‘Er is geen weg terug meer voor China’

China kreeg de afgelopen maanden veel kritiek over zich heen. Maar volgens IOC-lid Hein Verbruggen hadden de Spelen nooit een betere organisator.

Hein Verbruggen met de olympische fakkel, vlak voor het begin van de Olympische Spelen. Foto Reuters Hein Verbruggen, chairman of the IOC Coordination Commission for the Beijing 2008 Olympic Games carries the torch as he runs through the Tiananmen Gate during the torch relay in Beijing August 6, 2008. REUTERS/Claro Cortes IV (CHINA) REUTERS

Hein Verbruggen zit er ontspannen bij in de catacomben van het Vogelnest, het architectonisch wonderstadion en uithangbord van de Olympische Spelen in Peking. Als voorzitter van de coördinatiecommissie, die namens het Internationaal Olympisch Comité (IOC) toezicht houdt op de organisatie, heeft hij weinig reden tot klagen. De Spelen verlopen gladjes; beter dan ooit tevoren. En de erfenis voor het land zal naar zijn mening groot zijn. China heeft volgens Verbruggen (67) aansluiting gevonden bij de rest van de wereld.

Die overtuiging had het Nederlandse IOC-lid eigenlijk al vanaf het moment dat zijn samenwerking met de Chinezen zeven jaar geleden begon. De Spelen zouden China veranderen, heeft hij altijd beweerd, hoe kritisch het Westen zich ook over de totalitaire staatsvorm, de schending van mensenrechten en de kwestie Tibet uitlaat. Met onverhulde trots: „Ik heb gemerkt dat de door voormalig partijleider Deng Xiaoping in de jaren tachtig ingevoerde economische hervormingen – die China tot de fabriek van de wereld hebben gemaakt – niet zijn terug te draaien. Dankzij de Olympische Spelen beseffen de Chinezen dat die opening definitief is. Er is geen weg meer terug.”

Een resultaat waar Verbruggen trots op is. „Als voorzitter van de inspectiecommissie voor de kandidaatssteden van 2008 geloofde ik dat de Olympische Spelen China een unieke kans zouden bieden, hoewel ik destijds niet wist wat die erfenis zou zijn. Nu zeg ik: de grootste impact is niet de indruk die China op de rest van de wereld heeft gemaakt, maar de uitwerking van de Spelen op de eigen bevolking. Het trauma van de Culturele Revolutie is definitief verwerkt.”

De Chinezen hebben een organisatiegraad die niet te overtreffen lijkt. Als ‘Peking’ de nieuwe standaard voor Olympische Spelen is geworden, staat ‘Londen’ voor een onmogelijke opgave. Maar de Britten zullen zich volgens Verbruggen niet tot kopieergedrag laten verleiden. Moeten ze ook niet willen, vindt hij. „Daar is voorzitter Sebastian Coe veel te verstandig voor, dat is mij in een lang gesprek met hem wel duidelijk geworden. Volgens de overdrachtstraditie brengen we komend najaar zo’n vijftig topmensen van de Chinese organisatie naar Londen, maar eerlijk gezegd verwacht ik daar weinig van. De Chinezen ligt het niet om anderen te onderwijzen. Bovendien is hun werkwijze uitsluitend toepasbaar op China, alleen al vanwege de grote invloed van de overheid. Het gevolg is veel ambtenarij, wat met de nodige bureaucratie gepaard gaat. Het aantal procedures, voorschriften en regeltjes is eindeloos. Een voordeel is dat geld en personeel geen rol spelen. Dat lukt in Londen nooit.”

