Russische opstelling is juist heel meegaand

Tekening Stephff Beeldtaal : Rusland versus Georgie Stephff

De NAVO- en de EU-diplomatie lijkt nergens op. De afgelegde verklaringen gaan voorbij aan de feitelijke gebeurtenissen ‘op de grond’. Dat was anders onmiddellijk nadat Georgische troepen de afvallige provincie Zuid-Ossetië waren binnengetrokken. Toen spraken Europese diplomaten – die niet geïdentificeerd, maar wel publiekelijk geciteerd wilden worden – van een Georgische miskleun die negatieve gevolgen zou hebben voor een eventueel NAVO-lidmaatschap van deze voormalige Sovjetrepubliek. Op de NAVO-top in Boekarest van april dit jaar was al gebleken dat niet alle lidstaten over dat lidmaatschap enthousiast waren. Na het jongste Georgische wapengekletter leek dat nu voorgoed van de baan.

De slimste onder deze anonieme zegslieden riep het schrikbeeld op van de consequenties van de Russische reactie als Georgië al NAVO-lid zou zijn geweest. Dan was het bijstandsartikel 5 uit het Atlantisch Verdrag in werking getreden en was een gewapend conflict met Rusland praktisch niet meer te vermijden geweest.

Intussen had de EU onder Frans voorzitterschap een goede start. De strijdende partijen dienden volgens president Sarkozy allereerst het wapengeweld te stoppen en terug te keren naar hun uitgangsposities. Geen partij kiezen en de vechtenden scheiden is het logische begin van iedere bemiddeling. De Fransen produceerden een uitgebalanceerde overeenkomst waaronder zij de handtekeningen verkregen van de presidenten van Georgië en Rusland.

Maar problemen ontstonden toen president Bush zich in de zaak mengde en op hoge toon eiste dat het Kremlin de territoriale integriteit van Georgië diende te respecteren. Dat betekende niet alleen Russische terugtrekking uit het Georgische Georgië, maar ook uit gebieden met een niet-Georgische bevolking. En het waren juist de Zuid-Osseten die om te beginnen de Georgische furie over zich heen hadden gekregen.

De Russen namen daarop de positie in dat de veiligheid van de minderheden in Georgië hun aanwezigheid nog even noodzakelijk maakte. Tenslotte waren zij al sinds de burgeroorlogen van begin jaren negentig als erkende vredesmissionarissen in de omstreden gebieden aanwezig.

De afgelopen dinsdag afgelegde verklaring van de NAVO-ministers rept niet van de Georgische verantwoordelijkheid voor het oplaaiende geweld. Het land krijgt, alsof er niets is gebeurd, een commissie die het zal begeleiden naar het lidmaatschap van de Atlantische organisatie. Tot het zover is zal het Partnership for Peace met Georgië het samenwerkingsverband met de NAVO blijven. Rusland krijgt daarentegen te horen dat de alliantie ernstig de gevolgen van de Russische acties weegt voor de betrekkingen tussen de NAVO en Rusland. Verwijzend naar de in 2002 opgerichte NAVO-Rusland Raad wordt opgemerkt dat ‘we niet kunnen voortgaan met business as usual’. Rusland zal van nu af aan zijn beste beentje moeten voorzetten.

Als de ministers, in Brussel bijeen, iets verder in het verleden hadden gekeken dan een week of wat geleden, waren ze mogelijk tot andere conclusies gekomen. Poetin heeft zich, anders dan algemeen wordt voorgesteld, zeer meegaand gedragen en hij heeft veel geslikt. Bush heeft anderzijds dit alles stelselmatig verdonkermaand.

Aan de wortel van het conflict met Rusland ligt immers de politiek van uitbreiding van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. De NAVO heeft sinds de jaren negentig haar tentakels in oostelijke richting uitgestrekt. Aanvankelijk voormalige satellietlanden in Midden-Europa, maar later ook voormalige Sovjetrepublieken werden tot de in aanleg westerse organisatie toegelaten, om te beginnen in het voorgeborchte van het Partnership for Peace, vervolgens als volwaardig lidmaat. Het vooruitzicht van het verschijnen van de NAVO via het lidmaatschap van Oekraïne en Georgië aan de Russische zuidgrens en in de Zwarte Zee heeft het Kremlin eerst recht de dampen aangedaan.

Daar komen nog andere provocaties bij. Washington heeft het Amerikaans-Russische verdrag over de uitbanning van antiraketraketten (van 1972) eenzijdig opgezegd. Daarna is het begonnen aan de plaatsing in Polen en Tsjechië van een verdedigingsschild tegen inkomende raketten. De Amerikaanse uitleg dat het hier gaat om afweer van projectielen afkomstig uit Iran, is niet geloofwaardig. Het Kremlin heeft de plaatsing van het begin af onderkend voor wat het is: een onderdeel van de Amerikaanse opmars naar Ruslands grenzen. De plaatsingslanden willen er dan ook (onterecht) een garantie in zien voor hun eigen veiligheid jegens hun machtige oosterbuur. De lang opgehouden Poolse ondertekening van de plaatsingsovereenkomst viel niet toevallig samen met het conflict over Georgië.

De inval in Zuid-Ossetië kan niet zonder instemming van Washington zijn gebeurd en diverse tekenen wijzen er op dat Saakasjvili hiertoe is aangemoedigd.

Tegelijk wordt in de Verenigde Staten door met de routines van de zittende regering vertrouwde analisten gespeculeerd dat dit te maken heeft met binnenlands politiek manoeuvreren teneinde bij de komende presidentsverkiezingen de Republikeinse kandidaat te bevoordelen.

Het wordt steeds duidelijker dat het ontbreken van een doordacht collectief Europees buitenlands beleid, niet beïnvloed door Amerikaans drijven, ons continent in grote problemen zal kunnen brengen. Anders dan in de Amerikaanse politiek zijn er geen Europese partijen die baat menen te hebben bij een nieuwe Koude Oorlog. De theorie, destijds door de regering-Clinton gelanceerd, dat de NAVO zorgt voor stabiliteit in een historisch omstreden gebied, is omgekeerd aan de werkelijkheid. Maar de mogelijkheid dat onverantwoordelijk en onvoorzichtig handelen Europa zou opbreken stond in Brussel deze week niet op de agenda.

Jan Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon