‘Ik ga naar Kenia’

Dankzij de Bibob-wet kon Amsterdam seksbaas Charles Geerts tot verkoop van zijn prostitutiepanden bewegen. Geerts is boos dat er nieuwe onderzoeken tegen hem lopen: „Ik heb nog steeds een leeg strafblad.” Burgemeester Job Cohen: „Wij hebben nooit toegezegd dat hij gevrijwaard zal blijven.”

Het is nu bijna een jaar geleden dat hij zijn sekspanden op de Amsterdamse Wallen verkocht. Charles Geerts, alias Dikke Charles, kreeg 25 miljoen euro voor achttien panden. Maar Geerts hield nog elf panden op de Wallen over. De gemeente Amsterdam was blij met de verkoop. Het was een eerste stap in de plannen om het Wallen-gebied op te schonen. Daarvoor gebruikt de gemeente de wet Bibob. (zie kader ‘Bibob-wet en Geerts’).

Onderdeel van de verkoopovereenkomst is dat partijen zwijgen over de afspraken die gemaakt zijn. Maar Geerts heeft besloten zich niet aan die afspraak te houden. Hij wil praten, voor het eerst. Hij vindt dat hij nog steeds wordt neergezet als een crimineel en dat accepteert hij niet. Sinds begin dit jaar beschuldigt de gemeente hem opnieuw, ditmaal van het witwassen van crimineel geld.

Een woensdagmiddag, afgelopen juli. De zon schijnt. Charles Geerts (65) zit in het bijgebouw van zijn stolpboerderij in Noord-Holland. Hier houdt hij kantoor. Er staan wat Chinese beelden. In een hoek staat een aquarium. Geerts heeft mooi uitzicht over de weilanden. Een paar honderd meter verderop in het weiland, aan de rand van de sloot staat een nestkast voor roofvogels. Die heeft Geerts er onlangs neergezet. Soms vaart hij er langs met zijn bootje. Af en toe zit er een ekster in.

Zijn advocaat Han Jahae en woordvoerder Hans Knoop zijn er. Wimpie is er ook bij, een jeugdvriend die vaak klusjes voor Geerts doet. Ze kennen elkaar al jaren en gaan samen op vakantie. Deze zomer gaan ze weer naar Kenia, waar Geerts vaak een soort hut huurt. „Uitzicht over de Indische Oceaan en de mangrove bossen.”

Geerts heeft een slechte reputatie. Hij spreekt zelf van een imagoprobleem. Dat is ontstaan door zijn vriendschappen met bekende criminelen, zoals hasjhandelaar Klaas Bruinsma. Ze leerden elkaar kennen in het luxebordeel Yab Yum. Geerts vertelt hoe hij vrienden werd met Bruinsma, lang geleden hier op de bank in zijn boerderij. Blowen dat ze die avond bij hem deden. Zo erg dat ook de kanarie die in een kooi boven de bank hing onderuit ging. „Die heeft zeker zes weken niet gezongen.” Het was de eerste en laatste keer dat hij hasj rookte. „Ik word er flauw van”, zegt Geerts.

Snuiven beviel wel. En drinken en iedere avond naar de hoeren. Het waren andere tijden, zegt Geerts. Meestal nam hij ook nog een of twee prostituees mee naar huis. Hij hield van dat wereldje, de bordelen, de criminelen, de illegale goktenten. Het sfeertje er omheen. „Klaas kwam ik meestal ’s nachts tegen. Bij Yab Yum, in barretje Hilton of in het casino.” Soms gingen ze zeilen. Of hij wist van Bruinsma’s drugshandel? Over elkaars zaken spraken ze niet. Hij had wel vermoedens, maar het interesseerde hem niet. „We leefden als losgeslagen mensen.”

De Amsterdammer Charles Ludovicus Geerts (1943) begint op zijn zestiende op de Dappermarkt in Amsterdam als groente- en fruithandelaar. Zijn ouders staan ook op de markt en hebben een handel in „hoogwaardig” fruit. Geerts heeft een eigen kraam en doet het anders. Hij heeft een vergunning voor citrusfruit en bananen. Grote partijen koopt hij, in houten kisten. Die verkoopt hij per kilo. Maar eerst gooit hij de kisten altijd even in de gracht bij de Mauritskade. Dan worden ze zwaarder. Mijn vader schaamde er zich dood voor, zegt hij. Zijn moeder niet. „Die vond het prachtig.”

