Van Jetje

Het mooiste moment van de Spelen? Maarten van der Weijden, aan de rand van de roeibaan, in de armen van Pieter van den Hoogenband. Reus in een jochie. De olympische kampioen open water zwemmen was verguld uit het water gekomen, dat kon je zien. Maar het bleef bij Nederlands geluk: de hitte van een koolschuur. Zijn vriend, Pieter, daarentegen was in extase. Zo geheel los en gelukkig in innige omhelzing had ik hem niet eerder gezien. Niet in Sydney, niet in Athene. Al helemaal niet in Peking: toch de Spelen van het einde van een leven. Dé grote deceptie van Pieter. Het maakte niet uit. De tweevoudige gouden medaille was ineens emotioneel uitgerold voor het exploot van een ander. Niet de weergaloze prestatie van Van der Weijden deed me rillen in vertedering, de explosieve gelukservaring van Van den Hoogenband vervulde me met hemelse blijheid. Het was als een huwelijk aan het water, in eeuwigheid verbonden.

Olympische Spelen creëren een eigen beschaving. Altruïsme, heruitgevonden. Er wordt op het scherp van de snede gestreden, maar de sporters gunnen elkaar het succes. Je ziet weinig wegwerpgebaren, geen opgestoken middelvinger. Een elleboogstoot? Niet eens in gedachten. Er ligt een ruis van wederzijds respect over de competities. Jawel, Usain Bolt was iets te egotripperig in de glorie, iets te veel cabaret, maar ik geloof zijn manager: het ging niet om het verruïneren van de ander, het ging om niet geketende vreugde van hemzelf.

Jamaicaan in trance.

De religie was helemaal terug op deze Spelen. En dan heb ik het niet over de islam, dan heb ik het over christenen die in het eindeloze slaan van een kruis zichzelf oppeppen. Misdienaars bij de 100 meter. Niet in Rome, in Peking.

Ik word al dagen achtervolgd door het geprevel van olympisch kampioen Jelena Isinbajeva. Nooit heb ik iemand, met polsstok in de hand, zo getranscendeerd in zichzelf zien praten. Er kwam geen einde aan het geprevel. Ik dacht nog: welke heilige kan dit tempo bij houden. Brevieren met turbo, zoiets. Maar ze ging wel gracieus over de lat: 5 meter 5, wereldrecord. De heupen waren seculier gebleven. Geen rijstpap met gouden lepeltjes in de lenden. Gewoon olympisch: spieren en hard vlees.

Papperiger waren de columns van staatssecretaris van Volksgezondheid Welzijn en Sport Jet Bussemaker in De Telegraaf. Zij had het, in het verlengde van de Nederlandse medailles, over ‘Vrouwenspelen’. Jet gaf van jetje om Hedy d’Ancona in feminisme in te halen. Vergeefse poging, intellectuele armoe. We wisten toch al langer dat vrouwen in Nederland in het machtsvacuüm van mannen zijn getreden. Dat hockeysters duizend keer meer charisma hebben dan hockeyers.

Vraag dat maar aan Willem-Alexander. Wat is niet meer feminien in Nederland? De armen van Pieter van den Hoogenband voor zijn vriend Maarten waren uiteindelijk de armen van zijn moeder.

Dat Jet Bussemaker zich wil presenteren als olympische columnist is van een ongekende treurigheid. Van een erbarmelijke erosie van het publieke ambt. Schurftig populisme. Doe mij dan maar Erica Terpstra: moeder Theresa van Olympia. Gelukkig niet columngewijs. Maar wel oprecht, altijd geheel verbrijzeld door wereldrecords en medailles. Erica: vlammenwerper van zelf ontploffende vreugde, maar toch een vrouw met schoot. Wat heet, container met een schoot. Iedereen kanjer, ook losers. Binnenkomen!

Mogen wij, Europese designdemocraten, nog van een dictatuur houden? Ik doe het wel. Ik buig voor Peking. Het land was te groot en de Spelen waren te groot, dat is zeker.

Maar toch ontstond een raar soort thuisgevoel, een vreemde berusting in olympische kringen. Bijna haardvuurachtig. In Peking is een nieuw soort bellettrie ontstaan, een grenzeloze ouverture. Het koude marmer van een regime is doorbroken. Er zal in China en omstreken nog veel onrecht zijn, maar eigenlijk niet veel meer dan in de Bijlmer. Achterstand, onderdrukking, verkrotting: waar niet dan?

De Spelen van Peking hebben schaamte weggenomen. Allicht gedrilde schaamte, maar de ambiance van toegankelijkheid straalde ons, schaamtelozen, wel tegemoet. In tegenlicht.

Wat zou beschaving anders zijn dan toegankelijkheid?

Ik werd wel blij bij de Jamaicaanse folklore van Usain Bolt. Blij bij het huilen van Brazilianen, Nederlanders en Hottentotten. Eindelijk nog eens goedaardig nationalisme, vlag en hymne als baken van geluk en verdriet. Dat kom je niet tegen bij Feyenoord, Ajax en PSV. Daar dansen ze altijd op een kerkhof, niet op een medaille of een vlag.

Het kerkhof van anderen.