Ook ‘hippe creatieveling’ kiest voor de fiets

Jaar op jaar stijgt de verkoop van het aantal fietsen. Hebben we er dan nooit genoeg in de schuur staan? „Behalve een stadsfiets ook een vouw-, bak- en racefiets.”

Fietsen is niet meer voor „arme sloebers”. Nederlanders fietsen jaarlijks bijna 15 miljard kilometer. Foto Thomas Schlijper, Hollandse Hoogte Nederland, Amsterdam, 31 juli 2008 Sint-Antoniesbreestraat, Antoniesbreestraat, vader, kinderen, ouder, kind, bakfiets, fiets, fietsen, fietser, ouderschap Foto: Thomas Schlijper Schlijper, Thomas; Hollandse Hoogte

„Mensen geven rustig 200 euro uit aan een paar sneakers, maar een fiets mocht nooit meer dan een geeltje kosten.” Dat beeld had Dave Deutsch (41) vijf jaar geleden, toen hij in de Amsterdamse Pijp De Fietsfabriek opzette. Nu willen mensen wél flink betalen voor een nieuwe fiets, merkt hij. Inmiddels heeft Deutsch winkels in Rotterdam, Berlijn, Chicago en Kopenhagen. Zijn fietsen kosten tussen de 800 en de 2.000 euro.

Was fietsen vroeger iets voor „arme sloebers”, nu is de fiets voor „hippe creatievelingen”, aldus Deutsch. Zijn klanten zijn vooral ouders. „Ouders die hun kinderen op muziek- en toneelles doen en op zondag meenemen naar Artis.” Deze week bezorgde hij een kinderbakfiets bij een bekende televisiepersoonlijkheid in Oud-Zuid. „Genant hoeveel fietsen er daar van ons staan.”

Het gaat goed met de fiets. Deze week meldde het CBS dat er vorig jaar 1,4 miljoen nieuwe fietsen zijn verkocht, 80.000 meer dan in 2006. Dat komt door de hoge benzineprijzen, meent de Fietsersbond, en door de busstakingen. Het komt door de temperatuurstijging en door het barre parkeerbeleid, zegt ‘kennisbank’ Fietsberaad. De kwaliteit van de fietsen verbetert, zeggen brancheorganisaties RAI en Bovag. Allemaal denken ze dat het imago van de fiets vooruit is gegaan. Fietsen heet goed te zijn, voor mens en milieu.

Nederlanders kopen niet alleen meer en duurdere nieuwe fietsen, maar fietsen ook meer. Legden fietsers vijftien jaar geleden jaarlijks in totaal nog 13,3 miljard kilometer af, nu is dat 14,7 miljard: gemiddeld 900 km per persoon. Driekwart van de Nederlanders gebruikt de fiets regelmatig. Eenderde van alle werknemers gaat op de fiets naar het werk.

En dat wordt nog meer als de elektrische fiets zijn opmars doorzet. Vorig jaar verdubbelde het aantal verkochte elektrische fietsen. De ‘e-bike’ heeft trapondersteuning, net als de Spartamet, die in de jaren tachtig werd ontworpen voor ouderen. Nu mikt de branche op forenzen die zo’n tien kilometer verderop werken. Voor een paar duizend euro kopen zij het gevoel van altijd wind mee. De e-bike heeft de toekomst, zweert de branche.

Maar dat duurt nog even. Fabrikanten moeten de motor eerst minder zichtbaar te maken, „om het oubollige seniorenimago af te schudden”, zegt Deutsch van De Fietsfabriek. De stadsfiets – gesloten kettingkast, met terugtraprem en zonder derailleur – is nog steeds het populairst. Zes op de tien fietsen die vorig jaar werden verkocht waren van dit type.

Is de markt dan nooit verzadigd? 85 procent van de Nederlanders heeft immers al een fiets en fietsen gaan gemiddeld 17 jaar mee. Nee, zegt Stef Stock van fabrikantenorganisatie RAI. „Mensen willen behalve een stadsfiets ook een vouwfiets, een bakfiets en een racefiets.” In Nederland zijn nu 18 miljoen fietsen in gebruik. Daarmee is Nederland het enige land met meer fietsen dan inwoners.

Een nieuwe fiets kan niet duur genoeg zijn, maar onderhoud mag niks kosten, zucht fietsenmaker Theo van Kampen (46). In de werkplaats van Macbike, in Amsterdam Oud-West, richt hij een wiel met zijn voet. „Dat doe ik alleen met dit ding hoor, dat zou ik bij een echte fiets niet doen.” De fiets die hij onder handen neemt, noemt hij rotzooi. „Nog geen drie jaar oud en al helemaal verroest, de vellen poedercoating hangen er af.”

Echte fietsen worden nauwelijks meer gemaakt, zegt Van Kampen. „Vroeger werden frames eerst met loodmenie behandeld. Dat vinden we nu slecht voor het milieu. Maar zo’n fiets ging wel honderd jaar mee.”

Van Kampen laat zijn nieuwste aanwinst te zien: een paars frame uit de jaren tachtig. „Handgeverfd, met sexy verstevigingslippen.” Hij aait het als ware het een vrouw. „Maar het is geen flikker waard. Niemand wil dit hebben. Ze willen een nieuwe fiets.” Zelf rijdt hij op een fiets uit 1938. Trots: „Nog met koper gesoldeerd.”

Gek, noemt Van Kampen stedelingen die 2.000 euro neerleggen voor een nieuwe fiets. „Je hebt in de stad echt geen 24 versnellingen nodig. Drie keer naar de supermarkt en de kabels zijn kapot.”