Cadier en Keer – Withuis

Cadier en Keer-Withuis

Twee blonde paarden lopen hinnikend mee, achter de heg van hun wei. Hun lap gras loopt op, ons wandelpad volgt een holle weg omlaag. Zo komt het dat ze al snel tussen het groen door op ons neerkijken. Ze blijven ons volgen, draven vooruit en komen weer terug. Tot wij weer tot hun niveau stijgen en hun grasland daalt. Dan lopen ze ineens weg.

Op en neer, zo gaat het hier. Het land wiebelt als een cakewalk. De oude paden doen mee. Tussen richels van els en eik en meidoorn golven ze, overschaduwd door vervlochten takken die tunnels maken. Regelmatig wijken de bladerkronen langs het pad. Alsof de natuur een schilderijtje heeft opgehangen, is er ineens zicht op een akker of een bosrand. Of op een troep slanke jonge stiertjes.

Er wordt hier door velen gewandeld. Dat komt door het geslaagde wandelweer: bedekte hemel, zachte wind, fluwelen licht. Maar ook doordat Limburg de wandelaar goed doet. Het is vol van moois en groens, het wisselt bos en boerenland en dorpse schattigheid af. En of dat niet genoeg is, zijn er ook nog eens allerlei wandelroutes uitgestippeld over paden die de voeten verwennen met een vering van steenslag en zand.

„Struikelbos”, mompelt man niettemin, als hij bij een daling voor de derde keer ratelend wegglijdt over het grove grind.

Er breekt een bescheiden zon door, het wordt warm. In de bermen langs de weilanden heffen de kamillebloemen hun gele harten ten hemel. In de appel- en peergaarden hangen duizenden vruchten aan gemoedelijk plompe bomen.

Dit is een pelgrimsroute, daar wordt geen geheim van gemaakt. Op menige hoek tussen bos en akker lijdt een witgesausde Christus aan een smeedijzeren veldkruis in de struiken. De Maria’s gaan meestal schuil in een soort broedkastjes. En Santiago de Compostela is nog 2300 kilometer ver, moedigt een wegwijzer aan. Mij niet gezien. „Jou wordt dan ook niets gevraagd”, weet man.

We belanden weer in een bos, op een pad onder een steile, met klimop overwoekerde helling. Grote bomen hangen ondersteboven aan die helling, met hun takken omlaag en hun wortels klauwend in de lucht. De zwaartekracht overwon hun gebalanceer op de steilte; of een storm greep ze bij hun kruin en leerde ze mores.

Een peuterbui besprenkelt het land. Door het nat oogt het gras van een weitje zacht als dons en vervult me met vrolijke gedachten. (Buitelen; handstand; rollebollen.)

16 km. Kaarten 45 t/m 48 uit: Pelgrimspad deel 2. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2000. OV tussen Cadier en Keer (bus 50, halte Vendelstraat) en Withuis (bus 10). Overstappen in Maastricht, Centraal Station.

Cadier en Keer-Withuis
    • Joyce Roodnat