De expansiemotor van India hapert

De vaart is eruit bij de Indiase IT-industrie – de motor achter de economische expansie van het land. Alternatieven bieden nog weinig soelaas. Is India het keerpunt van Aziës hoogconjunctuur?

Een Indiaas model vertoont een chip op haar bindi tijdens een presentatie van een Indiaas IT-bedrijf in Bangalore. Foto Reuters An Indian model displays a chip placed on a 'bindi' (a dot) on her forehead during a news conference by the International IT and R & D services company "Mindtree Consulting" in the southern Indian city of Bangalore December 14, 2005. REUTERS/Jagadeesh Nv REUTERS

Tien jaar geleden kreeg een hele trits Indiase bedrijven – onder aanvoering van Infosys Technologies, Wipro en Tata Consultancy Services (TCS) – wereldwijde bekendheid. Ze boden hulp bij de bestrijding van de millennium bug, die computers in de hele wereld tijdens de eeuwwisseling dreigde te laten crashen. Terwijl hun omvang sindsdien met 40 procent of meer per jaar is toegenomen, droegen ze bij aan de opkomst van een mondiale outsourcingindustrie, die de manier heeft veranderd waarop de wereld zaken doet en tegen India aankijkt.

Nu is die groei scherp aan het teruglopen. De kredietcrisis en de inzinking van de bestedingen in de Verenigde Staten treffen de grootste markt voor de Indiase technologiebedrijven, terwijl de goedkopere dollar hun winst doet slinken. Ook op de langere termijn duiken er problemen op. De concurrentie uit andere lagelonenlanden, uiteenlopend van Oost-Europa tot de Filippijnen en Vietnam, neemt toe. En door India’s eigen succes zijn de arbeidskosten gestegen, hetgeen ten koste gaat van het concurrentievoordeel van de bedrijven, net op het moment dat hun omzetgroei vertraagt.

Infosys breidde zijn schare aan softwareontwikkelaars tussen 2006 en 2007 met eenderde (15.000 mensen) uit. Het gemiddelde salaris stijgt met 12 procent per jaar, en het steeds grotere verloop onder de werknemers dwingt het bedrijf meer aan training uit te geven. De winstgroei daalde het afgelopen boekjaar – dat in India op 31 maart eindigt – naar 18 procent, tegen 56 procent in het jaar daarvoor. TCS meldde het afgelopen kwartaal een groei van de nettowinst van slechts 4,9 procent, tegen 37 procent in dezelfde periode een jaar geleden. De winstgroei van Wipro nam op vergelijkbare wijze af, van 42,2 procent vorig jaar naar 11,6 procent in het afgelopen boekjaar.

De branchevereniging van Indiase technologiebedrijven, Nasscom, verwacht de komende jaren een omzetgroei van 20 tot 25 procent – nog steeds fors in vergelijking met de meeste andere sectoren, maar nauwelijks de helft van het percentage waaraan het land gewend was. „De eerste ronde van omzet- en winstgroei is altijd makkelijker”, verklaarde Nasscom-voorzitter Som Mittal vorige maand. „De komende tien jaren zullen anders zijn.”

Ter compensatie proberen India’s outsourcingreuzen hun vleugels uit te slaan naar meer ambitieuze – en in sommige gevallen ook ongebruikelijke – activiteiten. De omzet van de divisie ‘productontwikkeling’ van Wipro is de afgelopen twee jaar met bijna 50 procent gestegen tot 686 miljoen dollar vorig jaar. De Indiase technologiebedrijven hopen dat ze hun relaties met bedrijven over de hele wereld kunnen gebruiken om hun nieuwe producten en diensten te verkopen.

„We bevinden ons in een challenging omgeving voor groei”, zegt S. Ramadorai, de topman van TCS, India’s grootste technologiebedrijf qua omzet, in Mumbai. Volgens hem zullen de nieuwe kansen niet louter meer op de lage lonen zijn gebaseerd, maar ook op „innovatie en strategie”.

De problemen van de IT-industrie vormen een domper op het succesverhaal van de Indiase economie. De afgelopen jaren hebben de technologiebedrijven gezamenlijk meer dan 300.000 werknemers in dienst moeten nemen om te kunnen beantwoorden aan de overstelpende vraag – omdat grote westerse bedrijven probeerden hun kosten te verlagen door werk uit te besteden in het buitenland.

