De derde factor was, ik durf het haast niet te zeggen, Mart Smeets

Het is heel erg, maar ik geloof dat ik een beetje in een zwart gat ga vallen nu de Olympische Spelen voorbij zijn.

Ik heb niets met sport, maar door drie factoren raakte ik nogal verzeild in de Spelen. Ten eerste heb ik een vriend die voordeed hoe je van de Spelen moet genieten: liggend op de bank vanaf ’s morgens vroeg elke sport die zich aandient aan je voorbij laten trekken.

Sport is natuurlijk een saaie aangelegenheid: de een rent hard, de volgende rent harder, en weer een ander rent het hardst. Maar de Nederlandse sporters hadden boeiende Oprah-verhalen: Deborah Gravenstijn, die familie- en scheidingsleed achter de rug had, en zilver won met judo. En die lieve kale zwemmer: leukemie gehad, tóch eindeloos het IJ blijven overzwemmen, en dan goud winnen. Persoonlijk leed maakt een mens boeiend, overwonnen persoonlijk leed is nog fijner, en overwonnen persoonlijk leed bekroond met een olympische medaille is het allerfijnst.

De derde factor was, ik durf het haast niet te zeggen, Mart Smeets. Mart Smeets maakt wat mijn zus en ik ‘kots-tv’ noemen: zulke erge tv dat je ernaar moet blijven kijken. Elke avond moest ik Mart aanzien, die iedere vrouwelijke sporter aanmatigend toesprak, terwijl die vrouwen, gilde ik alsmaar naar Mart, die mij niet hoorde, want hij was in Peking en sliep al tegen die tijd, ‘toevallig wel alle medailles voor Nederland winnen!’ Dan kondigde hij weer een filmpje aan met de cryptische tekst ‘u ziet wat u ziet’, (‘Ik zie altíjd wat ik zie, Mart!’) en voerde een gesprek met Willem-Alexander over wat een heerlijk wijf die Máxima toch was. Willem-Alex: ‘Ja, en daarom ben ik zo verliefd op die vrouw.’ Mart: ‘Jaaa, dat kan ik me heel goed voorstellen. Heel goed. Echt héél goed.’

Tijdens die uitzendingen zag ik een van de Chinese lampions in het decortje steeds gevaarlijk heen en weer zwaaien, en dat was toevallig altijd de lampion boven het hoofd van Mart Smeets. Alsmaar zat ik innig te hopen dat die lampion zou loslaten en met een harde klap op het grote, pratende hoofd van Mart zou landen. Ik begon op een gegeven moment zelfs te geloven dat dit echt zou gebeuren, door de gebundelde mentale kracht van miljoenen zich dood ergerende tv-kijkers. Maar het gebeurde niet. Mart bleef gewoon doorpraten.

Wat maar goed is ook, want zonder Mart waren de Spelen niet de Spelen geweest.

    • Aaf Brandt Corstius