Twee superieure geesten bijeen

Zij vond hem fysiek onaantrekkelijk en overdreven in zijn avances. Toch zwichtte de schrijfster Germaine de Staël voor ‘de weergaloze geest’ van collega-schrijver Benjamin Constant. Hun huwelijk werd verbroken, hun relatie bleef.

Germaine de Staël op een ingekleurde gravure (foto) en Benjamin Constant, geschilderd door Hercule de Roche Foto’s Ullstein Bild en Roger Viollet MADAME de STAEL (1766-1817). Anne-Louise-Germaine de Stael, nee Necker. French writer: steel engraving, English, 1836. Ullstein bild

Renee Winegarten: Germaine de Staël & Benjamin Constant. A Dual Biography. Yale University Press, 320 blz. € 30,–

Op 15 mei 1798 stuurde de schrijver en politiek denker Benjamin Constant vanaf zijn landgoed Hérivaux, vlakbij Parijs, een zeer uitvoerige brief aan zijn tante, waarin het feitelijk maar om één ding draaide. De auteur was op zoek naar een echtgenote: ‘Ik heb een vrouw nodig om vrij te zijn, om gelukkig te zijn’. Zijn toekomstige bruid hoefde maar aan een paar voorwaarden te voldoen: ze moest afkomstig zijn uit Zwitserland (net als Constant zelf), hoogstens zestien jaar oud zijn, over een representatief voorkomen beschikken en er een eenvoudige, ordelijke levensstijl op na houden. ‘Wat haar karakter aangaat, dat laat ik aan u over’, liet hij zijn tante weten, ‘maar wat intellect betreft, daarmee heb ik het wel gehad’.

Die laatste opmerking was overduidelijk een sneer aan het adres van Constants vriendin en minnares, de uiterst intelligente, beroemde en rijke schrijfster Germaine de Staël. De relatie tussen deze twee grote namen uit de politieke, culturele en intellectuele geschiedenis van postrevolutionair Frankrijk, wordt door de literatuurhistorica Renee Winegarten in Germaine de Staël & Benjamin Constant. A Dual Biography onder de loep genomen. Zij schreef de eerste volwaardige dubbelbiografie van het paar en laat hen daarbij vaak zelf aan het woord aan de hand van citaten uit (gepubliceerde) dagboeken, brieven en andere egodocumenten.

Benjamin Constant (1767-1830) had Madame de Staël (1766-1817) vier jaar eerder, in 1794, leren kennen. Hij was onmiddellijk diep van haar onder de indruk en beschreef haar aan zijn hartsvriendin Madame de Charrière (in Nederland bekend als de schrijfster Belle van Zuylen) vlak na die eerste ontmoeting als een ‘superieur wezen, waarvan men er in honderd jaar maar één tegenkomt’.

Minnaar

Hoewel De Staël op haar beurt grote bewondering had voor Constants scherpe geest en buitengewone intelligentie, kon ze hem aanvankelijk niet als potentiële minnaar serieus nemen – ze vond hem fysiek onaantrekkelijk en overdreven in zijn avances: ‘Meneer Constant heeft een onbeschrijfelijke passie voor mij opgevat, wat hem van zijn enige charme heeft beroofd: een weergaloze geest’.

Constant uitte zijn hartstocht inderdaad in grote, dramatische gebaren: hij beukte zijn hoofd tegen de schoorsteenmantel als De Staël hem vroeg haar appartement te verlaten. En tijdens een logeerpartij op haar Zwitserse landgoed Coppet nam hij een overdosis opium en eiste dat Germaine hem in zijn laatste levensuur zou bijstaan (de ‘mislukte’ zelfmoordpoging was een verleidingsstrategie die Constant al eens eerder had ingezet). Uiteindelijk had Constants onophoudelijke hofmakerij succes: in 1796 kregen hij en De Staël een liefdesrelatie die, met onderbrekingen, meer dan vijftien jaar zou duren.

Constant en De Staël hadden, naast een superieure geest en liberale denkbeelden, een aantal dingen gemeen. Ze waren beide afkomstig uit gegoede Zwitserse families, al voelden ze zich allebei meer verwant aan Frankrijk en de Fransen. Bij hun ontmoeting waren beiden achter in de twintig en gehuwd. Constant lag inmiddels in scheiding van zijn vrouw, die hij tijdens zijn eerdere verblijf aan het hof van de hertog van Brunswijk had getrouwd; De Staël leefde vrij onafhankelijk van haar echtgenoot, de Zweedse ambassadeur in Parijs.

