Casino op zolder

Zo’n veertigduizend Nederlanders zijn verslaafd aan gokken. Door de populariteit van pokeren en de opkomst van internetcasino’s zal het aantal gokverslaafden toenemen. „Ik heb iets destructiefs in me.”

Boven: een speelzaal van Van der Valk in Gilze en Rijen Foto Peter Hilz. Onder: diverse gokmogelijkheden op internet

Het is spitsuur bij de ‘gokbalie’ van de sigarenzaak in Amsterdam-Oost. Mensen leveren hun Lotto-, Kras- of Staatsloten in. Veel prijzengeld – meestal tussen de 25 en 100 euro – wordt direct weer omgezet in nieuwe loten. Boven de balie hangt een plakkaat waarop staat dat in deze zaak onlangs een prijs van 10.000 euro is gevallen. Dat houdt de moed er in. Niet alle prijzen vallen in Wassenaar of Blaricum, zoals de verliezers graag mogen beweren.

Nederland telt nu zo’n veertigduizend gokverslaafden en er zijn er zo’n zestigduizend probleemspelers. Slechts een klein deel ervan zoekt hulp. Dit kan bij een aantal verslavingsinstellingen, zoals de Jellinek-kliniek in Amsterdam. Hier wordt zowel in groepsverband als op individueel niveau hulp geboden. Ook biedt de kliniek een zelfhulpprogramma aan op internet. Daarnaast is er de zelfhulporganisatie AGOG (Anonieme Gokkers en Omgeving Gokkers), die via praatgroepen het probleem te lijf gaat. En ten slotte zijn er diverse commerciële ontwenningsklinieken waar de verslaafde tegen betaling van forse bedragen kan proberen van zijn verslaving af te komen.

„Als ik mijn vrouw had kunnen vergokken, had ik dat misschien ook nog wel gedaan”, zegt Frank (63) met een grijns. Hij is al veertig jaar gokverslaafd en probeert, niet voor de eerste keer, van zijn verslaving af te komen. Hij is lid van de Gokgroep van de Jellinek-kliniek in Amsterdam. Gokken is vooral een probleem van mannen en komt relatief veel voor bij jongere allochtone mannen. De enige vrouw in Frank’s groep is een Surinaamse die verslaafd is aan de bingo. Hoeveel geld Frank in zijn leven heeft vergokt weet hij niet, wil hij ook niet weten. „Ik heb het geluk – of misschien wel het ongeluk – dat ik uit een rijke familie kom. Ik had altijd voldoende geld om te gokken. Ik heb huizen vergokt, ik heb auto’s vergokt. Het dieptepunt was toen ik mijn Mercedes via het gokken kwijtraakte. Toen mijn tegenstander in mijn auto wegreed, had ik nog net 15 gulden voor een taxi. Ik heb avonden gehad in het casino dat ik 20.000 euro won. Ik werd daar niet warm of koud van, omdat ik wist dat ik het geld de volgende dag toch weer zou vergokken.”

Gokken neemt een steeds hogere vlucht in Nederland. Naast de verschillende loterijen, zijn er de Holland Casino’s, gokhallen, de automaten in cafés, het wedden op paardenraces en voetbaluitslagen, de bingo, en het snel populair wordende pokeren. Niet alle gokspelen zijn verslavend. Zo zijn er geen gevallen bekend van mensen die verslaafd zijn aan de Staatsloterij of krasloten. Maar spellen als blackjack, roulette, fruitautomaten en pokeren zijn wel verslavend. Roel Kerssemakers, preventiemedewerker van de Jellinekkliniek, legt uit dat spellen waarbij de tijd tussen de inzet en de uitkomst erg kort is, het meest verslavend zijn: „Bij de fruitautomaten in Nederland is die tijd een seconde of vier. In Duitsland is die tijd twee keer zo lang en dat werkt. In Duitsland zijn er relatief veel minder mensen gokverslaafd aan deze automaten dan in ons land.”

Twee ontwikkelingen die nieuwe slachtoffers kunnen maken, zijn gokken op internet en het vooral onder de jeugd populaire pokeren. Kerssemakers: „Met gokken op internet haal je de gokkast als het ware in huis. De verleiding om te gokken kan dan erg groot worden. Terwijl zijn vrouw beneden tv zit te kijken, kan de man op zolder het familiekapitaal er doorheen jagen.”

De AGOG is ervan overtuigd dat er over twee à drie jaar een grote toevloed zal zijn van gokverslaafden. „Meer mogelijkheden om te gokken leiden onherroepelijk tot meer gokverslaafden”, zegt een woordvoerder van de organisatie. „Of dat nu op internet is of waar dan ook. Het lijkt onschuldig als je het hebt over kerstkraszegels, maar het gevolg is dat er een klimaat ontstaat waarin gokken heel normaal is. Dat zie je ook bij pokeren: ’s avonds laat zijn er diverse pokerprogramma’s op televisie. Het lijkt heel normaal om voor grof geld te pokeren, maar dat is het niet.”

