‘Peking wordt steeds meer een eilandenrijk’

De Olympische Spelen zorgden in Peking voor een ware bouwkoorts. Maar niet alle aanpassingen in de stad zijn een verbetering. Veel projecten hebben de problemen groter gemaakt.

De Nederlandse architect Neville Mars bestudeert verstedelijking.

Bettine Vriesekoop

De Olympische karavaan verlaat morgen Peking en laat de stad achter met in het centrum de speciaal voor de spelen gebouwde stadions, hotels en winkelcentra. Meer dan een miljoen inwoners moesten de binnenstad uit om de bouw mogelijk te maken. Zij wonen nu aan de rand van de 11 miljoen inwoners tellende stad.

Ondanks de Olympische megaprojecten is de Chinese hoofdstad volgens de Nederlandse architect Neville Mars ten dode opgeschreven. „Peking is een zichzelf opblazend gedrocht, waar zonder visie op de toekomst gebouwd wordt om in de directe behoefte aan bouwplannen te voorzien. Over de sociale gevolgen van de bouwkoorts is niet nagedacht.”

Mars richtte na zijn studie aan de TU Delft de Dynamic City Foundation op, om onderzoek te doen naar verstedelijking. In die tijd raakte Mars gefascineerd door de stedebouwkundige toekomst van China, toen hij hoorde dat in het land tot 2020 vierhonderd steden met meer dan een miljoen inwoners zouden ontstaan. Vier jaar gelden vertrok hij met met dertig onderzoekers naar China om die ontwikkeling in kaart te brengen. Het resultaat van die studie publiceerde hij in het boek The Chinese Dream: a Society Under Construction.

Volgens Mars is er in Peking – onder invloed van het in de jaren tachtig door Deng Xiaoping gevoerde beleid, dat de nadruk legde op de vrije markteconomie – nauwelijks sprake van een door de overheid gestuurde stedebouwkundige planning. In de stad bepalen alleen guanxi – de sociale netwerken van bestuurders en bouwers –, opportunisme en het grootkapitaal waar en wanneer bouwprojecten uit de grond worden gestampt.

„De eerste stadsplanners van Peking stonden onder leiding van Mao en gingen uit van de Verboden Stad als het historische hart. Daaromheen projecteerden ze woon- en werkgebieden die door groene zones van elkaar waren gescheiden.

„Tijdens de culturele revolutie (1966-1969) en de daarop volgende jaren zeventig lag de stadsplanning stil. Van Mao moesten de woonwijken worden ingericht als communistische communes met intensieve zware industrie. Mao wilde in Peking ‘een zee van rokende schoorstenen’ zien”, vertelt Mars. De hip geklede dertiger geeft met zijn hondje aan zijn voeten in de Amerikaanse koffiebar Starbucks van het hypermoderne zakencentrum Soho zijn visie op de stadsontwikkeling van Peking.

Het onder Deng begonnen grote commerciële bouwen kreeg volgens Mars door de Olympische Spelen een ongekende impuls. De stadsautoriteiten gaven de projectontwikkelaars een vrijbrief om zo in een razend tempo alle voor de Spelen noodzakelijke gebouwen neer te zetten.

„Over integratie in de fijnmazige hiërarchische stadsstructuur, die ooit door de Chinese keizers werd aangelegd, is niet nagedacht. Het huidige bouwen kun je zien als het maken van brandgaten in de bestaande stad. Het enige constructieve idee achter deze manier van bouwen is dat uit het een het ander wel zal volgen; waar een zakencentrum wordt gebouwd zijn ook winkels en woningen nodig.”

Door de gebrekkige stadsplanning zijn in Peking eilanden van vastgoed ontstaan. In deze eigenlijk onwenselijke versnippering schuilt volgens Mars een typische Chinese paradox. „Eilandvorming of fortificatie past heel goed in de Chinese historie, kijk maar naar de wijze waarop de oude wijken van Peking, hutongs, tot stand zijn gekomen. Of hoe de markteconomie zich vanuit speciale economische zones over het hele land heeft verspreid. Maar die gedachte past niet goed bij een geïndividualiseerde samenleving.”

