Sartre op vrijersvoeten

Parijs 25/44, de nieuwe beeldroman van Dick Matena Matena, Dick

De student Jean-Paul Sartre is vijftien, hij heeft zijn hart verloren aan Eva die, geterroriseerd door een meedogenloze pooier, in een bordeel werkt. Ze wil er een eind aan maken door in de Seine te springen maar wordt op het nippertje van die wanhoopsdaad weerhouden door de Amerikaanse journalist Ernest Hemingway. Eva wordt gereclasseerd tot dienstmeisje, Jean-Paul blijft haar achtervolgen en dan wordt hij door haar ingewijd in de diepste geheimen van de liefde.

Zo ongeveer begint Parijs 25/44, de nieuwe beeldroman van Dick Matena. Of moeten we het ‘beeldfaction’ noemen, fictie met de allure van feitelijkheid. Sartre en Hemingway hebben elkaar nooit ontmoet. Naarmate het verhaal zich verder ontwikkelt, wordt het steeds duidelijker dat dit geheel aan de verbeeldingskracht van de tekenaar/schrijver is ontsproten. Op een feestje bij Gertrude Stein plakt Salvador Dali een smakelijk uitziende, nog niet aangeroerde salade tegen de muur en verklaart dat dit zijn nieuwste kunstwerk is. Later wordt Hemingway door Dali uitgedaagd tot een duel, maar dat is voor de Spanjaard niet genoeg. James Joyce moet ook met het rapier aantreden. Het slot is dat Dali door Hemingway met een rechtse directe wordt geveld.

Tot zover een paar snapshots uit dit verhaal. We komen de voornaamste beroemdheden uit de Jazz Age, de Roaring Twenties tegen. Francis Scott Fitzgerald en zijn vrouw Zelda, Alice B.Toklas, Ezra Pound, noem ze maar op. De kopstukken van de Lost Generation. Meer kan ik er niet over zeggen. Parijs 25/44 ontvouwt zich als een klassiek melodrama; de helden gedreven door de laagste hartstochten of de nobelste motieven. Verrassende wendingen en een onvermoede ontknoping. Hoe verder de lezer/kijker vordert, hoe meer de spanning toeneemt. In zijn genre is Parijs 25/44 een meesterwerkje.

Welk genre? Dick Matena heeft naam gemaakt door Reve’s De avonden te verbeelden. Dat is geen beeldroman in de gebruikelijke zin van het woord. Het is een symbiose van beeld en tekst, het beeld roept op zijn eigen manier de melancholie van de eerste jaren na de oorlog op. Op dezelfde manier heeft Matena de roman van Willem Elsschot, Kaas!, tot een eenheid van woord en beeld gemaakt. Ik lees en kijk, en ik denk: het klopt. In dit opzicht is Parijs 25/44 anders. De tekenaar heeft zijn eigen verhaal geschreven. In de intrige hebben de teksten een andere functie. Ik heb ook het gevoel dat Matena en passant met een paar reputaties uit dit tijdvak afrekent. Mijn zegen heeft hij. En afgezien daarvan: het moeten mooie jaren geweest zijn daar in Parijs.