allemaal schijn. In de financiële wereld weet iedereen dat. Als het tot een crisis komt, dan hebben de rijken hun geld in het buitenland op de bank staan, maar gaat de midddenklasse er aan onderdoor.”

Toch zijn Zoja en Ljonja niet van plan om hun heil in het buitenland te zoeken, zoals de broer van Zoja die tien jaar geleden naar Israël is geëmigreerd, waar hij nu een bloeiende artsenpraktijk heeft. ,,Dit is ons land”, zei Zoja. ,,En ook al hebben we op dit moment geen oppositie en leven we in een dictatuur, ons leven is toch beter dan het vroeger was. Al zijn we iedere avond als we van ons werk thuiskomen dood- en doodmoe.”

    • Michel Krielaars