De stadsontwikkeling mist volgens Mars niet alleen de vereiste planning. Op de huidige werkwijze zit door de alom aanwezige corruptie in de bouwsector ook geen enkele rem. „Het onderscheid tussen de publieke en private sector is vervaagd. Iedereen heeft twee petten op en dus is er volgens de bouwbestuurders ook geen corruptie”, lacht Mars.

De eigendomswet die in 2007 is ingevoerd moet de macht van de bouwbazen inperken. Woningkopers worden door de nieuwe wetgeving daadwerkelijk eigenaar van het huis. De huidige lukrake bouw van grote wooncomplexen die regelmatig op plekken belanden waar al mensen wonen, wordt hierdoor moeilijker omdat de bewoners niet zomaar meer weggestuurd kunnen worden. Mars: „De keerzijde van de wet is natuurlijk dat grote projectontwikkelaars door deals met het stadsbestuur te sluiten eigenaar worden van grote stukken grond.”

Het meest acute probleem dat na de Spelen moet worden opgelost zijn de overvolle wegen van Peking. In Peking rijden drie miljoen auto’ s rond, veel minder dan in andere wereldsteden. Toch zijn de wegen van de stad bijna altijd verstopt en geldt Peking door de vele uitlaatgassen van stilstaande auto’s als een van de meest vervuilde steden ter wereld. Het is daarom niet verwonderlijk dat voor en tijdens de Spelen het verkeer terug werd gedrongen – waardoor de lucht tot groot geluk van veel Pekinezen een stuk schoner werd.

Het verkeersprobleem heeft volgens Mars alles te maken met de eilandvorming in Peking. De vastgoedeilanden zijn gebouwd zonder rekening te houden met de aanleg van nieuwe wegen of openbaar vervoersverbindingen. De bouw van nieuwe metrolijnen, die vlak voor de Spelen gereed kwamen, heeft daardoor weinig aan de oplossing van het verkeersprobleem bijgedragen.

„Een gezond stedelijk weefsel heeft een structuur”, zegt Mars. „Als je van A naar B moet, heb je een X aantal mogelijkheden. Maar Peking is een verzameling van vastgoedeilanden die niet communiceren met hun omgeving. Het enige dat je dan nog kan doen, is die gebieden verbinden met snelwegen. Maar dat is erg moeilijk omdat de bestaande infrastructuur niet aansluit op de nieuwbouwwijken. Daarom zie je in Peking en veel andere Chinese steden een onmogelijk aantal viaducten.”

Over de toekomst van Peking is stedebouwkundige Mars somber. Daarbij maakt hij zich met name zorgen over de gevolgen van de 1,3 miljoen mensen die uit de binnenstad en de hutongs zijn verdreven. „Voor hen zijn in de buitenwijken tapijten van woonblokken uitgerold. Al deze mensen konden vroeger lopend of fietsend naar hun werk. Nu moeten zij, inclusief de ambtenaren in hun zwarte Audi’s, vanaf de buitenste ring van de stad naar het centrum reizen. Het fileprobleem is hierdoor alleen maar toegenomen.”

Toch heeft de bevolking door de modernisering van de stad volgens Mars een nieuwe identiteit gekregen en is er veel meer ruimte voor nieuwe creatieve ideeën. Mars: „Mensen hebben een nieuwe trots en een nieuwe durf om dingen te doen. Vroeger waren er in Peking vooral architecten die bestaande gebouwen gemakkelijk en goedkoop konden kopiëren. Nu zijn er grote namen als Koolhaas en Herzog & De Meuron in de stad.”

Het weblog van Bettine Vriesekoop: nrc.nl/china

    • Bettine Vriesekoop