‘Ik heb zeventig sollicitatiegesprekken gevoerd’

‘De slotsom is dat ik én veel voor elkaar heb gekregen én heb gefaald. But at least I tried’ Foto Vincent Mentzel Marco PASTORS (1955) Politicus, Leefbaar Rotterdam & EenNL. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 17 juni 2008 Mentzel, Vincent

‘Dat ik niet zomaar een nieuwe betrekking zou vinden, dat wist ik. Ik heb altijd voor overheidsdiensten gewerkt, maar zelf ben ik nooit ambtenaar geweest. In die kringen gelden de denkbeelden van Pim Fortuyn vaak als te simplistisch en te bedreigend. Al krijg je dat laatste zelden of nooit te horen. Wie ik de afgelopen anderhalf jaar ook sprak, men was positief. We hadden als Leefbaar Rotterdam in vier jaar veel voor elkaar gekregen en de sociaal-maatschappelijke partners zoals woningcorporaties altijd open benaderd. Wat willen jullie, waar hebben jullie last van in deze stad, en hoe gaan we dat oplossen? We maakten concrete afspraken, over aantallen bijvoorbeeld, en kwamen die vervolgens na.

Maar ja, ik heb een duidelijke mening over actuele thema’s zoals partnerkeuze, individuele godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, enzovoort. Mede daardoor draag ik het stempel van de controverse met me mee. Dat is een fact of life, maar dat maakt zeker overheidsdiensten huiverig. Ik heb tientallen goede gesprekken gevoerd, waarna men vaak op het allerlaatste moment alsnog bedenktijd vroeg. Om de stakeholders te raadplegen bijvoorbeeld, en daarmee eindigde de procedure dan.

Tegen headhunters vertelde ik vroeger Elvis Costello’s traditionele country-lp Good Year for the Roses te hebben gekoesterd, vooral vanwege dat zinnetje op de cover: not for the narrow minded. Zo voel ik mij ook: geen man voor smalle geesten. Maar als ik al op gesprek mocht komen bij een publiek of een semipubliek bedrijf kreeg ik vragen als: we hebben ook mensen met hoofddoekjes in dienst, hoe staat u daar tegenover? En ik maar uitleggen dat ik bij de gemeente Rotterdam heb gewerkt, met een bewezen vermogen om resultaat te halen als wethouder. En dat ik zelf nota bene in een van de armste buurten van Nederland woon, in Rotterdam-Zuid. Als ik problemen met hoofddoekjes zou hebben, dan was ik wel in ’t Gooi gaan wonen. Sommige betrokkenen zullen bang zijn geweest, wetende dat ik knelpunten kan benoemen en resultaten kan neerzetten. Soms was er ook echt sprake van een betere kandidaat.

Dat het leedvermaak groot was bij enkele collega-raadsleden heb ik voor kennisgeving aangenomen. De uitspraak ‘wie wil werken, heeft alleen een wekker nodig’ is inderdaad van mij, en die onderschrijf ik nog steeds. Verder gun ik iedereen zijn of haar pleziertje, dus ook mijn linkse vrienden. Ook al zijn die het vooral geweest die mij buiten de deur wilden houden. Iemand suggereerde ook dat ik publiekelijk mijn excuses moest maken voor alles waarin ik verkeerd begrepen zou zijn. Wat zou ik dan moeten terugnemen? Bijna alles wat ik ooit heb gezegd, klopt. Dat kan arrogant overkomen, maar ik heb een hekel aan valse bescheidenheid.

Ik heb overwogen te solliciteren op een baan als docent op een vmbo. Maar het is mijn leven, hield ik mezelf voor. Ik kan het maar één keer doen, ik ga wel iets doen wat bij mij past. Ook al duurt de zoektocht langer dan normaal. Ik heb in al die maanden ook nooit een baan geweigerd, simpelweg omdat het nooit zover is gekomen. Ik vertik het bovendien om twintig stappen terug op de maatschappelijke ladder te zetten, puur en alleen omdat ik heikele thema’s durf aan te snijden. Alsof ik onderdeel van een marginale beweging ben. We hebben twee keer 30 procent van de stemmen gehaald in Rotterdam. De elite wil dat niet zien.

Dat uitgerekend een lid van de PvdA – staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken – mij een baan heeft verschaft, mag jij ironisch noemen. Feit is dat hij mij voor één dag per week een ‘hele mooie rotklus’ heeft bezorgd: ambassadeur e-Factureren. Met als doel het elektronisch factureren eindelijk van de grond te tillen en jaarlijks 600 miljoen euro te besparen. In 2010 moet de overheid 10 procent van zijn facturen elektronisch ontvangen. Maar ‘de overheid’ bestaat niet. Ik ga overheidsorganisaties vragen of ze meedoen. ‘Ja’ zeggen en ‘nee’ doen is er niet meer bij. Daarnaast ben ik sinds kort drie dagen per week werkzaam bij een adviesbureau in Den Haag.

Door die baan is een last van mijn schouders gevallen. Enerzijds was daar de irritatie, omdat ik om niet-zakelijke redenen werd gepasseerd. Anderzijds knaagde het schuldgevoel: ik moet wat doen, ik wil werken, ik kan werken, ik zou geen gebruik moeten maken van mijn wachtgeld. In totaal heb ik zo’n zeventig sollicitatiegesprekken gevoerd.