Op de markt hoorde hij over sigarettensmokkel, van chauffeurs die door heel Europa reden. „Die namen zware shag en vloeitjes mee naar Denemarken. Daar kon je mooi mee verdienen want vooral de vloei was daar veel duurder.” Dus liet hij voortaan ook chauffeurs voor hem smokkelen. En in Denemarken hoorde hij over seksboekjes. Die werden daar vrij uitgegeven, in de rest van Europa was dat nog verboden. Wat voor boekjes dat waren? „Dat was allemaal heel netjes. Eerst alleen vrije benen.” Met de benen wijd. „Later penetratie.”

In Kopenhagen ging hij, midden jaren zestig, op zoek naar de uitgevers, vertelt hij. Zo kwam hij bij Rodox en Topsy Verlag terecht. Z’n eerste bundeltje seksboekjes smokkelt hij zelf met de auto. Dat vindt hij te gevaarlijk. Al snel laat hij de boekjes per vrachtwagen smokkelen. Indertijd stond er volgens Geerts nog celstraf op het smokkelen van pornografisch materiaal. „Sigaretten naar Denemarken, boekjes mee terug.” Die boekjes liet Geerts distribueren via bestaande winkels in Amsterdam, onder de toonbank. Maar al snel opende Geerts twee eigen winkels en ging hij zelf door heel Nederland distribueren. „Ik moet 25 geweest zijn toen ik begon en een jaar of vijf later was ik gevuld.”

Sekshandelaar Geerts liet koelwagens vol met groenten, kippen én seksboeken door Europa rijden. Hij verkocht in Duitsland en in Engeland. Daar kocht hij zelf zwart-wit filmpjes. De inhoud werd steeds gekker, vertelt Geerts. Of hij het zelf ooit smerig vond? Kijk, hij is geen liefhebber van sommige dingen. Maar als er vraag naar was, dan leverde hij het. „Alleen kinderporno, daar heb ik nooit in gehandeld.”

Midden jaren zeventig leerde hij Reuben Sturman kennen, een Amerikaan die in eigen land bekend stond als the Czar of Porn. Deze zoon van Russische immigranten zocht in Nederland een distributiekanaal voor zijn seksfilms, „professionele producties”, en wilde in Europa peepshows beginnen. Door Sturman werd Geerts een grote op zijn gebied. Hij kwam terecht in het hart van de Amerikaanse seksindustrie. Hij bezocht de beroemde woning van Hugh Heffner, de uitgever van het naaktblad Playboy. En raakte bevriend met Larry Flint, de uitgever van het pornotijdschrift Hustler Magazine. In Los Angeles leerde hij ook de pornoster Vanessa del Rio kennen. „Dat was een mooie tijd, niet alleen vanwege de zaken.”

Geerts ontkent niet dat hij door zijn sekshandel tegen de onderwereld aanliep. Reuben Sturman – die in 1997 in een gevangenis overleed, waar hij vastzat voor belastingfraude – werd door de Amerikaanse FBI gezien als een lid van de maffia.

Uit de illegale smokkel van blaadjes kwam een legale onderneming voort: Scala. Dit bedrijf groeide uit tot een van de grootste leveranciers van seksartikelen. Samen met zijn partners, ex-bankier Gerard Cok en de inmiddels uit het ambt getreden advocaat John Engelsma, ging Geerts ook zelf blaadjes en films produceren. Scala had een netwerk van winkels door het hele land en peepshows op de Nieuwendijk en de Reguliersbreestraat in Amsterdam. En Geerts en zijn kompanen richtten het postorderbedrijf Pabo op dat onder meer lingerie en dildo’s verkocht. „Die dildo’s ontwierpen we zelf”, zegt Geerts. „Gewoon uit geiligheid.”

In de porno-scene van Los Angeles maakte ‘Dikke Charles’ eind jaren zeventig kennis met cocaïne. Mooi spul vond hij dat. Zonder problemen nam hij wat mee naar huis. „Bij de douane kenden ze dat poeder nog niet in die tijd.” Geerts kon er niet van afblijven, in combinatie met wodka. Verslaafd? Zo wil hij het niet noemen. Maar hij hing wel geregeld doorgesnoven in bordelen en casino’s rond. „Mijn zakenpartners konden me dan een paar dagen niet vinden.”

In het begin van de jaren negentig krijgt Geerts problemen door zijn banden met de Amsterdamse onderwereld. Na de moord op Klaas Bruinsma in 1991 komt hij in beeld in het onderzoek naar de erven van deze Amsterdamse crimineel. Volgens de politie staat Geerts samen met twee anderen aan de top van wat indertijd de Delta-organisatie werd genoemd. Geerts wordt uiteindelijk niet vervolgd. Maar deze verdenking was in 2006 voor de gemeente Amsterdam wel de aanleiding om te proberen Geerts van de Wallen te verdrijven.

