Weer gedoe over weigeren hand

De rechter heeft twee keer de Commissie Gelijke Behandeling genegeerd. De rechter vindt dat moslims op het werk een vrouw wel de hand moeten schudden.

„Handenschudfundamentalisme.” Zo noemde Mohammed Enait gisteren het oordeel van de Rotterdamse rechtbank dat hij terecht is afgewezen voor een baan als klantmanager bij de gemeente. Dat Enait vrouwen weigert de hand te schudden, kunnen vrouwen volgens de rechtbank als ‘kwetsend’ en ‘beledigend’ ervaren. De Rotterdamse rechter legde hiermee het advies van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) naast zich neer. De CGB oordeelde eerder dat de gemeente onderscheid maakte op grond van godsdienst.

Het is de tweede keer binnen een jaar dat het schudden van handen onderwerp was van een rechtszaak. In 2006 werd een lerares ontslagen nadat zij aan haar collega’s had laten weten geen handen meer te willen schudden vanwege haar geloof. De 23-jarige leerkracht en moslima was indertijd in dienst van het Utrechtse Vader Rijn College en deed haar beklag bij de CGB, die de school in het ongelijk stelde. Maar ook in deze zaak nam de rechtbank vorig jaar het advies van de commissie niet over en stelde de school in het gelijk.

Marc Hertogh, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, was verantwoordelijk voor de laatste evaluatie van de Wet Gelijke Behandeling in 2006. Hij noemt het „fascinerend” dat een rechtbank voor de tweede keer het advies van de CGB naast zich neerlegt in een ‘handenschud’ zaak. „De ophef waar het oordeel van de CGB vorig jaar toe leidde, geeft al aan dat de samenleving kritisch kijkt naar de uitspraken van de commissie.”

Volgens Hertogh raakt het maatschappelijk draagvlak voor de oordelen van de commissie in het geding als die te veel commotie veroorzaken. „Rechters zijn terughoudend in hun uitspraken over de commissie, maar het is zeker dat sommigen zich niet kunnen vinden in hun oordelen.”

Mohammed Enait, zelf jurist, liet gisteren weten in beroep te willen gaan tegen de uitspraak. Voor hem is zijn afwijzing een principiële kwestie die hij desnoods wil uitvechten tot het Europese Hof aan toe. Volgens Gareth Davies, hoogleraar Europees recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is het niet onwaarschijnlijk dat Enait de zaak zou winnen als hij zich tot het Europese Hof van Justitie zou wenden. „We zijn het er allemaal over eens dat er vrijheid van godsdienst moet zijn en dat er soms goede redenen zijn die vrijheid in te perken. Maar er lijkt nu een tendens aan de gang te zijn dat als iemand iets doet wat de meerderheid als onprettig ervaart, dit al genoeg reden is om zijn rechten in te perken.”

Davies zegt dat deze uitspraak zou betekenen dat godsdienstvrijheid alleen van kracht is binnen de kaders van wat de meerderheid prettig vindt, terwijl het recht op godsdienstvrijheid juist betekent dat individuen kunnen ontsnappen aan de „dictatuur van de meerderheid”. Volgens Davies gaan „Europese wetten boven de Nederlandse wetten als het gaat om gelijke behandeling.”

Ook in de politiek heeft het weigeren tot handenschudden door moslims al veel stof doen opwaaien. Rita Verdonk, de toenmalige minister van integratie, liet in 2004 haar ongenoegen blijken toen de Tilburgse imam Ahmad Salad weigerde haar hand te schudden toen zij een bezoek bracht aan zijn moskee.

In Amsterdam stapten in eind juni drie deelraadsleden van het stadsdeel Slotervaart uit de PvdA fractie. Met hun actie protesteerden zij tegen stadsdeelvoorzitter en partijgenoot Ahmed Marcouch, die burgemeester Job Cohen steunde in zijn uitspraak dat het geen probleem is als straatcoaches vrouwen de hand niet willen schudden. Cohen deed de uitspraken nadat drie streng religieuze straatcoaches weigerden de assistente van wethouder Lodewijk Asscher een hand te geven. De drie stadsdeelraadsleden eisten in een motie het ontslag van de straatcoaches. Die motie werd verworpen.

    • Willemien Veldman