De bijna angstige perfectie is volgens Verbruggen het gevolg van organisatiestructuur, die gebaseerd is op het collectivisme van de Chinese maatschappij. Het IOC-lid heeft zich er vaak over verbaasd, maar tevens moeten vaststellen dat het systeem werkt, ook al gaat het soms moeizaam. „Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid en denk maar niet dat afdelingen onderling informatie uitwisselen. Chinezen realiseren zich niet dat bijvoorbeeld een ongeluk met een bus gevolgen voor het transport van atleten kan hebben. Dat probleem met die bus wordt opgelost en voor de consequenties zijn weer anderen verantwoordelijk. Uiteindelijk komt alles goed, maar nooit via een natuurlijk proces. Alles is vastgelegd in procedures, niets gaat automatisch. Daar staat tegenover dat Chinezen alle eventualiteiten willen uitsluiten. In Sydney en Athene kenden we een chaotisch begin van de Olympische Spelen. Niet in Peking, daar liep het vanaf de eerste minuut op rolletjes, vooral omdat er eindeloos was geoefend.”

Door de Chinese hang naar perfectie nam in aanloop naar de Spelen de nervositeit toe. De Chinezen wisten niet hoe ze moesten anticiperen op de kritische houding van het Westen. De protesten rond de fakkeltocht begrepen ze niet. De verontwaardiging bereikte een hoogtepunt toen in Parijs zelfs een gehandicapt meisjes werd belaagd. „Ze vond het buitenland ondankbaar. We hebben de Chinezen sterk ontraden een fakkeltocht te houden, maar ze bleven er bij dat het een mooi cadeau aan de wereld was en stonden erop dat het doorging. Toen het in een aantal steden misliep, was hun teleurstelling navenant groot. En de stemming onder de bevolking sloeg al snel om in een anti-westerse houding, vooral ten opzichte van Frankrijk. En ik kan verzekeren dat die demonstraties niet georkestreerd waren. Als IOC waren we zeer bevreesd dat de stemming zou omslaan in extreem nationalisme en bij de openingsplechtigheid landen vijandig benaderd zouden worden. Gelukkig is dat niet gebeurd. Maar de Fransen hebben er economisch wel een prijs voor betaald.”

Verbruggen vindt dat in veel westerse landen een vertekend beeld van China bestaat. Licht geërgerd: „Maar al te vaak wordt de indruk gewekt van een geknechte samenleving. Natuurlijk is hier meer controle van de overheid dan in het Westen en natuurlijk gaat China in de controle over individuen vaak te ver. Maar de grootste fout die gemaakt kan worden is het onderschatten van Chinezen. Zij hebben hun trots. En die is in de aanloop naar de Spelen danig gekwetst. In China geldt de leer van Confusius. De groep staat boven het individu. Dat geldt voor het land, de firma, de school, de familie, zelfs de provincie. Die opvatting staat haaks op de onze. Na mijn aanstelling als voorzitter van de coördinatiecommissie heb ik de stafleden van het IOC cursussen laten volgen bij sinologen. En die vertelden al dat we ons moesten aanpassen.”

Maar hoe zit dat met de persvrijheid? Verwacht Verbruggen dat de verruimde regels na de Spelen gehandhaafd zullen blijven? Tamelijk zeker: „Die wet wordt niet teruggedraaid. Er zullen hooguit wat websites op slot gaan. Ja, we wisten dat dat zou gebeuren. Websites over de Falun Gong en Tibet zijn in Chinese ogen strijdig met de veiligheid van het land. En daar valt niet over te praten, daar ligt voor hen de grens. Of de berichtgeving daarover overtrokken is geweest? Ach, we weten uit ervaring dat de pers in de week voor de Spelen, als er nog niet wordt gesport, onderwerpen zoekt. En als je het niet kunt hebben over gebouwen die nog niet gereed zijn, komen de bekende thema’s als mensenrechten, milieu en gesloten websites voorbij.”

