Bewoners Gooi wonnen met hulp van BN’ers van de bouwlobby

Gewone burgers proberen de politiek op allerlei manieren te beïnvloeden. Bijvoorbeeld bij de plannen voor een snelweg door ’t Gooi. Zevende en laatste deel van een serie.

Platform tegen A6 A9, in mei 2006. Tweede van rechts op eerste rij is Hermine Kalf. Foto Maarten van Haaff Het platform tegen de aanleg van de A6-A9 van Schiphol naar Almere maakt een boottochtje op het Naardermeer, 30 mei 2006, foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Hij is er niet gekomen, de snelwegverbinding tussen de A6 en A9 die langs het Naardermeer en dwars door de Gein- en Vechtstreek zou lopen. Maar om nu te zeggen dat het besluitvormingsproces open en eerlijk verliep, dat gaat Hermine Kalf te ver.

Kalf kreeg naar eigen zeggen te maken met misleidende rapporten, ze noemt de inspraakprocedures een wassen neus en ze verwijt het ministerie van Verkeer en Waterstaat een tunnelvisie. Maar met „warme gevoelens” denkt ze terug aan het intensieve contact dat ze met Tweede Kamerleden van vrijwel alle politieke stromingen had.

Kalf groeide in 2005 en 2006 uit tot boegbeeld van het verzet tegen een weg waar al sinds 1968 over gediscussieerd wordt. Neelie Kroes, Annemarie Jorritsma en Tineke Netelenbos waren allemaal verkeersministers die de weg probeerden aan te leggen om de verkeersstroom vanuit het snelgroeiende Almere op te vangen. ‘De Uitweg’ was in 2003 een antwoord: onder leiding van Pieter Winsemius deden gemeenten, provincies, milieugroeperingen en werkgevers uit de regio gezamenlijk een alternatief voorstel de mobiliteitsproblemen in 't Gooi op te lossen, zónder een tunnel bij het Naardermeer.

Maar toenmalig minister Peijs (Verkeer, CDA) was niet overtuigd. Haar ministerie kwam rond Kerst 2004 opnieuw met een plan de omstreden verbinding aan te leggen – vlak langs het Naardermeer en door beschermd landschap als de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Hermine Kalf woonde op dat moment in Weesp. Binnen een paar maanden was zij voorzitter van Weesp tegen A6 A9 en van het Platform tegen A6 A9 en waren er meer inspraakreacties op het ministerie binnen dan de Betuweroute ooit kreeg.

Een klein team van burgers bundelde uiteenlopende kennis en vaardigheden. Onder hen een planoloog, een organisatiedeskundige en een professionele woordvoerder. „We hadden elkaar leren kennen op de inspraakavonden van Rijkswaterstaat. Het ging er informeel aan toe. Dus geen gedoe met statuten of notulen. We gingen recht op ons doel af: geen A6-A9. We hadden ook geen onderlinge toestanden, met gekwetste ego’s en dat soort dingen. Wij verspilden weinig tijd.”

Volgens Kalf stond de actiegroep in het begin op grote achterstand omdat vooral werkgeversorganisatie VNO-NCW jarenlang een stille lobby in Den Haag had gevoerd voor de snelwegverbinding. Maar het platform profiteerde weer van de vele BN’ers die zich voor de acties inzetten, al was het maar omdat ze er woonden. Wim de Bie, Ronald Plasterk, Henk Westbroek, Daphne Dekkers, Tommy Wieringa, Jort Kelder en Arnold Heertje gaven hun steun. Het VARA-programma Vroege Vogels voerde actie.

De weg zou dwars door Weesp lopen, waardoor in de gemeente van 18.000 inwoners een groot draagvlak voor de acties bestond. Op iedere hoek van de straat was het Asfaltlied van Stadskoor Weesp te koop. „De notaris hielp zonder vergoeding met de oprichting van twee verenigingen. Juristen en verkeersdeskundigen uit de streek boden hun diensten aan.”

De insteek van het verzet was vanaf het begin duidelijk: als je wat wilt bereiken moet je niet overal tegen zijn, stelt Kalf. „Alleen met eigen belang kom je er niet. Je moet het Not in my backyard-gevoel eruit weten te halen, ook al zou de weg zo’n beetje ieders achtertuin doorkruisen in Weesp en Amsterdam Zuid-Oost. Allereerst erkenden wij de andere problemen: het is een ramp voor mensen uit Almere om zich te verplaatsen. Dat moet opgelost worden.”

