Het spaarvarken blijft heilig

Bestaat er zoiets als ‘typisch Nederlands’? De WRR schreef vorig jaar dat de Nederlandse identiteit voortdurend verandert. Derde deel van een zoektocht: de zuinigheid.

Nederlanders houden het geld liever in de zak. Waar ter wereld je ook komt, er is altijd wel ergens een koopman in een lokale winkel die het tegen je zegt, als hij hoort dat je uit Nederland komt: ‘Kijken, kijken en niet kopen’. Zo zijn Nederlanders. Zuinig.

Zo staan we al sinds de 17de, 18de eeuw bekend, zegt Corry van Renselaar, wetenschappelijk historisch onderzoeker bij De Nederlandsche Bank. Maar dat imago klópt ook. Al zolang het Centraal Bureau voor de Statistiek het kan volgen, namelijk sinds begin 1900, sparen Nederlanders meer dan de inflatie groeit; van 76 miljoen gulden aan spaartegoed in 1900 naar bijna 246 miljard euro in 2008. Alleen rond de Tweede Wereldoorlog spaarden we minder. En in 1983. Opmerkelijk is dat Nederlanders daarbij amper kritisch zijn op de rente die ze op hun tegoed krijgen. We lijken wel te sparen óm het sparen.

Sparen is overal in Nederland. Pretpark De Efteling levert een spaarpot bij een jeugdspaarrekening van ABN Amro, Nederlanders sparen zegels en Airmiles bij Albert Heijn en Shell. We zijn verplicht te sparen voor ons pensioen, werkgevers stimuleren het spaarloon. „We zijn één van de meest verzekerde volken ter wereld”, zegt Edmond Hilhorst, directeur van financieel adviseur Independer.nl.

Waarom zijn we zo?

Calvijn natuurlijk, zegt Van Renselaar van De Nederlandsche Bank. Onze calvinistische, protestantse wortels propageren zuinigheid en soberheid. „Spaarzaamheid geldt van oudsher in Nederland als één van de burgerlijke deugden. Samen met godsvrucht, eenvoud en soberheid.”

Cor Molenaar, bijzonder hoogleraar marketing aan de Erasmus Universiteit, verklaart de volksaard van een land door het landschap. „Bij ons is dat overzichtelijk, weids, vlak. Nederlanders zijn daardoor gewend ver vooruit te kijken. Ze houden niet van verrassingen. Kijk maar hoe Nederlanders in Italië in de bergen autorijden: ze durven niet in te halen voor een bocht. Vergelijk dat eens met Italianen die gewoon beginnen aan een manoeuvre en dan wel zien waar het schip strandt.”

Maar kijk ook eens naar wat van oudsher de belangrijkste bron van bestaan was voor Nederlanders, zegt Molenaar: we waren boeren en kooplui. „Boeren moeten geduldig zijn, wachten tot het gewas opkomt. Ook kooplieden moeten eerst investeren voor ze verdienen. Zo zijn we eigenlijk nog steeds.”

De vraag is nu natuurlijk: blijven we zo, in de globaliserende economie en de steeds verder gaande secularisatie? Er lijken barsten te komen in de Nederlandse spaarzin. We lenen steeds meer. Dat is ook steeds makkelijker geworden. Er is meer aanbod.

„We zíen ook amper nog geld, we krijgen het nauwelijks meer in onze handen. Geld is elektronisch geworden, plastic. En dus geven we het makkelijker uit”, zegt ‘emotie-econoom’ aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Henriëtte Prast. „Dat druist in tegen alle mechanismen die we vroeger voor onszelf hadden opgeworpen om het moeilijker te maken aan ons geld te komen. Toen moest je bijvoorbeeld eerst je spaarvarken stuk slaan. Nu volstaat een telefoontje of een muisklik om te lenen.”

Vorig jaar vroegen 47.500 mensen een schuldregeling aan, 3 procent meer dan het jaar ervoor en een verdubbeling ten opzichte van 2001. De gemiddelde schuld steeg in vijf jaar van 16.000 euro naar ongeveer 26.000 euro. Geen wonder dat de overheid strengere regels heeft ingevoerd voor lenen.

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting maakt zich zorgen. Vooral jongeren zijn makkelijker en vaker gaan lenen. „Vroeger spaarde je voor je uitzet, tegenwoordig hebben jongeren geen buffer meer als ze zelfstandig gaan wonen”, zegt Marcel Warnaar van het Nibud. Jongeren krijgen de laatste tien, twintig jaar steeds makkelijker geld van hun ouders. „Ze zijn eraan gewend geraakt dat geld lenen normaal is. De deurwaarder is vaak de eerste die ‘nee’ zegt.” Vandaar dat het Nibud sinds drie jaar voorlichtingsmateriaal verstrekt aan scholen over persoonlijke financiën.

Nederlanders hebben ook minder belangstelling voor spaarzegels dan vroeger, zegt hoogleraar Molenaar. De Airmiles zijn minder populair, het zijn vooral de ouderen die meedoen met spaarprogramma’s waarbij je zegels moet kopen, en de onbemande pomp zonder Shellzegels is in opkomst, zegt hij. „De Nederlander wil meer boter bij de vis. Hij is veel meer gericht op de korte termijn. Hij gaat niet zo snel meer twaalf keer terug naar Shell voor hij een handdoek heeft.”

Als het zo al gaat met spaarprogramma’s van de detailhandel, waarom zal het dan zo niet gaan met sparen bij de bank, zegt Molenaar. „Ik denk dat de volksaard onder druk staat.”

Het Centraal Bureau voor de Statistiek denkt dat het niet zo’n vaart loopt. Natuurlijk, we staan steeds meer rood op onze betaalrekening. En er zijn meer mensen met schulden, die grote problemen hebben. Maar het is een relatief probleem, zegt CBS-econoom Michiel Vergeer. Er zijn vorig jaar in totaal bijna 15.000 schuldsaneringen geweest. „Dat is een overzichtelijke groep.”

Vergeer gelooft ook niet echt in het verhaal dat jongeren het geld steeds makkelijker over de balk gooien. Dat blijkt ook niet uit de cijfers. „Jongeren hebben altijd meer geleend dan ouderen. Maar als ze ouder worden, gaan ze vanzelf weer meer sparen”, zegt hij. „Vergeet ook niet dat we de laatste twintig, dertig jaar steeds rijker zijn geworden. Dan is het ook niet raar dat jongeren meer willen. En dat ouders hun kinderen soms hoofdschuddend aankijken en zeggen ‘dat kon ik vroeger niet’.”

Ook de Rabobank maakt zich nog niet veel zorgen over de spaarzin van Nederlanders. De laatste tijd sparen we zelfs meer dan ooit, zegt Tom van Laarhoven, merk- en communicatiestrateeg van de Rabobank. Door de kredietcrisis. „En banken hebben het geld dus juist nú hard nodig. Sparen loont weer.”

Het enige waar Nederlanders zich significant voor in de schulden steken, is voor de hypotheek, zegt CBS-econoom Vergeer. Maar ja, dat wordt weer sterk gestimuleerd door de hypotheekrenteaftrek. Vergeer: „Nederlanders willen wat geld achter de hand hebben. Zo zijn we nu eenmaal.”

Lees eerdere delen van deze serie op nrc.nl/binnenland

    • Japke-d. Bouma