Vrouwen?

De Nederlandse vrouwen zijn succesvoller dan de mannen op de Olympische Spelen. Ze behalen voor hun land verreweg de meeste medailles. Is dat verrassend?

Carina Benninga, oud-hockeyster, kwam voor Nederland uit bij Spelen van 1984 (goud), ’88 (brons) en ’92 (vlaggendrager): „Ik ben net terug uit Peking. Wat goed hè, van de Nederlandse vrouwen. Maar het is niet de eerste keer dat de vrouwen meer medailles halen. Als je kijkt naar de olympische ploeg op dit moment, is het niet zo verbazingwekkend dat de mannen minder gepresteerd hebben. De vrouwen hebben meer troeven. In de wandelgangen in Peking hoor je wel geintjes in de trant van ‘Wat moeten de vrouwen nog meer laten zien en wanneer gaat het bedrijfsleven meer vrouwen aanstellen?’ Maar dat zijn losse kreten. Succes is van zo veel factoren afhankelijk. Of dit goed is voor het aanzien van de vrouwensport? Dat is er door de prestaties van vrouwen in het verleden altijd geweest. Ik heb nooit gehoord dat er anders gedacht werd over de prestaties van Inge de Bruijn dan over die van Pieter van den Hoogenband. Mannensport is fysieker en anders om naar te kijken, maar de waardering voor vrouwensport is niet anders. En als de dames zich zo professioneel opstellen als ze in Peking hebben gedaan, verdienen ze ook niet minder respect.”

Josy Verdonkschot, coach van roeisters Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk, die in Peking goud behaalden in lichte dubbeltwee: „Ik ben niet verrast door de prestaties van de roeisters. Het succes van de Nederlandse vrouwen ten opzichte van de mannen in het algemeen wordt hier in Peking hooguit als opvallend ervaren. Ik kan er geen structurele oorzaak voor bedenken; er worden geen diepe, filosofische gesprekken over gevoerd. Het succes is goed voor de vrouwensport; hopelijk geeft het een boost. Maar Nederland is geen land waar vrouwensport als vreemd wordt beschouwd. Sportende vrouwen zijn in Nederland gelijkwaardig aan mannen. Bij de waardering voor vrouwenhockey of mannenhockey, of voor vrouwelijke of mannelijke roeisters, hebben mensen niet een heel ander gevoel.’’

Astrid Aafjes, directeur Women Win, organisatie die gelijke rechten van vrouwen propageert door middel van sport: „Als vrouwen goed scoren op de Spelen is dat absoluut goed voor de vrouwensport. Normaal gesproken domineert de mannensport in de kranten en op de televisie, maar nu staan de vrouwen opeens op de voorpagina. Door dit succes besteden de media meer aandacht aan vrouwensport. Dat wordt toch een beetje minder serieus genomen; er valt nog wat te winnen. In de Nederlandse cultuur is het redelijk normaal dat vrouwen sporten. Als de hockeysters goud winnen, zal dat niet direct meer meiden aanzetten om te gaan hockeyen. Maar de prestatie van judoka Gravenstijn is bijvoorbeeld geweldig voor Surinaamse meisjes die zich in haar herkennen. En voor een land als Jamaica heeft het succes van de sprintsters een enorme impact.”

Manon Bollegraf, oud-tennisster, coach Nederlands Fed-Cupteam: „Mooi dat de vrouwen succes hebben, maar ik vind het altijd mooi als een Nederlander een medaille haalt. Daarbij maak ik geen onderscheid tussen vrouwen en mannen. Ik heb al veel theorieën voorbij zien komen. Als er iets opvallends gebeurt, gaan mensen altijd zoeken. We moeten niet zo veel analyseren, maar er gewoon van genieten. Er wordt wel veel gesproken over het succes van de vrouwen; daardoor krijgt vrouwensport misschien meer aandacht. Vrouwen trainen net zo hard als mannen, maar krijgen niet altijd dezelfde waardering.”

Geert Slot, hoofd Strategie en Beleid sportkoepel NOC*NSF: „Als je kijkt naar de samenstelling van de olympische ploeg, was al bekend dat de vrouwen veel kans hadden op medailles. Wat dat betreft is het niet zo verrassend. Na de Spelen gaan we bekijken wat er is gebeurd met de ploegen of sporters van wie de verwachtingen hoger waren. Het succes van de vrouwen levert mooie rolmodellen op en meer aandacht van de media; dat is goed voor de vrouwensport. Maar ik bekijk succes niet vanuit de emancipatoire rol.”

    • Pieter de Vries