Anarchie in de vergeten straat

Theater Vergessene Strasse van Louis Paul Boon, door NT Gent. Gezien 25/8 festival Ruhr Triënnale Duitsland. Aldaar t/m 30/8. In Gent 18/9-7/10. In Maastricht 13-16 mei. Inl: www.ntgent.nl

Grote kale koppen met open hangende monden en angstige blikken; in het toneelstuk Vergessene Strasse van NTGent dragen de acteurs surrealistische mombakkesen. De maskers vormen een ijzersterk toneelbeeld, en ze zorgen voor een wat afstandelijke, groteske stilering die het stuk uittilt boven zijn specifieke Vlaamse volkse omgeving.

Met Vergessene Strasse opende toneelregisseur Johan Simons dit weekeinde in het Duitse Bochum de Ruhr Triënnale, een festival in de voormalige fabrieken van het Ruhrgebied.

Voor Vergessene Strasse greep hij naar een jeugdwerk van Vlaamse schrijver Louis Paul Boon, De utopische roman Vergeten straat (1943-1946) gaat over een arbeidersstraatje in Brussel dat door de aanleg van de Noord-Zuidlijn per ongeluk wordt afgesneden van de stad. Bij de rigoureuze modernisering van een metropool worden de proletariërs over het hoofd gezien; een duidelijke sociale aanklacht. Maar Boon kiest een positieve weg: de bewoners gebruiken hun isolement om een anarchistische commune te beginnen – zonder dit overigens zo te noemen. Geld speelt geen rol meer, niemand is de baas, iedereen werkt samen voor de gezamenlijke maaltijd. De straatstenen gaan eruit om de bloemen te laten groeien. Boon (1912-1979) was hippie avant la lettre.

De vertelling zou nogal schetsmatig, essayachtig zijn als Boon zijn straatje niet had bevolkt met ontroerende, merkwaardige personages, die door het afsluiten van de straat hun liefdes en verlangens ook op drift zien geraken. Ze lijken allemaal afsplitsingen van Boon: er is Koelie, de poëtische anarchist; Vieze die zo op jonge meisjes geilt; Hermine die naar liefde en seks verlangt, en Roza, het meisje met de „filmogen” dat nergens bij hoort en dat weg wil.

Simons plaatst zijn spelers – aangevuld met een paar echte poppen – in een leeg straatje met verschuifbare façades van geperst, ongeverfd hout. We zien het verhaal door de ogen van Roza (Elsie de Brauw), die terugdenkt aan haar jeugd. Zij en haar elfjarige alter ego zijn de enigen zonder masker. De anderen wonen in haar herinnering, wat de grove vertekening van hun koppen rechtvaardigt.

Die maskers, gemaakt door Luc Goedertier en Flup Beys, zorgen er voor dat je moeizaam in de voorstelling komt. Zonder gelaatsuitdrukkingen van de spelers blijf je lange tijd tegen de buitenkant aankijken. De acteurs trachten dit te compenseren met groot, lichamelijk spel. Uiteindelijk sleept Elsie de Brauw met haar rustige naturel het publiek toch mee. En dan is er nog de muziek van Wim Opbrouck en Ron Reuman, die de emotie erin brengen met een driekoppige, droeve blaaskapel.

    • Wilfred Takken