Een eigenwijze pitbullterriër met een helder hoofd

Afgelopen week werd rechter Fons Orie van het proces-Karadzic gehaald. Strafrechtdeskundige Sluiter: „De schijn van vooringenomenheid was te groot.”

Fons Orie: „De toewijzing van zaken valt binnen de exclusieve competentie van de president van het tribunaal.” Foto Hollandse Hoogte foto: Friso Keuris/ Hollandse Hoogte Nederland Den Haag 31-7-2003 Alphons Orie rechter bij het ICTY / Joegoslavië Tribunaal te Den Haag draagt de rode toga van het UN Tribunaal. Nu rechter in de zaak Radovan Karadzic. Judge in the case of Radovan Karadzic Hollandse Hoogte

Het beeld staat Micha Wladimiroff nog scherp op het netvlies. Bosnië, voorjaar 1996. Hij was samen met de advocaat Fons Orie die hielp bij de verdediging van de Servische cafébaas Dusko Tadic. In het gevangenkamp Omarska maakten ze foto’s en video-opnamen.

Wladimiroff en Orie wilden ook de maat opnemen van de gebouwen in het kamp die de getuigen tijdens het proces zouden gaan beschrijven. Maar ze hadden geen meetlint meegenomen. Fons trok zijn schoenen uit, vertelt Wladimiroff. „Eén voor één plaatste hij ze achter elkaar. Op zijn knieën.” Thuis werd de lengte van de schoen gemeten en vermenigvuldigd met het aantal gezette ‘stappen’. Zo is Orie, vindt Wladimiroff: „Gedreven én pragmatisch.”

Dusko Tadic was de eerste verdachte van het Joegoslavië-tribunaal dat in 1993 door de Verenigde Naties was opgericht om oorlogsmisdadigers te berechten uit het vroegere Joegoslavië. Twee jaar na de oprichting nemen Wladimiroff en Orie zijn verdediging op zich. Orie deed dat „niet voor het geld”, vertelde hij in maart 2001 tegen deze krant, en ook „niet voor het prestige”. „De oprichting van het tribunaal was een historisch moment. Sinds Tokio en Neurenberg waren er geen tribunalen meer geweest. Ik doe het vanuit mijn grote betrokkenheid voor het vak.”

In de zaak tegen Tadic had Orie een duidelijke keuze gemaakt, constateert hoogleraar strafrecht Theo de Roos. „Wladimiroff stond de pers te woord. Orie bleef buiten de publiciteit.” Dat tekent Orie, zegt De Roos. „Het gaat hem om de professionele aanpak, niet om het schitteren in de media. Tegelijk gaat hij degelijk te werk. Hij is een advocaat met een wetenschappelijke instelling.”

Ories cliënt Tadic kreeg in 2000 – in hoger beroep – twintig jaar cel. Maar toen behartigden Wladimiroff en Orie zijn belangen al niet meer. Begin 1997 had Tadic zijn advocaten vervangen door Serviërs. Tadic werd afgelopen zomer vervroegd vrijgelaten.

Dezelfde Fons Orie deed als rechter bij het Joegoslavië-tribunaal eind juli de eerste voorgeleiding van Radovan Karadzic. Dertien jaar nadat het VN-hof Karadzic had aangeklaagd voor onder andere de moord op 8.000 moslims in Srebrenica (1995) en het beleg van Sarajevo (1992-1995) werd de voormalig leider van de Bosnische Serviërs gearresteerd en uitgeleverd.

Het Karadzic-proces is een prestigezaak. Direct na het bekend worden van de arrestatie begon tussen de zestien voltijd-rechters het gevecht om de zaak te mogen voorzitten. „Rechters bij zo’n internationaal hof zijn ambitieuze mensen”, zegt een medewerker die anoniem wil blijven. „Niemand kende Richard May totdat hij het Milosevic-proces voorzat. Bijna alle rechters willen graag zo bekend worden.”

Eind juli benoemde Orie zichzelf als rechter bij de eerste voorgeleiding van Karadzic. Het bleef bij die ene keer. Radovan Karadzic diende een wrakingsverzoek in en ook tribunaalwaarnemers hadden hun bedenkingen. Orie had zich als rechter al uitgesproken over de betrokkenheid van Karadzic in de oorlog in Bosnië (1992-1995). Dat was gebeurd in het proces tegen Momcilo Krajisnik, een naaste medewerker van Karadzic. Orie vonniste dat de twee mannen lid waren van een „gemeenschappelijke criminele onderneming” die met deportaties, gedwongen verhuizing en moord gebieden in Bosnië etnisch zuiverde.

Dit vonnis impliceert, volgens Karadzic, dat Orie er belang bij heeft om „de draconische straf van 27 jaar [...] te bevestigen en te bekrachtigen door [...] vooringenomen gedrag tegen mij”. Ook tribunaal-waarnemers hadden kritiek op de betrokkenheid van Orie in het Karadzic-proces. „De schijn van vooringenomenheid is te groot, in het licht van zijn vonnis in de Krajisnik-zaak”, oordeelt hoogleraar internationaal strafrecht Göran Sluiter.