De verandering komt op een moment dat de economie van India toch al een groeivertraging ondergaat. Economen schatten dat de toename van het bruto binnenlands product dit jaar zal verminderen tot 7 à 7,5 procent, na vijf jaar met gemiddeld 9 procent per jaar te zijn toegenomen. De Indiase economie is voor haar groei grotendeels afhankelijk van de dienstensector, en de technologische dienstverlening – ook al vormt het maar een klein deel van de totale koek – is jaren achtereen de snelst groeiende bedrijfstak van India geweest. De sector neemt 4,5 procent van het Indiase bbp voor zijn rekening, tegen 2,5 procent in 2004. De bijdrage van de landbouw, nog aldoor de basisindustrie van India, daalde in dezelfde periode van 20 naar 17 procent.

De bloei van de technologiesector heeft met name de zuidelijke steden Bangalore en Hyderabad veranderd. Amerikaanse en Europese architecten ontwierpen wolkenkrabbers van glas en staal, omringd door keurig aangelegde, met palmbomen omzoomde campussen, en een landelijke streek ontwikkelde zich tot motor achter de globalisering van de technologische industrie.

De uitbesteding van technologische dienstverlening blijft als mondiaal fenomeen uiteraard betrekkelijk nieuw, en de Indiase reuzen staan er nog steeds goed voor om een fors deel van de nieuwe werkzaamheden naar zich toe te trekken. Ongeveer 11 procent van de 1.700 miljard dollar (circa 1.145 miljard euro) die vorig jaar wereldwijd aan technologie werd uitgegeven, kwam bij outsourcingbedrijven terecht. Dezelfde firma’s houden zich weliswaar ook bezig met salarisadministratie of telefonische dienstverlening (call centers), maar de groei op dat terrein is ook afgenomen. „Er kan nog veel meer werk worden uitbesteed”, meent K.R. Lakshminarayana, hoofd strategie van de technologiedivisie van Wipro. „Er is genoeg ruimte voor ons allemaal.”

Maar twee jaar geleden staken de eerste problemen de kop op. De rupee steeg in waarde ten opzichte van de dollar. Het grootste deel van de omzet van de bedrijven wordt in dollars berekend, zodat hun inkomsten slonken omgerekend in rupees. Tussen juni 2006 en eerder dit jaar steeg de waarde van de rupee met 16,4 procent ten opzichte van de dollar, van 47 naar 39,3 rupees, ook al heeft de munt sindsdien ongeveer de helft van die koerswinst alweer ingeleverd.

De investeringen van private-equityfirma’s en durfkapitaalverstrekkers in India’s kleinere technologiebedrijven begonnen eveneens op te drogen, omdat beleggers nerveus werden over de sterkere rupee én de Amerikaanse groeivertraging. In de eerste helft van 2008 daalden die investeringen met liefst 63 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (naar 151 miljoen dollar), aldus het in Chennai gevestigde onderzoeksbureau Venture Intelligence.

Door de grote vraag naar personeel droogde het aanbod van gekwalificeerde werknemers op, stegen de lonen en wisselden werknemers sneller van bedrijf als ze daar meer konden verdienen. Bij Infosys bedroeg het verloop onder het personeel vorig jaar 13,7 procent, tegen 11,2 procent in 2006.

Om het aanbod aan geschoolde werknemers aan te vullen, geven de Indiase technologiereuzen meer geld uit aan training en educatieve initiatieven op de Indiase universiteiten – inspanningen die hun kosten doen toenemen. Infosys stuurt instructeurs naar bijna 500 opleidingen, om docenten aan technische scholen te leren hoe ze de discussie en samenwerking in hun klassen moeten bevorderen en hoe ze minder moeten steunen op het uit het hoofd leren. TCS traint dit jaar 1.500 afgestudeerden in de natuurkunde, om hun vaardigheden op het gebied van het programmeren en de communicatietechnologie bij te brengen, in een speciaal voor dat doel gebouwd centrum in Chennai.

De grootste klap voor de sector kwam vorig jaar zomer. De kredietcrisis die uitbrak leidde tot een bevriezing van nieuwe opdrachten van mondiaal opererende banken en andere financiële instellingen, die bijna de helft van de omzet van de sector voor hun rekening nemen.

Eerder dit jaar zei TCS dat twee banken op Wall Street hun technologie-uitgaven hadden bevroren, tot ze hun problemen te boven zouden komen. Het Indiase bedrijf zegt nu te verwachten dat de omzet uit deze sector de komende kwartalen zal verbeteren. Maar andere banken vragen om prijsverlagingen.