In 1991 doet ook de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) onderzoek naar Geerts en zijn bedrijf Scala voor het ontduiken van belasting op filmrechten. In 1998 schikt Geerts voor vijf miljoen euro. Toenmalig officier van justitie Fred Teeven, inmiddels Tweede Kamerlid voor de VVD, zei dat met de schikking het maximale bereikt was. Voor het idee dat Geerts na de dood van Bruinsma de leiding van diens criminele organisatie zou hebben overgenomen, is geen bewijs gevonden, zo verklaarde Teeven toen.

Dat hij al die criminelen kende, betekent volgens Geerts niet dat hij er zelf een is. Ik ben geen koorknaap, zegt hij. Maar als iemand hem een crimineel noemt, wordt hij kwaad. „Ze moeten niet op de stoel van de rechter gaan zitten. Ik heb nog steeds een leeg strafblad.”

In 1995 neemt Geerts na weken van gokken, snuiven en zuipen een „impulsief” besluit. Hij verkoopt zijn belang in Scala aan zijn partners Cok en Engelsma. „Ik had er genoeg van, weet je.” Hij vangt 50 miljoen gulden. Veel geld, maar Cok en Engelsma verkopen het bedrijf een paar jaar later voor veel meer aan het Duitse beursgenoteerde Beathe Ushe. Geerts: „Dan ken je wel gaan huilen, maar ik had het zelf verkocht.”

Geerts denkt met pensioen te gaan, maar hij verliest zichzelf in drank en drugs. Hij wordt vastgoedhandelaar. Hij blijft dicht bij huis: hij gaat in het prostitutievastgoed. „Voor Scala werd ik voor een deel betaald met panden; in twee daarvan zaten peepshows.” In 1996 helpt Geerts zijn vriend Jan Otten met een lening voor de aankoop van het sekstheater Casa Rosso. „In die tijd werd raamprostitutie gedoogd door de gemeente en mochten ramen gesplitst worden.” Het aantal ramen op de Wallen explodeerde en Geerts rook handel.

Hij doet in die periode ook regelmatig zaken met de gemeente Amsterdam. Zo sluit hij peepshows op de Nieuwendijk en de Reguliersbreestraat in ruil voor vergunningen voor prostitutiepanden op de Wallen. Na de legalisering van de raamprostitutie in 2000 staat Geerts bij de gemeente bekend als een ‘modelondernemer’. De kwalificatie is van toenmalig wethouder Economische Zaken Pauline Krikke (VVD). „Kijk, de gemeente wilde de raamprostitutie centraliseren en daar speelde ik op in.”

Maar in 2006 gaat het roer om. De nieuw aangetreden wethouder Financiën Lodewijk Asscher (PvdA) wil schoon schip maken op de Wallen en Geerts moet weg. Met de wet Bibob in de hand trekt de gemeente zijn vergunningen in. (Zie kader ‘Bibobwet en Geerts’).

Op 7 januari 2008 levert Geerts officieel zijn achttien prostitutiepanden aan NV Stadsgoed. Een formaliteit. Geerts wil dan rustig nadenken over wat hij met zijn miljoenen gaat doen. Maar een week na de overdracht trekt de gemeente Amsterdam de vergunning van sekstheaters De Bananenbar en Casa Rosso in. De exploitant is Jan Otten, een vriend van Geerts en huurder van de panden die hij nog op de Wallen bezit.

De gemeente stelt dat Heinekenontvoerders Willem Holleeder en Cor van Hout in 1996 met medeweten van Geerts en Otten een deel van het losgeld witwasten bij de verkoop van Casa Rosso aan Otten.

Of de acht miljoen aan nooit gevonden Heinekenlosgeld daadwerkelijk in de Casa Rosso werd geïnvesteerd, is op dit moment onderwerp van justitieel onderzoek. Hoewel dit onderzoek niet Geerts betreft, wordt hij er wel alvast op afgerekend, vindt hij. Hij is kwaad. „Ik heb niks met de Heinekenontvoerders te maken. Maar ja, probeer dat maar eens te bewijzen. Dat kan niet. Maar wie betaalt er nou 25 miljoen euro aan iemand die witwast voor de Heinekenontvoerders?”

Een week geleden. Geerts belt vanuit Kenia. Hij heeft net van een van zijn banken gehoord dat ze zijn geld niet willen. Dat is niet de eerste keer. „Het is geld van de gemeente, maar kennelijk is dat ook besmet.”

Hij is het nu helemaal zat. Hij wil Nederland voorgoed verlaten. „Ik heb mijn advocaten laten weten dat ik alles ga verkopen.” Jan Otten blijft hij financieel steunen. Wat het ook kost. „Maar ik wil niets meer met Nederland te maken hebben. Ik ga hier in Kenia wonen.”

    • Jan Meeus
    • Tom Kreling