Slechtvalk verlaat platteland

Het aantal broedvogels in Nederland is stabiel. Maar ze zitten vooral in reservaten. En kwetsbare soorten krijgen het alleen maar moeilijker.

We lopen steeds minder kans zomaar een bijzondere vogel te zien. De stand van alle Nederlandse broedvogels is „tamelijk stabiel”, maar zeldzame vogels worden zeldzamer. En bedreigde soorten overleven alleen in reservaten.

Dat blijkt uit de Vogelbalans, de jaarlijkse rapportage over de vogelstand in Nederland. Het rapport is de weerslag van onderzoek door duizenden vrijwilligers die werken voor de nationale vogeltelclub Sovon.

Het rapport werd deze week gepresenteerd in de Oostvaardersplassen, het uitgestrekte natuurgebied tussen Lelystad en Almere. Hier is het niet moeilijk om bijzondere vogels te zien. Grote zilverreiger. Lepelaar. Bruine kiekendief. Aalscholver. En zelfs zeearend. „Beschermen werkt”, zegt Marc Argeloo van Vogelbescherming Nederland. „Hoe groter een natuurgebied, hoe groter de kans dat broedvogels zich er thuis voelen. Je hoeft vaak niet eens zo veel speciale maatregelen te nemen als een natuurgebied maar groot genoeg is. En als de reservaten onderling verbonden zijn. Aan dat laatste schort het nog vaak.”

Voor veel vogels van de zogenoemde Rode Lijst van kwetsbare en bedreigde soorten zijn de natuurgebieden van groot belang, stellen de auteurs van de Vogelbalans. „Bij 60 procent van de 78 soorten van de Rode Lijst hangt het voortbestaan zelfs af van natuurgebieden. Bedreigde soorten zoals roerdomp, zwarte stern, paapje, grote karekiet en grauwe klauwier komen nog vrijwel uitsluitend in natuurgebieden voor.” Dankzij de reservaten gaat het uitstekend met soorten als lepelaar en purperreiger. Ook goed gaat het met kerkuil, slechtvalk en groene specht. „Die kunnen we straks vermoedelijk van de Rode Lijst schrappen”, vertelt zegt Sovon-onderzoeker Ruud Foppen. En er zijn af en toe zelfs gevleugelde nieuwkomers, zoals oehoe.

Hoe belangrijk de natuurgebieden zijn, blijkt ook uit het feit dat zelfs de traditionele boerenlandvogels tegenwoordig beter af zijn in natuurgebieden dan op het boerenland zelf. Het aantal weidevogels op het boerenland is in ruim tien jaar met een kwart tot eenderde gedaald. Dat steeds meer boeren rekening houden met de natuur, en met subsidie aan ‘agrarisch natuurbeheer’ doen, helpt niet veel. „Niet effectief”, stelt Ruud Foppen. Er worden op het platteland steeds kleinere aantallen vogels geteld, en bovendien minder soorten als zomertaling, kemphaan en kievit, grutto en veldleeuwerik. „De silent spring is op veel plaatsen in het buitengebied een feit”, aldus het rapport.

De vogelaars dwalen samen met boswachter Hans Breeveld van Staatsbosbeheer door de Oostvaardersplassen. Door hun verrekijker turend, bijen van zich af slaand, grote aantallen padden en poep van de grote grazers ontwijkend. Ze zijn, vertellen ze, tot de conclusie gekomen dat om de biodiversiteit onder vogels op te krikken niet zozeer de boeren moeten worden ingeschakeld, maar dat de natuurgebieden moeten worden vergroot, en met elkaar verbonden. Want hoe nuttig deze reservaten ook zijn, de kwaliteit van de natuurgebieden laat nog te wensen over. Marc Argeloo van Vogelbescherming: „Er wordt vaak gezegd dat Nederland op slot zit met al die natuurgebieden, maar in de praktijk valt dat erg mee. Slechts 13 procent van het Nederlandse oppervlak behoort tot de Europees beschermde Natura 2000-gebieden.”

De vogeltellers denken dat ook speciale soortbeschermingsplannen in de reservaten moeten worden opgezet. Zo zijn eerder moerasvogels als de purperreiger voor Nederland behouden. Wellicht kan dit ook de redding betekenen voor de vogels die ‘specialisten’ worden genoemd, omdat ze afhankelijk zijn van „een heel specifieke leefomgeving” in duinen, heide of moeras. Want hoe waardevol de wettelijke bescherming van natuurgebieden ook is, bijna één op de twee vogelsoorten van de Rode Lijst blijft achteruit gaan. „De stand van kemphaan, velduil, draaihals, kuifleeuwerik en grauwe gors bevindt zich nog steeds op een dieptepunt. Alles wijst erop dat ze de reeds uitgestorven duinpieper, klapekster en ortolaan zullen volgen”, aldus de Vogelbalans.

Vogelstand stabiel NRC 230308 / PB / Bron: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    • Arjen Schreuder