De Indiase looninflatie, de waardestijging van de rupee en het snelle personeelsverloop hebben er ook voor gezorgd dat technologische werkzaamheden terecht zijn gekomen bij kleinere concurrenten uit Oost-Europa en de Filippijnen, die niet met deze problemen kampen. Het Duitse Siemens heeft bijvoorbeeld de centra voor de dienstverlening aan zijn klanten uit India weggehaald. De afgelopen twee jaar heeft Siemens 1.500 werknemers geworven voor een klantencentrum in Manila, waar de uitspraak van het Engels dichter bij die van zijn Amerikaanse klanten ligt dan in India. In de Filippijnen bedraagt het verloop onder het personeel maandelijks 2,5 procent, tegen 20 procent bij Siemens’ Indiase call center. „India is nog steeds een plek waar kostenbesparingen mogelijk zijn, maar niet altijd meer zo veel als vroeger”, zegt William McNamara, hoofd IT-strategie van de Noord-Amerikaanse divisie van Siemens.

Dit alles heeft de druk nog eens doen toenemen op de Indiase technologiebedrijven om alternatieve omzetbronnen te vinden. Bij een project genaamd ShoppingTrip360 tracht een team softwareontwikkelaars van Infosys detailhandelaren te bewegen tot de aanschaf van met draadloze apparatuur uitgeruste winkelwagentjes. Die kunnen de meest efficiënte route door in een winkel uitstippelen aan de hand van het boodschappenlijstje van de consument. Wipro wist een contract in de wacht te slepen voor het ontwerp van een watertoevoersysteem voor de wc’s in de nieuwe superjumbo A380 van Airbus. Technici van Infosys hebben een spiegel ontwikkeld, die verandert in een informatiescherm als een van een radiosignaal voorziene lippenstift er dichtbij in de buurt komt. Zo kan men de klant adviseren over bijpassende kleuren en producten. Infosys werkt aan smart shelves, die automatisch registreren welke shirts klanten het vaakst hebben gepakt. Op die manier kunnen winkeliers erachter komen dat bepaalde shirts wel een hoop aandacht trekken, maar om een of andere reden toch niet worden verkocht. Het bedrijf demonstreert zijn technologische vondsten aan geïnteresseerde detailhandelaren in een namaakkledingzaak op de campus van de onderneming in Bangalore, voorzien van een volledig operationele kassa en met zachte klassieke muziek op de achtergrond.

Een andere vondst is een pasje met een radiosignaal, dat passagiers alleen maar langs een luchthaventerminal hoeven te halen om in te checken, in plaats van met de hand achternamen of codes in te typen. TCS heeft ook software voor handheldcomputers ontwikkeld, die het cabinepersoneel in vliegtuigen op de hoogte stelt van de voorkeuren van passagiers – of ze bijvoorbeeld een blinddoek nodig hebben om te kunnen slapen. Een andere divisie van TCS heeft biologen en farmacologen ingehuurd om data-analyses uit te voeren bij klinische proeven met geneesmiddelen voor farmaceutische ondernemingen, die goedkeuring van hun product hopen te verkrijgen van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA).

De technologiebedrijven breiden hun activiteiten ook uit naar het terrein van de consultancy, waar de inkomsten per werknemer hoger zijn dan bij outsourcing. Maar ze hebben moeite de markt open te breken, die wordt gedomineerd door bekende namen als IBM en Accenture. Veel klanten laten zich liever door deze firma’s adviseren dan door de Indiase, die beter bekend zijn door hun outsourcingkwaliteiten.

India zelf komt nu naar voren als een veelbelovende markt, na jaren waarin de technologiebedrijven hun neus ophaalden voor lokale werkzaamheden, ten gunste van de lucratievere en meer prestigieuze opdrachten uit het buitenland. Een van de grootste recente orders betrof een overheidscontract van 400 miljoen dollar voor het nieuwe elektronische paspoort in India, dat vervalsing moeilijk moet maken.

Toch blijven outsourcingdiensten het merendeel van de activiteiten van de sector uitmaken – volgens Nasscom 84 procent. Met al hun inspanningen om hun vleugels naar geheel nieuwe activiteiten uit te slaan, hebben de Indiase outsourcingsreuzen tot nu toe nog maar weinig resultaten geboekt.

©The Wall Street Journal.Vertaling: Menno Grootveld

    • Niraj Sheth