Basjmet vergeet het gevoel

Klassiek Moskou Solisten o.l.v. Yoeri Basjmet (altviool). Gehoord: 20/8 Concertgebouw.

Dat de altviool van de assepoester onder de strijkinstrumenten uitgroeide tot een prinses, is voor een belangrijk deel te danken aan het superieure spel van de Rus Joeri Basjmet, die in de tachtiger jaren de internationale podia veroverde met repertoire van Mozart tot Schnittke en Goebaidulina.

In 1992 formeerde Basjmet, een groot voorstander van het strenge Russische muziekonderwijs, zijn eerste kamerorkest met jonge landgenoten die net als hijzelf hun instrument volmaakt genoeg beheersten om boven de techniek uit te kunnen stijgen. Toen het orkest uit elkaar viel haalde de weduwe van Svjatoslav Richter, de pianist met wie Basjmet vaak kamermuziek speelde, hem over een nieuwe groep te formeren. In die versie treden de Moskou Solisten inmiddels alweer tien jaar op.

Of hij nu altviool speelt of dirigeert, voor Basjmet draait alles om de verfijning van de klank en de rijkdom aan klankkleuren. Deze bijna obsessieve focus beletten Basjmet en zijn Moskou Solisten werkelijk muziek te maken tijdens een overbeschaafde uitvoering van Stravinsky’s Apollon Musagète. Het klonk futloos en saai doordat spanningsopbouw, ritme en contrast werden gereduceerd tot de esthetische componenten van een ingetogen klankimpressie.

De jonge Russische pianiste Katia Skanova schudde alle musici wakker met haar robuuste interpretatie van het Eerste concert in c, voor piano, trompet en strijkorkest van Sjostakovitsj, waarin ook trompettist Vladislav Lavrik een uitstekende solopartij blies. Met humor, inlevingsvermogen een formidabele techniek en een overrompelende spontaniteit, wakkerde Skanova het orkest aan.

Daarna bespeelde Basjmet zijn schitterende Testore-altviool met ongeëvenaarde superioriteit in de door Levkovich bewerkte Sonate voor altviool en strijkers van Sjostakovitsj. Al bewees hij eens te meer een groot instrumentalist te zijn, muzikaal stak zijn betoog bleekjes af bij dat van Skanova en Lavrik, die nu dirigeerde.

Er volgde nog een subtiele maar bloedeloze uitvoering van Stravinsky’ s Concert in D voor strijkers, waarna Basjmet en zijn orkest tijdens de toegift toch nog een zweempje zigeunerbloed lieten horen in een woeste trojka.