Uit recent onderzoek blijkt dat één op de tien pokeraars in de problemen komt. De eerste probleempokeraars hebben zich al aangemeld bij verslavingsklinieken en dat kunnen er de komende jaren veel meer worden, aangezien elke gokverslaving een gemiddelde incubatietijd heeft van vijf jaar. Ook bij de privékliniek CrisisCare is de laatste tijd vooral het aantal gokverslaafde pokeraars fors toegenomen. Directeur Dick Trubendorffer beschouwt vooral de talrijke pokersites op internet als aanstichters van veel onheil: „Pokeren op internet is anoniem: er is geen sociale controle meer. Het geld dat mensen inzetten is slechts een getal. Bij echt – face-to-face – pokeren zet je tenminste nog echte bankbiljetten in. Op internet is geld een getal.”

Inmiddels zijn er naar schatting 2000 internetcasino’s, die, getooid met namen als Roxy Palace, Casino Tropez en Emerald Empire, een internetgokker tot een gokje proberen te verleiden. En daar doen ze goede zaken mee. De geschatte omzet van de virtuele casino’s bedroeg in 2006 ongeveer 5 miljard euro. Nederlanders vergokten in dat jaar voor ongeveer 100 miljoen euro bij internetcasino’s. Dit laatste is de Nederlandse overheid een doorn in het oog, omdat het haaks staat op het beleid om het gokken binnen de perken te houden.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie zijn alle 2000 internetcasino’s voor de Nederlandse wet illegaal en zouden ze hun activiteiten op de Nederlandse markt moeten staken. Een aantal heeft dat, na een schrijven hierover van het ministerie te hebben ontvangen, inmiddels gedaan. Ook is het ministerie in gesprek met de grote Nederlandse banken die de transfer van geld van gokkers naar de internetcasino’s mogelijk maken. De banken moeten hiermee ophouden, vindt het ministerie van Justitie, omdat het om illegale transacties gaat.

Zelf ligt de Nederlandse staat in de clinch met de Europese Commissie over de vraag of een nationale overheid het monopolie mag hebben over het gokken in eigen land. In Nederland zijn de vijftien Holland Casino’s eigendom van de staat en mogen privéondernemingen geen casino’s openen. Overigens verdient de staat, anders dan vaak wordt gedacht, niet zo heel veel aan de eigen ‘gokhallen’. In 2007 was de bedrijfswinst van Holland Casino 85,6 miljoen euro, op een omzet van ruim 750 miljoen euro.

De Holland Casino’s hebben de plicht een actief beleid te voeren om de gokverslaving tegen te gaan. Mensen die er grote bedragen doorheen jagen moeten eerst via een gesprek en als dat niet baat met een entreeverbod tot bezinning gebracht worden. Volgens het jaarverslag van Holland Casino van 2007 zijn er in 2007 31.000 gesprekken gevoerd met onbezonnen gokkers, terwijl dit er een jaar eerder nog maar 24.000 waren. Volgens Holland Casino is de toename een gevolg van het aangescherpte preventiebeleid.

De meeste gokkers raken vroeg of laat zodanig in financiële problemen dat hun verslaving niet meer te verbergen valt. Bijna alle leden van de Gokgroep hebben schulden, variërend van enkele duizenden tot enkele honderdduizenden euro’s.

De schulden vindt Peter (47) niet het ergst. „Het is wrang als je partner boodschappen doet bij de Lidl om financieel het hoofd boven water te houden en jij zit op hetzelfde moment een paar honderd euro te verspelen in de gokhal”, zegt hij. „Maar het ergst vind ik dat gokken leidt tot een verstoorde relatie met mijn gezin, familie en vrienden. Ik heb op grove wijze het vertrouwen van mensen geschonden. Ik heb drie jaar lang een dubbelleven geleid. Ik heb zitten liegen en bedriegen om de vele uren die ik in de gokhal zat te verantwoorden. Op het laatst was ik helemaal vastgelopen: ik wist niet meer hoe ik het ene financiële gat met het andere moest vullen en ik was zo verstrikt in mijn smoezen en leugens dat ik niets liever wilde dan dat de waarheid uitkwam. Op een dag heb ik wel tien keer geld gepind bij de bank die tegenover de gokhal is gevestigd. Toen mijn vrouw om opheldering vroeg over al die geldopnames was ik opgelucht dat ik het eindelijk kon vertellen.”