Mijn politieke carrière is voorlopig nog niet voorbij. Reikhalzend kijk ik uit naar de gemeenteraadsverkiezingen. Ook al is de PvdA in deze stad teruggekeerd op het pluche, je kan niet stellen dat wij twee jaar terug een nederlaag hebben geleden. Integendeel: veertien zetels zonder Pim, dat is een wereldprestatie. Ik had alleen op meer krediet gerekend van de allochtone kiezer. We hebben veel voor de achterstandswijken gedaan en goed naar de bewoners geluisterd: strenger politieoptreden, heldere regels en niet zomaar uitkeringen verstrekken. We hadden als Leefbaar zelf ook enkele allochtone kandidaten, maar die trokken zich terug toen bleek dat hun kandidatuur op weerstand stuitte bij de eigen omgeving. Achteraf kan je stellen dat de geur van discriminatie, aangewakkerd door de PvdA, onze boodschap en onze wapenfeiten in de weg heeft gezeten. Slechts één op de vijftig allochtonen heeft uiteindelijk op ons gestemd.

Het verlies bij de Tweede Kamerverkiezingen met EénNL, samen met onder anderen ex-LPF’er Joost Eerdmans, heb ik achter me gelaten. Mijn conclusie is dat ik veel stemmen kan genereren, zoals in Rotterdam is gebleken, maar dat ik geen geboren lijsttrekker ben. Vergeet niet: mijn politieke entree maakte ik destijds in het voetspoor van Pim, een geboren lijsttrekker. Maar binnen EénNL was ik wel de aangewezen man om de kar te trekken.

Het verschil tussen Rotterdam en de landelijke politiek is toch het verschil tussen eerste en eredivisie: het gaat allemaal net een tikje sneller en gehaaider. Als hier iemand wat beweert, heb ik meteen de feiten paraat. In Den Haag niet, en zo ben ik een paar keer gefopt. Door Harry van Bommel van de SP bijvoorbeeld. Tijdens een discussieavond ging het over de identificatieplicht. De hele zaal bleek vóór te zijn, Van Bommel ook. Kom ik ’s nachts thuis, zie ik Jan Marijnissen in de herhaling van Nova exact het tegenovergestelde beweren.

Voorafgaand aan de verkiezingen heb ik enkele gesprekken met Geert Wilders gevoerd, maar tot een vergelijk kwam het niet. Over de inhoud waren we het redelijk eens, maar over de uitvoering verschilden we van mening. Botsende ego’s stonden een mogelijke lijstverbinding met de Partij voor de Vrijheid in elk geval niet in de weg. Ik heb geen groot ego. Onder Pim functioneerde ik ook. En als iemand een groot ego had, dan was het Pim wel.

Wilders heeft zich in de aanloop naar de verkiezingen goed gepositioneerd, zonder al te provocerende standpunten in te nemen. Hij nam alleen het woord ‘tsunami’ in de mond, toen hij het over de toenemende islamisering had. Verder hield hij zijn mond. Heel knap, en dat bedoel ik niet cynisch. Hij is onverbiddelijk, ik niet. Pim had wat Geert ook heeft. Ongeacht de consequenties trok hij ten strijde. Dat heeft hij uiteindelijk met de dood moeten bekopen. De Nederlandse kiezer is op zoek naar iemand die in alles uitstraalt: ik heb niets met die ouwe hap. Geert heeft dat, met dat witte haar en die oneliners. Ik denk: ik leg het wel uit, dan komen ze wel naar ons toe. Ik straal veel meer uit dat ik een gewoon mens ben, die op basis van discussie kiezers hoopt te overtuigen.

Maar die 9-0 nederlaag tegen Wilders deed pijn. We zijn rechts ingehaald, en niet zo’n beetje ook. We dachten: wat we rechts verliezen aan Wilders, halen we links wel weer terug bij de VVD. Mooi niet dus, want de kiezer loste het op met ruim 600.000 voorkeursstemmen voor Verdonk, waardoor voor ons slechts de kruimels overbleven. Verdonk toonde zich al even onverbiddelijk als Wilders door tijdens de campagne binnen de VVD te zieken voor haar eigen politieke gewin. Daarom zei ik een dag voor de verkiezingen ook tegen haar: allemaal leuk en aardig, maar u bent de pin-up op de motorkap van uw partij. Als ze straks één keer remmen, glijdt u er van af en hebben zij de stemmen. Dat is ook gebeurd. Toen ze uit de VVD werd gezet, heb ik haar een sms gestuurd: weet je nog, van die motorkap?

Geert viel mij wel aan, al speelde hij niet op de persoon. Hij noemde ons op een gegeven moment ‘D66 op rechts’. Dat deed pijn. Zoals het ook pijn deed verslagen te worden door de Partij voor de Dieren. Ik ben blij dat ik geen kinderen heb, die ik later had moeten uitleggen dat papa destijds verloor van een dierenpartij. Maar goed, ik keur het af mensen aan te vallen die dichtbij staan. Dat was bij de verkiezingen in Rotterdam ook zo. Zowel de VVD als het CDA heb ik buiten schot gehouden; we hadden in vier jaar immers samen onze nek uitgestoken.

De slotsom is dat ik én veel voor elkaar heb gekregen én heb gefaald. Maar wat dan nog? Ken je de filmklassieker One Flew Over the Cuckoo’s Nest, waarin Jack Nicholson een wasbak van de grond probeert te tillen? Met als doel het getraliede raam te forceren om zo te ontsnappen uit de psychiatrische inrichting. At least I tried, roept hij. Zo voel ik het ook: ik heb het tenminste geprobeerd. De toekomst ziet er weer goed uit: aan het werk en op naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2010.

Het afgelopen anderhalf jaar heeft me veel kracht gekost, maar die kracht heb ik, zoveel is wel duidelijk geworden. Ik heb me vastgehouden aan de gedachte dat het thuiszitten uiteindelijk niet mijn probleem was, hoewel ik er het meeste last van had. Anderen deden gek, niet ik. In de film is die wasbak uiteindelijk ook door het raam gegaan.”

Mark Hoogstad