Spaarfonds AOW: harde claim of fata morgana?

Op dit moment worden de rijkelijk vloeiende aardgasbaten gebruikt om uitgaven van de overheid te financieren. Zou het niet verstandiger zijn om, net als in sommige andere energie producerende en grondstofrijke landen gebeurt, ons gasgeld in een fonds te stoppen dat de beschikbare middelen wereldwijd belegt?

Die vraag stond centraal in mijn column van twee weken geleden. Verschillende lezers reageerden met de opmerking dat de overheid al bezig is zo’n beleggingsfonds te vormen. Tien jaar geleden is immers het Spaarfonds AOW opgericht.

In dit nationale spaarvarken was eind vorig jaar al 31 miljard euro opgepot. Het ligt in de bedoeling dat de overheid vanaf 2020 middelen aan dit fonds gaat onttrekken ter financiering van de uitkeringen krachtens de Algemene Ouderdomswet. Dit Spaarfonds is echter een fopfonds, dat is bedoeld om via een verkeerde voorstelling van zaken onrust over de betaalbaarheid van het nationale basispensioen te sussen. Hoe werkt het?

Sinds 1997 staat ieder jaar onder de uitgaven op de rijksbegroting een storting in het Spaarfonds AOW vermeld. Deze storting wordt tegelijk weer geboekt als ontvangst van de rijksoverheid. Beide bedragen vallen dus tegen elkaar weg. Het saldo van de begroting wordt door beide boekingen dus niet geraakt.

Het Spaarfonds bestaat alleen op papier. Er is geen pot met geld, geen belegd vermogen. In de toekomst kunnen bedragen ten laste van het fonds worden teruggeboekt. Ook dat zijn papieren transacties. Het Spaarfonds beschikt immers niet over beleggingen die te gelde kunnen worden gemaakt. Om onttrekkingen te financieren zal de overheid vanaf 2020 op haar andere uitgaven moeten bezuinigen of de belastingen moeten verhogen.

Zulke maatregelen om de AOW op peil te houden zou de overheid vanaf 2020 ook moeten treffen wanneer er geen Spaarfonds bestond. Het patroon van overheidsuitgaven en -ontvangsten in de tijd – en dus het beloop van begrotingssaldo en staatschuld – staat volledig los van de stortingen in en onttrekkingen aan het fonds die alleen op papier plaatshebben. De fondsconstructie biedt dus geen extra zekerheid inzake de toekomst van de AOW.

Op college knipperen studenten bij de behandeling van dit onderwerp met hun ogen. Om ze duidelijk te maken hoe de zaak in elkaar steekt, geef ik dan het volgende voorbeeld. Een studente beseft dat zij volgende zomer geen geld heeft om op vakantie te gaan. Vanaf oktober noteert zij daarom in haar agenda maandelijks een storting van 100 euro in een hoogstpersoonlijk vakantiefonds. Zij zet dit bedrag niet op een spaarrekening bij de bank, want zij kan geen 100 euro in de maand missen. Eind juni wil zij haar vakantiepotje van 900 euro aanspreken. Dit bestaat alleen in haar agenda. Zij zal alsnog een baantje moeten zoeken, voordat zij op vakantie kan. Het Spaarfonds AOW valt te vergelijken met het vakantiefonds van deze studente.

Dit jaar voegt de overheid bijna 4,5 miljard euro aan het Spaarfonds toe. Het gaat om een nieuwe bijdrage van 3 miljard euro plus een rentevergoeding van 1,5 miljard euro die wordt berekend op basis van het al aanwezige saldo. Die rentevergoeding is een subtiliteit. Zij suggereert dat het Spaarfonds wel degelijk over vermogen beschikt. Maar het fonds is lucht.

Dit valt eenvoudig te illustreren. Veronderstel dat een politieke partij tegemoet wil komen aan zorgen bij de kiezers over de toekomst van de AOW. Komend najaar zou die partij bij de behandeling van de rijksbegroting kunnen voorstellen om de bijdrage van 3 miljard te verdubbelen om de AOW voor hardwerkende Nederlanders ‘veilig’ te stellen. Dekking voor dit wijzigingsvoorstel hoeft zo’n partij niet aan te geven. Op papier nemen immers ook de ontvangsten van de overheid met 3 miljard euro toe. Zou de studente uit het zojuist gegeven voorbeeld de handelwijze van die politieke partij volgen, dan noteert zij maandelijks voortaan in haar agenda 200 euro als storting in haar vakantiefonds. Reken je rijk. Papier is geduldig.

Eerst in 2020 zou blijken hoe zeer een verdubbeling van de bijdrage aan het AOW Spaarfonds ordinair kiezersbedrog is. Ondanks tweemaal zo hoge bijdragen vanaf 2008 zou het Spaarfonds nog steeds geen eurocent te makken hebben.

De afgelopen maand ontspon zich in Het Financieele Dagblad een aardige discussie. Wim Boonstra, de topeconoom van Rabobank Nederland, stelde nog eens vast dat het Spaarfonds AOW een luchtspiegeling is. ING-econoom Fred Pallada sprak hem tegen. Want het Spaarfonds belichaamt een claim van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die de verre opvolgers van minister Donner vanaf het jaar 2020 goed van pas komt bij de ambtelijke en politieke strijd over de verdeling van de begrotingsgelden. Daarom zou het niet om een fopfonds gaan.

Pallada heeft gelijk dat het Spaarfonds een extra argument oplevert ten gunste van overheidsuitgaven voor de AOW. Maar veel invloed op de afloop van toekomstige begrotingsonderhandelingen zal het fonds niet hebben. Andere departementen zullen met dezelfde kracht van argumenten pleiten voor extra geld voor onderwijs, politie, gezondheidszorg en zo meer. Daarmee blijft het Spaarfonds in mijn ogen vooral een fata morgana.

    • Flip de Kam