Somalische zeerovers tarten internationale tegenmaatregelen

Somalische piraten hebben in 48 uur tijd vier schepen gekaapt, dieptepunt in een gewelddadige trend. Een recente VN-resolutie heeft nog geen enkel effect.

Vier gekaapte schepen in 48 uur, de piraten voor de kust van Somalië hebben twee vruchtbare dagen achter de rug. Gisteren werden een Iraanse bulkcarrier, een Japanse tanker en een Duits vrachtschip met geweld overmeesterd in de Golf van Aden. Woensdag al werd een Maleisische tanker gekaapt. In totaal 96 zeelieden worden nu gegijzeld.

„Ongekend, een record”, noemt Noel Choong, hoofd van het ‘piraterijcentrum’ van het in Kuala Lumpur gevestigde Internationaal Maritiem Bureau, de hausse aan kapingen. De zeeën rond Somalië behoorden al tot de gevaarlijkste ter wereld, maar dit jaar lijken de remmen definitief los. Sinds januari zijn voor zover bekend meer dan dertig schepen aangevallen, een evenaring van heel vorig jaar toen al sprake was van een verdrievoudiging ten opzichte van 2006.

De sterke groei van het aantal overvallen en de grote brutaliteit – de Iraanse bulkcarrier werd gisterochtend langdurig beschoten – bewijzen dat recente maatregelen van de internationale gemeenschap tegen de Somalische zeerovers weinig effect sorteren. In juni nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan die marineschepen uit andere – lees: westerse – landen het recht geeft „met alle noodzakelijke middelen” achter piraten aan te gaan. Desnoods tot in de territoriale wateren van Somalië. De piraten kapen schepen doorgaans in internationale wateren en dirigeren ze vervolgens naar de kust omdat ingrijpen daar moeilijk is.

VN-resolutie 1816 stelt in de praktijk echter nog niet veel voor omdat vrijwel geen enkel land fregatten beschikbaar stelt om actief op piraten te jagen. Een Canadees fregat escorteert momenteel schepen van het VN-voedselprogramma tussen Kenia en Somalië – Nederland deed dit eerder – maar de VN-schepen worden niet snel in de steek gelaten. Gisteren is wel speciaal een oorlogsschip op pad gestuurd dat deel uitmaakt van het multinationale vlootverband van anti-terreuroperatie Enduring Freedom. Maar zelfs als dat contact maakt met een van de gekaapte schepen zijn de mogelijkheden beperkt. Gewapend ingrijpen creëert risico’s voor opvarenden en daar zijn rederijen huiverig voor.

Rederijen betalen liever het losgeld waar het de piraten om te doen is. Een stilzwijgende betaling moet slachtoffers voorkomen maar ook negatieve media-aandacht en premieverhoging door transportverzekeraars. Dat laatste lukt overigens niet, de premies voor vervoer door de Golf van Aden zijn dit jaar al verhoogd vanwege de vele kapingen. Veel effect heeft dat weer niet want de nauwe zeestraat moét wel genomen worden op weg naar het Suezkanaal. Het betalen van losgeld moedigt piraten intussen vermoedelijk alleen maar aan, en zo is de Hoorn van Afrika nu de achilleshiel van het internationale zeetransport.

De zeeroverij ontstond na het einde van de dictatuur in Somalië in 1991. Clanleiders en opstandelingen legden contact met verarmde vissers die in het machtsvacuüm met piraterij begonnen. Met de losgeldinkomsten wordt nu het geweld in Somalië mede gefinancierd. De piraterij nam af tijdens het harde bewind van islamitische rebellen in 2006; na hun verdrijving brak definitief anarchie uit.

Weblog over piraterij bij Somalië op nrc.nl/zeerovers

    • Mark Schenkel