Scherpe tong

Er waren ook grote verschillen. Germaine bewoog zich met gemak in de Parijse beau monde, waar ze bekend stond om haar kritische blik en scherpe tong (‘Mijn leven behoort toe aan mijn vrienden, maar mijn meningen zijn van mij’, zou ze ooit opmerken). Dankzij het vermogen van haar vader, bankier Jacques Necker, minister van Financiën onder Lodewijk XIV, hoefde ze zich over haar inkomsten geen zorgen te maken. Dat lag voor Constant anders – hij verkeerde steeds in geldzorgen en zijn goklust maakte het er niet beter op.

Genoot Germaine een reputatie als briljante schrijfster van onder meer Réflexions sur le procès de la reine (1793) en De l’influence des passions sur le bonheur des individus et des nations (1796), Benjamins talenten waren nog nauwelijks ontdekt. De Staël zag ze wel en zette zich in de daaropvolgende jaren zowel moreel, intellectueel als financieel volledig in voor Constants toekomstige positie als vooraanstaand schrijver, denker en politicus in het Frankrijk van na de Revolutie. In haar Parijse salon ontmoetten alle grote geesten van die tijd elkaar en kon Constant zich als één van hen profileren.

De lange zomermaanden van 1798 en 1799, toen zij zich uit het drukke sociale leven terugtrokken en samenleefden op hun respectievelijke landgoederen in Zwitserland en Frankrijk, waren periodes van enorme intellectuele creativiteit, van wederzijdse samenwerking en inspiratie.

Zowel Germaine als Benjamin zagen aanvankelijk in de persoon van Napoleon Bonaparte iemand die de beloften van de Revolutie alsnog waar zou kunnen maken. Constant kon zijn politieke ambities kwijt in het Tribunaat (wetgevend orgaan na de Franse revolutie,red.), een positie die hij al snel verloor naarmate Napoleon zich als alleenheerser manifesteerde. De Staël formuleerde tijdens de avonden in haar salon onversneden kritiek op de zelf verkozen Keizer, wat haar in 1803 op verbanning uit Parijs kwam te staan.

De liefde tussen Constant en De Staël raakte in de jaren daarna steeds meer bekoeld. Beiden hadden relaties met anderen, al lag daar het probleem niet zozeer. Vooral Constant beklaagde zich in zijn dagboek over het feit dat hij zich gevangen voelde in de relatie met De Staël, waarin hij een ondergeschikte rol speelde, seksueel niet aan zijn trekken kwam en financieel niet onafhankelijk was. Maar een definitieve breuk met Germaine zou hem haar uiterst nuttige netwerk en contacten kosten. Hoe belangrijk die waren bleek bijvoorbeeld uit hun bezoek aan Weimar, in 1803-1804, waar Constant dankzij een introductie van De Staël kennismaakte met Goethe en Schiller.

Strijd

In 1809 trouwde Constant in Parijs met Charlotte von Hardenberg, die hij ooit in Brunswijk had leren kennen. Hij reisde direct door naar Coppet, waar hij met De Staël hun financiële zaken regelde. ‘Nu de strijd eindelijk over is’, schreef hij aan een goede vriend, ‘zal het niet aan mij liggen als zich hieruit geen liefdevolle en lange vriendschap ontwikkelt’.

Inderdaad logeerde hij in de zomer van 1809 een maand bij De Staël. Opnieuw bleek weer hoe uiterst vruchtbaar hun intellectuele samenwerking kon zijn: tijdens die zomer legde zij de laatste hand aan het invloedrijke De l’Allemagne, waarvoor het idee tijdens hun reis in Duitsland van 1803 was ontstaan. Haar vergelijking van het romantische, gevoelsrijke Duitsland met het classicisme van het rationele Frankrijk werd op last van Napoleon verboden, maar na diens dood vele malen herdrukt.

Winegarten schreef een biografie met veel oog voor detail en voor haar hoofdrolspelers. Het is wel duidelijk dat zij meer sympathie kan opbrengen voor de temperamentvolle Germaine de Staël, over wie zij in 1987 al een korte biografie publiceerde, dan voor de meer berekenende Constant. Het werk van beide auteurs komt relatief weinig aan bod, behalve in een hoofdstuk over De Staëls Corinne en Constants Adolphe – semi-autobiografische romans waarvoor beide auteurs hun intensieve verhouding als inspiratiebron benutten.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Mme de Staël

In de bespreking Twee superieure geesten bijeen (Boeken, 22 augustus, pag. 9) staat dat de vader van Mme De Staël minister van Financiën was onder Lodewijk XIV. Bedoeld was Lodewijk XVI.