Verbruggen vindt dat de westerse pers te vaak de foto en te weinig de film bekijkt. „Als je de ontwikkeling van dit land beoordeelt, is het nonsens te beweren dat het achteruitgaat met de mensenrechten. En die suggestie wordt al snel gewekt als er een aantal dissidenten wordt opgepakt, een maatregel die ik overigens niet goedkeur. Er is in China sprake van meer openheid, die trend is duidelijk merkbaar. Het zal op en neer gaan. De leider van Taiwan hoeft maar één verkeerde uitspraak te doen of het is mis. Dat zijn nu eenmaal gevoelige onderwerpen in China. En als IOC hadden we niet de macht om alles tegen te houden. In het contract met de Chinezen staat dat journalisten vrij moeten kunnen rapporteren over de Olympische Spelen. En daar rekenen ze de Falun Gong en Tibet niet toe. Nee, in dat geval is de journalist niet vrij in zijn keus. Jammer, zeggen de Chinezen dan, dat is in strijd met onze wetten. In Nederland ben ik met de discussie daarover gestopt, die is niet te winnen. Eigenlijk moet je er geen aandacht aan besteden, omdat in China andere waarden gelden dan in Nederland. En als ik diplomaten mag geloven staat tachtig tot negentig procent van de bevolking achter de regering staat.”

Nee, Verbruggen gelooft niet dat China ooit een democratie zal worden, althans niet gemeten naar de Nederlandse normen. „Daarover wordt in de wereld ook heel verschillend gedacht. Zie Rusland, waar Poetin breed wordt gesteund. Die situatie laat zich niet vergelijken met de positie van Jan Peter Balkenende in Nederland. In ons land hebben we een uitstekend model, maar we moeten niet de fout maken die op te dringen aan andere landen. Er zijn staten die heel goed kunnen leven met een andere vorm dan de Nederlandse democratie. Frankrijk vind ik al een ander land dan Nederland. Dat presidentiële bestuur zou bij ons ondenkbaar zijn.”

Het milieuprobleem in Peking is een ander onderwerp dat in Verbruggens ogen is uitvergroot. Hij ergert zich onder andere aan de Amerikaanse televisiezender CNN, die dagelijks metingen doet en meldt dat de normen ruimschoots worden overschreden. Verontwaardigd: „Dat doen ze op de hoek van een straat waar tweeduizend auto’s staan te ronken. Ja, dan wordt er wel een sfeer gecreëerd. Natuurlijk wisten we dat het milieu in Peking een probleem zou zijn. Daar hebben de Chinezen ons van meet af aan op gewezen. Maar ze hebben ook onmiddellijk 130 maatregelen aangekondigd. En die zijn allemaal uitgevoerd, tot het verplaatsen van fabrieken aan toe. Maar op een goed moment kwamen er zoveel auto’s bij en waren en zo veel stoffige bouwplaatsen, dat alleen draconische maatregelen nog soelaas boden. En die zijn genomen, onder andere door auto’s van de straat te halen. Maar door de economische ontwikkelingen zal het milieu in China altijd een probleem blijven.”

En de smog, was daar geen sprake van in Peking? Volgens Verbruggen viel het nogal mee. „Niet altijd is er sprake van smog. Soms hangt er door het hoge vochtigheidsgehalte mist. Ik moet wel zeggen dat we geluk hebben gehad met een paar regenachtige dagen. Maar heeft u sporters horen klagen? Ik niet. Als atleten poen kunnen pakken door de marathon te lopen, wordt er nooit over smog geklaagd.”

Na China zou Verbruggen – en met hem het IOC – graag zien dat de Olympische Spelen vaker buiten de westerse wereld georganiseerd worden. In dat verband noemt hij de kandidatuur van de Braziliaans stad Rio de Janeiro voor 2016 een interessante optie. De vraag is of het risico niet te groot is, omdat landen in de derde wereld bedolven dreigen te worden onder de enormiteit van de Spelen. Om die reden overweegt het IOC de organisatie zelf ter hand te nemen met de samenstelling van een kerngroep. Verbruggen: „Nu gaat er veel kennis verloren. Als we naar een land gaan dat niet op de organisatie is berekend, moet het IOC dat maar zelf doen. In Peking hebben we al een begin gemaakt met de productie van televisiebeelden. Daarvoor heeft het IOC een joint venture gesloten met een Chinese firma.”