Bij anderen heeft de verslaving vergaande gevolgen gehad voor hun leven. Zoals bij Michel (50), die zijn gokverslaving financierde met geld uit de kas van de welzijnsinstelling waarvan hij directeur was. „Op het laatst gingen bij mij alle remmen los”, zegt Michel, lid van de Gokgroep van de Jellinek-kliniek. „Ik leidde twee levens. Overdag was ik de hardwerkende directeur die als eerste op het werk was en als laatste vertrok. Maar als ik weg kon, was ik zó opgefokt, dat ik plankgas naar een casino scheurde. In die tijd heb ik tientallen bonnen gehad voor te hard rijden.” In korte tijd verspeelde Michel 140.000 euro, afkomstig van een bankrekening van zijn werkgever. Toen de fraude aan het licht kwam, werd hij op staande voet ontslagen en werd hij aangehouden en voor de politierechter geleid. Het vonnis was het terugbetalen van het geld in maandelijkse termijnen van 9000 euro en een taakstraf van 240 uur. Omdat hij de eerste vijf maanden na zijn veroordeling in gebreke bleef in het terugbetalen van zijn schuld – „9.000 euro in de maand kon ik echt niet ophoesten: wie wel?” –- liep de totale schuld van Michel op tot ongeveer 200.000 euro. Hierdoor dreigde een gevangenisstraf van zes maanden. Pas toen het half jaar celstraf angstwekkend dichtbij kwam, hoorde Michel van de deurwachter dat er een regeling met een veel lager termijnbedrag mogelijk was. Dat hadden zijn twee advocaten hem nooit verteld. Het lukte Michel een overeenkomst te sluiten met de deurwaarder voor een veel lager maandbedrag. „Vermoedelijk hebben ze bij Justitie zitten rekenen wat het ze kost als ik drie maanden de cel in moet, telkens als ik het maandbedrag niet kan betalen. Dat zou de staat waarschijnlijk veel meer kosten. Ik ben in ieder geval dolblij dat de dreiging van de gevangenis voorlopig is afgewend. Ik hoop dat ik via mijn internetbedrijf genoeg inkomsten kan genereren om het maandbedrag telkens te kunnen betalen. Daar zal ik de rest van mijn leven wel mee bezig zijn.”

Hoe zijn gokverslaving zo uit de hand heeft kunnen lopen is een vraag die Michel dagelijks bezighoudt. „Ik heb kennelijk iets heel destructiefs in me. Ik had twee fantastische huwelijken, maar ik ben toch weer gescheiden. Ik had een prima baan waarin ik me lekker voelde, maar dat moest ook stuk. Iets wat mooi is, moet kapot: zoiets is het. Daarnaast denk ik dat verslaving ook iets met erfelijkheid te maken heeft. In mijn familie kwamen en komen vrij veel verslaafden voor. Kennelijk zit er bij mij in de familie iets in de genen wat ons bevattelijker maakt voor verslavingen dan ‘normale’ mensen.”

In de Gokgroep proberen de leden erachter te komen waarom ze gokken en vooral hoe ze er vanaf komen. Ragna Stam, psycholoog, leidt samen met een maatschappelijk werker de Gokgroep. „We proberen voor de mensen in de groep inzichtelijk te maken waarom ze gokken”, zegt Stam. „Veel gokkers gokken puur voor de kick: ze krijgen een adrenalinestoot door het gokken. Het gekke van gokverslaving is dat elke gokker weet dat ze er alleen maar geld mee verliezen. En toch gokken ze. Wij proberen ze te leren dat als ze drang hebben om te gokken, ze die drang ergens anders op moeten richten, bijvoorbeeld op sporten. Ook zijn er praktische tips, zoals het inleveren van je bankpasjes bij je partner en voor alle uitgaven die ze doen bonnetjes te vragen, zodat er financiële transparantie is. Daarnaast helpt de kliniek met het saneren van de schulden.”

Na een cursus van twaalf avonden krijgen de gokverslaafden een certificaat. Dit wil echter niet zeggen dat ze genezen zijn. Naar schatting driekwart ondervindt vroeg of laat een terugval. In de groep hebben sommigen al een lang verleden van gokken en stoppen met gokken. Mohammed (34) vertelt hoe hij bijna weer zijn oude gokhal werd binnengezogen toen hij er toevallig langskwam. Na enige minuten dralen voor de hal, besloot hij een goede vriend te bellen met het verzoek hem weg te halen bij de hal. Dat lukte, maar zonder die vriend was het moeilijk geworden, geeft Mohammed toe. „Het geld brandde bijna letterlijk in mijn broekzak om in de fruitautomaat te gooien.”

    • Peter Conradi