Kalf zegt dat de bezwaarmakers moesten vechten tegen een verkeerd imago. Neen, het verzet tegen de snelweg bestond niet uit rijke mevrouwen uit ’t Gooi. En neen, het platform was ook geen club linkse activisten of anti-asfaltlobbyisten. „Ik ben zelf opgegroeid op een familiebedrijf in de transport en logistiek, maar het ministerie probeerde ons steeds weg te zetten als een marginale club activisten.”

Volgens Kalf waren de inspraakavonden een wassen neus. „In Weesp was er zelfs niet eens een gepland. Na protest kwam er toen een bijeenkomst, maar dat was een informatieavond. Daar had je nog minder aan. Dat stoorde me misschien nog wel het meest, die avonden waarop net werd gedaan alsof je inspraak had. Soms was het je reinste volksverlakkerij en werd er geschermd met quasi-wetenschappelijke studies. Zo was er een vervoersstudie die het openbaar vervoer als factor negeerde. Dan zet je mensen echt op het verkeerde been."

Het platform kwam met opmerkelijk groot gemak binnen bij lokale politici, bestuurders uit de provincie en ook bij Tweede Kamerleden. De actievoerders ontwikkelden een goed contact met parlementariërs. Kalf wist met haar platform vlak voor belangrijke politieke besluitvormingsmomenten steeds de juiste politici te vinden. „Maar met de minister is het nooit gelukt contact te krijgen. Zij werd afgeschermd door haar ambtenaren. Wij hebben zelfs nooit antwoord gekregen op brieven. Dat was heel bizar.”

Afgezien van Kamerlid Eddy van Hijum bleek het voor Kalf het moeilijkst om bij het CDA binnen te komen. Zij wijt het aan de asfalt-en bouwlobby die volgens haar juist in het CDA sterk verankerd zou zijn. De VVD in Noord-Holland was faliekant tegen, maar landelijk was de partij voor de A6-A9. In juni 2006 ging de VVD ook landelijk om. Toenmalig Kamerlid Pieter Hofstra: „Dat was een kwestie van Realpolitik. Binnen het kabinet bestond hier ook een meningsverschil over. Iedereen had zich ingegraven op zijn posities. Een alternatief plan voor de A6-A9 was niet de beste oplossing, maar wel de meest haalbare”, zegt Hofstra, nu senator. „Wat wel bijzonder was aan die actiegroep is dat het zo tegen ‘Hilversum’ aanlag. Er waren vele coryfeeën die zich inzetten. De tegenstanders van de tunnel konden zo veel lawaai maken”, lacht Hofstra.

De opluchting bij Kalf was groot toen het kabinet in oktober 2006 een streep door de plannen zette vanwege te weinig maatschappelijk en politiek draagvlak. Maar al met al kostte het de actievoerders veel tijd. „Wij hadden allemaal banen. Ons werk heeft er echt onder geleden. De omzet van mijn eigen bedrijf had er last van.”

Pieter Winsemius, die in de herfst van 2006 net tot het nieuwe kabinet was toegetreden dat de zaak afblies, kijkt er positief op terug. „Je zou kunnen zeggen dat lokale bestuurders al veel eerder het standpunt hadden waar het kabinet op uitkwam. Daar is tijd verloren gegaan, maar het kabinet heeft ook zijn eigen verantwoordelijkheid. Het burgerprotest heeft zeker een rol gespeeld."

Kalf beaamt dat de democratische besluitvorming uiteindelijk goed gewerkt heeft, want de landelijke politiek kon niet meer om de sterke regionale oppositie heen. Maar ze wil niet te vroeg juichen. Eerder deze maand kwam bouwbedrijf Strukton op eigen initiatief met een nieuw plan voor een A6-A9-verbinding. Het CDA reageerde positief. „Het zou de betrouwbaarheid van politici grote schade toebrengen als het toch weer op de politieke agenda zou komen."

Kalf woont inmiddels niet meer in de regio, ze is verhuisd naar Brussel. Maar ze heeft afgesproken dat zij de lobby in Europa voor haar rekening neemt, mocht er opnieuw actie nodig zijn.

    • Jeroen Wester