Pooiers kunnen een harde aanpak verwachten

De overheid liet jarenlang mensenhandelaren in de prostitutie hun gang gaan.

Dat moet anders, vindt pg Herman Bolhaar. Maar hoe zit het met de privacy?

Mensenhandelaren kunnen al jaren hun gang gaan in de prostitutie, zoals hier op de Amsterdamse Wallen. Justitie wil daar snel een einde aan maken. Foto Maurice Boyer Peeskamertjes op het Oudekerksplein Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080115 Boyer, Maurice

De aanpak van straatpooiers en vrouwenhandelaren in de gelegaliseerde prostitutie schiet tekort. Daarom gaat het Openbaar Ministerie (OM) de fiscus en gemeenten op grote schaal informatie verstrekken uit vertrouwelijke strafrechtelijke dossiers over mensenhandel. Daarmee kunnen gemeenten straatpooiers buurtverboden opleggen en kan de fiscus witwaspraktijken en belastingontduiking eerder aanpakken. Het OM gaat regionaal elf ‘informatieofficieren’ aanstellen. Die krijgen de bevoegdheid om informatie uit strafdossiers uit te wisselen met bijvoorbeeld de fiscus.

Aanleiding voor de maatregelen is de onlangs gepresenteerde rapportage ‘Schone schijn’ van de nationale recherche over het ‘Sneeponderzoek’ (zie inzet). Daaruit bleek dat uitgerekend in de gelegaliseerde raamprostitutie mensenhandelaren en pooiers de afgelopen jaren hun gang konden gaan. In onder meer Utrecht, Amsterdam en Alkmaar opereerde een Turkse maffiabende nagenoeg ongestoord met honderden slachtoffers achter de ramen. Vrouwen werden uitgebuit, moesten borstvergrotingsoperaties en abortussen ondergaan, werden afgeranseld met honkbalknuppels en kregen tatoeages met namen van de pooiers.

Vorig jaar stonden zo’n 120 vrouwen op de ‘slachtofferlijst’ van het rechercheteam dat de Sneepzaak onderzocht. Het is het topje van de ijsberg, is de analyse van politiedeskundigen. In werkelijkheid werken in Nederland mogelijk 4.000 vrouwen onder dergelijke omstandigheden.

De Amsterdamse politie wist al in 1998 van die maffiabende op de Wallen, maar ondernam niets. De betrokken gemeenten hadden de wanpraktijken niet in de gaten, ondanks tal van controles. Ook aan de fiscus, de arbeidsinspectie en de vreemdelingendiensten gingen de signalen van uitbuiting en vrouwenhandel voorbij. Procureur-generaal Herman Bolhaar van het landelijk college van procureurs-generaal is voorzitter van de ‘taskforce bestrijding mensenhandel’. Hij zegt: „Die maffiapraktijken zijn moeilijk te herkennen. En slachtoffers zelf hebben vaak tegenstrijdige belangen. Het is niet voor niets dat aangiftes vaak worden ingetrokken en dat de vrouwen hun eigen slachtofferrol gewoon ontkennen.”

Inzicht in die praktijken is een eerste vereiste. Maar als er zaken op de plank blijven liggen?

Bolhaar: „Dan heb je onvoldoende zicht op wat er werkelijk aan de hand is. Niet alleen bij de politie of het OM. Dat geldt ook voor de betrokken gemeenten, de vreemdelingendiensten of de fiscus. We analyseren nu die zaken. Waarom zijn ze blijven liggen? Hoe zwaar zijn ze en wat kunnen we er vervolgens mee? Want deze materie los je niet op met simpele antwoorden. Je kunt niet even wat extra officieren binnenrijden die het oplossen. Alleen samenwerking met andere overheidsinstanties kan werken.”

Wat gebeurt er dan wel?

„Je wilt in de opsporing en de handhaving weten wie waarvoor verantwoordelijk is. En hoe je elkaar maximaal én zo snel mogelijk kunt informeren. En bezien of de interne organisatie beter kan. Wij gaan in alle elf regioparketten seniorofficieren inzetten die in mensenhandel gespecialiseerd zijn. Het worden informatieofficieren met goede netwerken bij politie en lokaal bestuur en met informatie over de branche zelf. Broodnodig, want er komt nog een aantal grote zaken aan op het gebied van mensenhandel en geweld.”

Hoe voorkom je dat de controleurs, het lokaal bestuur of de fiscus, de andere kant blijven opkijken?

„Door vroegtijdig informatie te verstrekken. Bijvoorbeeld aan de fiscus en het lokaal bestuur. Zodat ze beter toegerust panden kunnen controleren. Met Amsterdam, Alkmaar en Utrecht hebben we inmiddels goede ervaringen. Daar lukt het steeds beter en ben je elkaar van dienst als het gaat om bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek naar de integriteit van ondernemers. Met Amsterdam stemmen we dat steeds vaker af. Weten we over en weer welke informatie wel of niet relevant kan zijn en welke juridische valkuilen er zijn? Dat gaat elders ook lukken. Want ik heb nog niemand aan de telefoon gehad met de mededeling dat onze bevindingen in die rapportage overdreven waren.”

Het gaat ook om privacygevoelige dossiers. Kan het juridisch allemaal?

„Het gaat om het uitwisselen van vertrouwelijke informatie. En dat kan botsen met privacywetgeving. Ook dat zijn we nu zorgvuldig in kaart aan het brengen. Daar overleggen we zonodig over met het College Bescherming Persoonsgegevens. Ik ga niet op voorhand zeggen dat we geen juridische obstakels zullen tegenkomen. Maar we zien in de praktijk wel wat mogelijk is en waar we tegenaan lopen. En of we dan vervolgens bij het ministerie aan de bel moeten trekken om daar iets aan te doen.”

Zonder klanten geen gedwongen prostitutie. Komt er nog een strategie om de hoerenloper aan te pakken?

„Als je de aanpak sluitend en effectief wil maken, moet je ook naar de klant kijken, zeker als die klant onderdeel van het probleem is. Kijk naar de rol van de klant bij kinderporno. Maar het gaat erom de prostitutiebranche controleerbaar en transparant te maken. Klanten die bewust gebruik maken van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel, zijn nu al strafbaar. Als straks alle prostituees vergunningplichtig zijn, kunnen klanten die prostituees zonder vergunning bezoeken ook strafbaar gesteld worden. Als stok achter de deur, of als gedragsbeïnvloedende maatregel.”

Lees ook het commentaar ‘Bordeelwet mislukt’, pagina 19

    • Jos Verlaan