Opnieuw de strijd gewonnen

Door leukemie leerde Maarten van der Weijden alles in zijn leven stap voor stap te doen.

Nu is de zwemmer olympisch kampioen.

Marathonzwemmer en ex-kankerpatiënt Maarten van der Weijden: „Ik heb zoveel geworsteld in het leven. Om 7,5 jaar later zo’n overwinning te halen is ongelooflijk.” Foto AP Maarten van der Weijden, of the Netherlands, stands on the podium during a medal ceremony for the men's swimming marathon at the Beijing 2008 Olympics in Beijing, Thursday, Aug. 21, 2008. (AP Photo/Gregory Bull) Associated Press

Stap voor stap had marathonzwemmer Maarten van der Weijden zijn tien kilometer bekeken. Afwachten, kalm blijven, niet te ver vooruitkijken. Net als hij destijds deed in het ziekenhuis, waar hij werd behandeld voor leukemie. Gisterochtend, ruim zeven jaar nadat de ziekte bij hem werd vastgesteld, won Van der Weijden op de roeibaan van Shunyi Olympic Park een gouden medaille op de eerste olympische zwemmarathon.

Nadat hij als eerste had aangetikt hees hij zijn lange, vermoeide lichaam uit het water. Hij stak een vinger omhoog om de mooiste zege sinds zijn genezing te vieren. Hij schreeuwde het niet uit en hij werd niet gek. Op de eerste de beste plek ging hij zitten: het podium, waar hij een uurtje later zijn medaille zou krijgen. De stromende regen en de juichkreten van de Nederlandse zwemploeg, een euforisch dansende Pieter van den Hoogenband voorop, drongen nauwelijks tot hem door.

„Ik heb zoveel geworsteld in het leven”, zei hij naderhand. „Om zevenenhalf jaar later zo’n overwinning te halen is ongelooflijk.” Maarten van der Weijden wierp zich na zijn onverwachte genezing, in 2003, op als ambassadeur van ex-kankerpatiënten, om de boodschap uit te dragen dat de ziekte „lang niet altijd het einde betekent” en dat je na kanker zelfs wereldkampioen kunt worden. Gisterochtend voegde hij daaraan toe: „En olympisch kampioen.”

Dat hij dat deed op een van de zwaarste disciplines van de Spelen, een fysieke en mentaal afmattende strijd van bijna twee uur in open water, zal zijn verhaal alleen maar verder verspreiden.

Niet alleen zijn ploeggenoten en zijn coach, oud-wereldkampioen Marcel Wouda, waren gisterochtend emotioneel van blijdschap over de prestatie van Van der Weijden. De twee tegenstanders die hij vlak voor de finish achterhaalde, de Duitser Thomas Lurz en de Brit David Davies, hadden geen aansprekender kampioen kunnen bedenken. „Hij is een geweldige ambassadeur voor de sport en een waardig kampioen”, zei Davies. „Ik heb na de race tegen Maarten gezegd dat ik heel erg trots op hem ben. Hij heeft een ongelooflijk verhaal. Hij inspireert heel veel mensen, en zeker ook mij. Wat hij heeft gepresteerd, is fenomenaal.”

Dat vond ook coach Wouda. „Dit is geweldig, het is een heel bijzondere jongen met een bijzonder levensverhaal. Het is zijn moment, hij moet er van genieten.”

Van der Weijden kreeg in de zwemwereld niet alleen bekendheid als de man die zijn ziekte overwon en terugkeerde in de top, zijn bijzondere voorbereiding op de Spelen trok ook veel bekijks. Sinds januari van dit jaar bracht de wiskundestudent zo’n veertien uur per dag door in een speciale hoogtetent, waarin zuurstof tot vierduizend meter kan worden nagebootst: tien uur ’s nachts en vier uur overdag. Wouda: „Je algemene conditie is doorslaggevend in het eindresultaat.” „Het verblijf op hoogte stimuleert je basisconditie enorm.”

Van der Weijden verliet zijn ‘hoogteverblijf’ 28 uur voor zijn race. Vanaf het moment dat hij gisteren in de stromende regen in het water lag, verliep de race volgens zijn plan. Hij nestelde zich de eerste drie ronden achterin de kopgroep en schoof in de slotkilometers naar voren. De laatste kilometer was voor hem; hij wist dat hij de snelste was in de ‘eindsprint’. Honderd meter voor de finish nam hij de kop van Davies over. Hij had uiteindelijk, na 1 uur, 51 minuten en 51,6 seconden, precies 1,5 seconde voorsprong op de Welshman. „Een superrace”, vatte Wouda het samen.

De 27-jarige Van der Weijden trok na afloop verschillende parallellen tussen de ziekte die hem zeven jaar geleden overviel en zijn race. „Dankzij een stamceltransplantatie ben ik hier nog”, zei hij gisteren. Een kuiltje en een bult op zijn kale schedel zijn de zichtbare gevolgen van een hersenoperatie die hij onderging.

Fysiek is de 2,02 meter lange zwemmer niet in het nadeel ten opzichte van concurrenten. Mentaal heeft hij waarschijnlijk een voorsprong. „Leukemie heeft mij geleerd alles stap voor stap te bekijken. Toen ik in het ziekenhuis lag had ik veel pijn, ik was doodmoe. Ik kon niet denken aan de volgende maand, de volgende week of de volgende dag. Ik dacht alleen maar aan het volgende uur. Ik lag geduldig in bed te wachten. Tijdens de race heb ik bijna dezelfde strategie toegepast. Geduldig blijven, en mijn kans afwachten.”

Van den Hoogenband was niet voor niets door het dolle heen over de gouden race van Van der Weijden, die ook in Eindhoven traint. „Wat is dit mooi, wat is dit schitterend”, riep hij uit. „Bij het ontbijt zei Maarten het al: ‘Piet, wat er ook gebeurt, de laatste honderd meter zwem ik het hardst van allemaal’. Alles wat hij in zijn kop had kwam uit. Het is zo’n taaie kerel. Ik werd euforisch, helemaal gek. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt.”

Van den Hoogenband heeft niet alleen bewondering voor de manier waarop Van der Weijden terugkeerde na zijn ziekte, maar vooral voor de manier waarop hij topsport bedrijft. „Als wij het zwembad binnenkomen om te trainen ligt Maarten er al een uur in. Als wij weer weggaan gaat hij nog een uur of anderhalf verder. Deze sport kan zich geen betere ambassadeur wensen dan Maarten van der Weijden.”

    • Rob Schoof