Olieprijs blijft nog wel even hoog

Olie was niet de voornaamste reden dat Rusland de Georgische troepen in Zuid-Ossetië op 8 augustus heeft aangevallen. Maar de strijd over de toekomst van Georgië bood een prima test voor de kracht van de opleving van de oliemarkt, die midden juli is ingezet. Bijna twee weken lang leek het alsof de vaart van de dalende olieprijs krachtiger was dan de geopolitieke angst. Dat is niet langer het geval.

De prijs van ruwe olie zakte in minder dan zes weken met 23 procent, van 147 naar 112 dollar per vat. De krantenkoppen over Georgië, en zelfs de berichten over een poging tot het bombarderen van een belangrijke pijpleiding, hebben de daling niet kunnen stoppen. Maar de laatste twee dagen lijkt het erop dat het nieuws over Georgië de markt eindelijk in zijn greep heeft gekregen. De zorgen over het Rusland van na Georgië hebben ertoe bijgedragen dat de olieprijs met 8 procent is gestegen.

Toch moeten de nodige voorbehouden worden gemaakt. De prijsstijgingen zijn pas twee dagen aan de gang. Het zou een technische reactie kunnen zijn, die is veroorzaakt door het afsluiten van shortposities. En afgezien van geopolitieke overwegingen praten de handelaren over een aanbodbeperking in Saoedi-Arabië.

Maar er zijn drie gegronde redenen om te bedenken dat de tijd voor een ineenstorting van de olieprijs nog niet is aangebroken. In de eerste plaats is de vraag nog altijd sterk. Ondanks de hoge prijzen en de mondiale groeivertraging verwacht het Internationaal Energie Agentschap nog steeds een consumptiestijging van 1,1 procent in 2008. In de tweede plaats lijkt het aanbod ook werkelijk onder controle van de aanbieders te staan. De Saoedi’s, die de sleutelpostie blijven innemen, hebben erop gezinspeeld dat ze een olieprijs met drie cijfers zullen verdedigen. Tot nu toe lijkt het erop dat ze dat ook kunnen.

Tenslotte is er genoeg geld beschikbaar om de huidige hoge prijs te betalen. In het grootste deel van de wereld is de reële rente nog steeds negatief. Voor de meeste regeringen in ontwikkelingslanden blijft de groei een hogere prioriteit houden dan de inflatiebestrijding. Het is waar dat de oliesubsidies langzaam worden afgebouwd, maar de kredietcrisis is er nog niet in geslaagd de beurzen van de oliekopers helemaal te verzegelen.

Uiteindelijk zal de olieprijs terugzakken naar het niveau van de marginale productiekosten, zo’n 50 tot 70 dollar per vat wellicht, of daar nog onder. Maar dat zal waarschijnlijk pas gebeuren als de geldstroom nog veel krapper is geworden en de wereldeconomie nog verder is weggezakt.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld

Meer commentaar uit Londen: breakingviews.com

    • Edward Hadas