Reisboeken

In een lezenswaardige recensie van twee reisboeken, waaronder mijn Naar de rand van de kaart (Boeken, 08.08.2008), maakt Kester Freriks even een uitstapje naar het (oudere) werk van Cees Nooteboom. `Reizen, zoals Nooteboom dat deed, was een eenzaam avontuur`, stelt Freriks. En hij contrasteert dat met mijn scheepsreis langs een reeks afgelegen eilanden waarbij ik natuurlijk niet de enige passagier aan boord was.

Nu ben ik ook altijd een fan van Nootebooms proza geweest, maar ik herinner mij dat er in het verleden juist over de eenzaamheid van diens reizen enige discussie is geweest. In mijn archiefkast vond ik algauw Chris van der Heijdens bespreking van Nootebooms Spanje-boek De omweg naar Santiago (VN, 25.07.1992). Daarin spreekt de recensent er zijn verbazing over uit dat Nooteboom geen enkele keer melding maakt van de mensen die hem steeds vergezelden: fotograaf Eddy Posthuma de Boer en vriendin en fotograaf Simone Sassen. Van der Heijden vindt dat de geloofwaardigheid van de tekst wordt aangetast `wanneer een schrijver zich voordoet als een eenzame figuur die reizend mijmert en leest, wandelt en treurt, terwijl hij eigenlijk met zijn vriendin gewoon ,,gezellig” op pad is`.

Van een reiziger met een `romantisch levensgevoel`, zoals Nooteboom, verwacht je inderdaad dat hij in zijn eentje op stap is. Maar wie weet wordt dat levensgevoel juist wel verdiept en aangescherpt door de aanwezigheid van anderen. De mijmeringen van Slauerhoff, staande op een scheepsdek, werden ook niet minder melancholiek door de aanwezigheid van andere opvarenden.

Overigens kun je niet zomaar op Bouvet, het meest afgelegen eiland ter wereld, landen. Daar is een expeditieschip voor nodig. Wie zich daarop inscheept, heeft automatisch met een groep en dus met het groepsproces te maken.

    • Gerrit Jan Zwier. Zuidhorn