Maar de inhoudelijke bezwaren tegen Orie werden genegeerd. De president van het Joegoslavië-tribunaal, de Italiaan Fausto Pocar, besloot vorige week om Fons Orie van de zaak te halen en hem te vervangen. Met geen woord werd gerept over het wrakingsverzoek van Karadzic. Het besluit is genomen om „een procestechnische reden”. Uitgangspunt is een eerlijke verdeling van de werklast over de drie strafkamers.

Fons Orie is de voorzittend rechter van rechtszaal één – het Joegoslavië-tribunaal telt er drie. In strafkamer één begint in oktober het proces tegen Momcilo Perisic. De vroegere Joegoslavische legerleider is onder meer aangeklaagd voor oorlogsmisdaden na de val van Srebrenica waarbij in 1995 8.000 moslims door de Serviërs zijn vermoord. Deze aanklacht overlapt voor een groot deel met de zaak tegen Karadzic en daarom leek het hoofdaanklager Serge Brammertz een goed idee om de twee zaken te combineren. Tenminste, dat vond hij vóór de arrestatie van Karadzic. Toen de verdachte eenmaal in de gevangenis van Scheveningen zat, besloot Brammertz om deze zaken niet samen te voegen. President Pocar schoof daarop dossier IT 95 5/18 door naar strafkamer drie onder leiding van Patrick Robinson. De rechter uit Jamaica was, na de dood van Richard May, de voorzittend rechter in het proces tegen Slobodan Milosevic. De permanente rechters van strafkamer drie zijn de Fransman Jean-Claude Antonetti (hij leidt het proces tegen de Servische ultranationalistische politicus Vojislav Seselj) en de Brit Iain Bonomy. Lord Bonomy, sinds vier jaar rechter bij het VN-hof, neemt de voorbereidende fase van het proces over van Orie. Komende vrijdag wordt Karadzic voor de tweede keer voorgeleid.

„Ik weet zeker dat Fons ook wel beseft dat hij de zaak tegen Karadzic nooit had kunnen doen”, zegt Nico Keijzer, emeritus hoogleraar internationaal strafrecht. Hij refereert aan uitspraken van het Europees hof voor de rechten van de mens. Daarin is bepaald dat bij een rechter „ook de schijn van bevooroordeeldheid moet worden vermeden”. Deze uitspraken kent Orie. „Hij zal blij zijn dat hij dat inhoudelijk gevecht niet met Karadzic hoeft aan te gaan”, zegt de oud-advocaat-generaal van de Hoge Raad.

Maar advocaat Micha Wladimiroff vindt het jammer dat Fons Orie niet het proces gaat leiden tegen Radovan Karadzic. „De heer Karadzic kon nog wel eens spijt krijgen van zijn wrakingsverzoek.” Orie is namelijk een heel goede rechter, die zijn achtergrond niet verloochent. „Als advocaat probeer je direct een band met je cliënt op te bouwen. Je probeert je cliënt gerust te stellen. Dat deed Fons ook bij die eerste ontmoeting met Karadzic in de rechtszaal. Een sfeer creëren waarbij Karadzic zich op zijn gemak voelde. En dat is hem gelukt. Voor een goede procesgang is dat winst.”

Fons Orie, zoon van de prominente longarts professor Dick Orie, groeide op in een kinderrijk katholiek gezin in Groningen, en ging in 1966 rechten studeren aan de Universiteit van Leiden. Daar wordt hij na het behalen van zijn meestertitel wetenschappelijk medewerker straf- en procesrecht, en waarnemend griffier bij de rechtbank in Den Haag. „Fons is een heel intelligente man”, zei Fred Melai, zijn toenmalige hoogleraar, een jaar geleden een paar maanden voor zijn overlijden. „Fons heeft de gave gecompliceerde zaken helder uit te leggen aan studenten. Een man met een helder hoofd. Alleen jammer dat hij nooit is gepromoveerd.”

Eind jaren zeventig schrijft wetenschapper Fons Orie samen met Hans van der Meijs het eerste Nederlandstalig boek over internationaal strafrecht. Maar de praktijk lokt. In 1980 stapt hij over naar het advocatenkantoor Wladimiroff & Spong. „Fons had een erg goed artikel geschreven over de uitlevering van Pieter Menten door Zwitserland aan Nederland”, zegt Gerard Spong. Oorlogsmisdadiger Menten vluchtte in 1976, net voordat hij gearresteerd zou worden, naar Zwitserland. Na uitlevering werd hij uiteindelijk veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens oorlogsmisdaden. Spong: „Toen we dat stuk hadden gelezen, zeiden Micha en ik tegen elkaar: ‘die vent motte we hebbuh’.”

Orie is een pitbullterriër, zeggen mensen die hem beroepshalve kennen. Als hij zich heeft vastgebeten in een zaak, laat hij niet meer los. Op het advocatenkantoor in Den Haag groef hij zich in. Metershoge stapels dossiers en boeken om hem heen, talloze tijdschriftartikelen op zijn bureau. „Ik keek er met afgrijzen naar en riep af en toe ‘Fons ruim die puinzooi eens op’”, zegt Gerard Spong. „Maar de pleitnota’s die hij tevoorschijn toverde waren juweeltjes.”

Orie is een analyticus, onafhankelijk, bedachtzaam, stronteigenwijs, gedreven, ijdel – zeggen dezelfde vakgenoten. Spong en Wladimiroff noemen ook Ories sociale bewogenheid. In de advocatenpraktijk verdedigt Orie vreemdelingen – cliënten die niet het meeste geld opleveren. Dat doet hij niet alleen omdat het past in het beleid van het kantoor, ook ‘omdat het zo hoort’. Zo is Orie opgevoed: je moet dienstbaar zijn aan de maatschappij.

In 1997 stapt Orie over naar de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland. Voor Orie blijkt dat een ideale combinatie: de praktijk van het rechtspreken én de theorie van de rechtsvorming. Hij onderhoudt zijn internationale contacten door regelmatig af te reizen naar Syracuse op Sicilië, waar de prominente jurist Cherif Bassiouni congressen organiseert. En Nico Keijzer heeft hem daar ’s nachts ook zien optreden. Als zanger. Met behulp van de zangpedagogen Coby Riemersma en Charles van Tassel bouwde Orie als bas/bariton een zangcarrière – oratorium en in mindere mate opera – op die hem in concertzalen van Nederland, België en een deel van Duitsland bracht. „Fons is een gepassioneerde zanger met een prachtige warme stem”, zegt advocaat Klaas Aantjes die met hem optreedt in het ensemble Die Meistersinger. „Soms komt hij verhit bij een repetitie binnen na een lange zittingsdag, maar na een paar maten is de ontspanning zichtbaar op zijn gezicht.”

Het ego is gestreeld wanneer toenmalig minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken, VVD) hem eind 2000 vraagt zich kandidaat te stellen voor de functie van rechter bij het Joegoslavië-tribunaal. Natuurlijk wilde Orie dat. „Ik ben al dertig jaar bezig met internationaal recht, 90 procent van mijn publicaties gaat erover”, zei Orie in 2001 tegen deze krant.

Maar eerst moest Fons Orie campagne voeren. Want er waren meer kandidaten en dan is een mooi cv niet genoeg. Met een kleurenfolder reisde Orie naar de VN in New York. Een wervende folder, met zeven ‘actiefoto’s’ onder meer als advocaat staand tegenover rechter Gabrielle Kirk McDonald en aan het werk in Bosnië. Met 114 stemmen – ruim boven de vereiste 96 stemmen – werd hij in het voorjaar van 2001 gekozen door de Algemene Vergadering van de VN. In november 2004 werd hij voor een tweede termijn gekozen en nu is hij een van de drie presiding judges.

„Als advocaat in de zaak-Tadic deed hij mee aan de rechtsvorming van het tribunaal. Hij bestreed bijvoorbeeld de legitimiteit van het hof”, signaleert Nico Keijzer. „Als rechter komt hij die beslissingen en jurisprudentie weer tegen.”

Ook als rechter heeft Orie een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de rechtspraak in het Joegoslavië-tribunaal. Orie heeft daar in de loop der jaren een Nederlands tintje aan gegeven, zegt een oud-medewerker. In de VN-rechtbank spreken rechters van over de hele wereld. Het procesrecht van het tribunaal is een mengeling van het Angelsaksische en Europese recht. De medewerker: „Anders dan veel van zijn collega’s stelt Orie zich zeer actief op in de rechtszaal. Hij stelt verdachten en getuigen zelf vragen, en als iemand om de hete brij heen draait, vraagt hij flink door. Angelsaksische rechters zijn dat niet gewend, die stellen zich veel meer op als scheidsrechter.”

Als rechter mocht Orie belangrijke zaken voorzitten, zoals die tegen de Servische generaal Stanislav Galic (Orie legde hem een straf op van twintig jaar, in hoger beroep werd dat omgezet in levenslang), de Bosnische Serviër Momcilo Krajisnik (kreeg 27 jaar opgelegd, hoger beroep loopt), Ramush Haradinaj (oud-guerrillastrijder en oud-premier van Kosovo, vrijspraak).

Op dit moment is Fons Orie voorzittend rechter in de zaak tegen Ante Gotovina. Het proces tegen deze Kroatische generaal zou klaar kunnen zijn op het moment dat het proces tegen Radovan Karadzic gaat beginnen. In de agenda van Fons Orie was ruimte voor een van de belangrijkste processen van het Joegoslavië-tribunaal, maar president Fausto Pocar haalde daar een streep door. En Fons Orie? Wat vindt hij zelf? „De toewijzing van zaken valt binnen de exclusieve competentie van de president van het tribunaal”, mailt Fons Orie desgevraagd van zijn vakantieadres. „Ik treed niet in de beoordeling van de wijze waarop hij die bevoegdheid uitoefent.”

    • Cees Banning