Rechter heeft kunstenaar wel eens gelijk gegeven

Kunstenaars stappen binnenkort naar de rechter om toch nog subsidie af te dwingen. In het verleden hadden sommigen succes, na procedurele fouten.

Onherroepelijk lijken de besluiten van het nieuwe Fonds voor de Podiumkunsten over het toekennen en het afpakken van subsidies. De politiek is blij dat de verantwoordelijkheid is afgeschoven en bemoeit zich er niet meer mee.

Maandagochtend voeren jazzmusici actie – in het Amsterdamse BIMhuis, want demonstraties van tot werkloosheid veroordeelde kunstenaars op het Binnenhof zijn zinloos. Er kan nog wel worden geklaagd bij de eigen beroepscommissie van het Fonds. Als dat niet lukt, is de enige hoop op gratie nog een vonnis van de rechter. Daar kunnen alleen procedurele fouten worden rechtgezet, want de rechter velt evenmin een artistiek oordeel als de beroepscommissie. Hebben afgewezen kunstenaars een kans bij de rechter?

Toch wel. In het verleden, toen de Raad voor Cultuur nog de subsidies uitdeelde, had een rechtsgang een aantal keren een positief resultaat voor een kunstinstelling. Het Dansgezelschap Djazzex procedeerde langdurig, maar uiteindelijk wel met succes over een negatief advies.

Leden van de Raad hadden de voorstellingen van Djazzex wel bezocht, maar daar geen duidelijk dossier van opgesteld dat men aan de rechter kon voorleggen, Zo kon de Raad geen afgescheurde entreekaartjes laten zien om aan te tonen dat de voorstellingen ook daadwerkelijk waren gezien. Voor het al opgeheven Djazzex kwam het gunstige vonnis overigens een jaar en negen maanden te laat. De alsnog toegekende schadevergoeding van een half miljoen gulden, was alleen nog goed voor één laatste nieuwe productie.

Het Dutch Jazz Orchestra heeft in het verleden ook gelijk gekregen van de rechter. En dat is goed nieuws voor het orkest, want ook dit kreeg deze week te horen dat het geen subsidie meer krijgt vanaf 2009. In 1996 velde de Raad voor Cultuur hetzelfde oordeel. Dat oordeel was echter volgens de rechter niet goed genoeg onderbouwd. Raadsleden voerden aan dat ze radio- en tv-registraties van het Dutch Jazz Orchestra hadden beluisterd en bekeken. Maar het orkest kon aanvoeren dat er sinds 1988 helemaal geen tv-opnamen wáren uitgezonden. Ook had de Raad verzuimd aan te geven welke expertise op het gebied van jazz binnen de Raad aanwezig was.

Bij de nieuwe besluitvorming ging het weer mis. De uitvoering van het werk van de componist Billy Strayhorn ontbeerde volgens de Raad de authenticiteit van de originele uitvoering. Maar er was nooit een ‘originele’ uitvoering geweest. De staatssecretaris van Cultuur was hierdoor dubbel in verlegenheid gebracht. Het toenmalige beleid wilde vernieuwing stimuleren. ‘Hoe viel dat te rijmen met het bestraffen van een gebrek aan authenticiteit?