Amerikaans falen toegeschreven aan dopejacht

Amerikaanse atleten – de sprinters voorop – presteren opvallend slecht bij de Spelen. Dat zou het gevolg van verbeterde en geïntensiveerde dopingcontroles.

Voormalig topsprintster Marion Jones zal in de gevangenis van het Texaanse Forth Worth ongetwijfeld hebben gezien hoe slecht haar landgenoten presteren bij de Olympische Spelen in Peking. Haar situatie mag exemplarisch genoemd worden voor de belabberde staat waarin vooral het Amerikaanse sprinten verkeert. Van alle korte nummers won alleen Dawn Harper op de 100 meter horden een gouden medaille voor de Verenigde Staten, een dieptepunt in de rijke Amerikaanse sprinttraditie. Naar de oorzaak is het gissen, tenzij de verwijzingen naar geïntensiveerde dopingcontroles hout snijden.

Buiten de Verenigde Staten is het leedvermaak groot. Eindelijk eens beperkt Amerikaans vlagvertoon, eindelijk eens geen grote monden na een zoveelste gouden medaille. De rancune zit diep bij de concurrentie, vooral uit Jamaica. Dat bleek nog maar eens op de persconferentie van de 4x100 meter estafette, die werd gewonnen – hoe kan het in Peking ook anders – door Jamaica, in een nieuw wereldrecord van 37,10. Het oude record stond met 37,40 op naam van de Amerikanen.

Op het moment dat Usain Bolt, die in Peking zijn derde gouden medaille won in zijn derde wereldrecord, werd gevraagd wat hij vond van het verwijt dat IOC-voorzitter Jacques Rogge hem maakte over zijn gedrag op de baan, pakte Asafa Powell de microfoon. „Laat mij eerst wat zeggen”, sprak de oud-wereldrecordhouder op de 100 meter. „Usain gedraagt zich altijd uitbundig, zo is hij. Hij heeft zich niet onbetamelijk gedragen, zoals meneer Rogge suggereert. En waarom worden er nu opmerkingen over gemaakt en niet toen de Amerikanen gouden medailles wonnen? Of die zich in het verleden netjes gedroegen.”

Het is duidelijk: de Jamaicanen verlangen respect nu ze op de sprintnummers de Amerikanen eindelijk de baas zijn. In hun ogen geschiedt in Peking recht, omdat er een eind zou zijn gekomen aan de dopingpraktijken van de Amerikanen. Officieel houdt iedereen zijn mond, maar onder de roos wordt in Peking door diverse bronnen verklaard, dat de strenge dopingcontroles effect sorteren. Sinds de internationale atletiekfederatie IAAF in samenwerking met de Amerikaanse antidopingorganisatie Usada de out-of-competition-testen heeft geïntensiveerd, zit de schrik er bij de Amerikaanse atleten goed in.

Daaraan hebben de recente veroordeling voor dopegebruik toe bijgedragen. Jones zit in de gevangenis wegens meineed over dopingzaken, Justin Gatlin is voor het leven geschorst en het IOC heeft kort voor ‘Peking’ het Amerikaanse team van de 4x400 de gouden medaille afgenomen die het bij de Spelen in Sydney (2000) had gewonnen. De reden: dopegebruik van Antonio Pettigrew.

Aanzet tot de schoonmaak in de Amerikaanse atletiek was de Balco-affaire. Het laboratorium van Victor Conte nabij San Francisco werd ontmanteld als leverancier van het designerdrug THG, waarvan vooral atleten van de inmiddels geschorste trainer Trevor Graham gebruik maakten. Sinds de uitbarsting van dat schandaal is de IAAF volgens een bron overgegaan tot serieuze ‘vliegende controles’ en weten atleten op maandag niet meer dat ze op vrijdag een controleur kunnen verwachten.

Maar nier alleen de Verenigde Staten werd door de IAAF op de korrel genomen, ook in landen als Rusland en Spanje is het aantal controles opgevoerd. En met resultaat, want het kan geen toeval worden genoemd, dat kort voor de Spelen zeven Russinnen van deelname werden uitgesloten.

Maar niet alleen de efficiëntere dopingcontroles verklaren het matige optreden van de Amerikaanse sprinters. Ze hebben ook pech, zoals wereldkampioen 100 en 200 meter, Tyson Gay, die bij de olympische trials aan zijn hamstring geblesseerd raakte en slecht voorbereid naar China reisde. Het gevolg: hij werd op de 100 meter in de halve finale uitgeschakeld.

Verder waren de estafetteteams in Peking erg slordig. Zowel de Amerikaanse mannen als vrouwen verspeelden op de 4x100 meter een finaleplaats door een foutieve wissel. Typerend voor Amerikanen, die altijd vertrouwen op hun snelheid en nooit veel aandacht besteden aan de wissels.

De slechte prestaties van de Amerikanen is in eigen kring hard aangekomen. Voorzitter Doug Logan van de Amerikaanse bond heeft al laten weten dat er een grondige evaluatie van de atletiekprogramma’s zal plaatshebben. Oud-sprinter Michael Johnson reageerde minder fatalistisch. „Het is een cyclus. Van 1992 tot 1997 domineerden ook anderen dan Amerikanen de sprint: de Brit Linford Christie en de Canadees Donovan Bailey.” Met ander woorden: ooit breken betere tijden aan.

In Peking geen goud voor Amerikaanse sprinters. NRC 230808 / FG / Bron: Infostrada Sports
    • Henk Stouwdam