Onder doden ramp 18 buitenlanders

Onder de 153 inzittenden die omkwamen bij het vliegtuigongeluk woensdagmiddag bij Madrid zijn 135 Spanjaarden en achttien buitenlanders. Dat heeft de Spaanse regering gisteravond bekendgemaakt.

De buitenlandse slachtoffers komen uit Duitsland (5), Frankrijk (2) en verder uit Brazilië, Bulgarije, Colombia, Gambia, Indonesië, Italië, Mauretanië en Turkije. Van drie buitenlanders is de nationaliteit nog niet bekendgemaakt, in afwachting van identificatie door familieleden.

Het vliegtuig van de Spaanse maatschappij Spanair stortte, met 172 passagiers en bemanningsleden aan boord, neer bij de start van vliegveld Barajas bij Madrid. Negentien inzittenden overleefden de ramp. Sommigen verkeren in kritieke toestand.

De oorzaak van de crash is nog niet bekend. Het wachten is op het onderzoek van de zwarte doos door de Spaanse luchtvaartinspectie. Het ramptoestel, een vijftien jaar oude MD-82, was tijdens zijn eerste startpoging teruggeroepen naar de pier wegens een technisch mankement. Na reparatie en met ruim een uur vertraging kreeg de bemanning alsnog toestemming op te stijgen.

Spaanse media sluiten niet uit dat het ongeluk de genadeklap betekent voor Spanair, een dochteronderneming van de Zweedse luchtvaartgroep SAS. Het verlieslijdende Spanair stond voor een ingrijpende sanering, waarbij een deel van de vloot (65 vliegtuigen) en eenderde van het personeel (3.800 werknemers) zou worden afgestoten.

De Spaanse premier José Luis Rodriguez Zapatero gelaste gisteren „een diepgaand, rigoureus en compleet” onderzoek naar de oorzaak. Hij brak direct na het bekend worden van het ongeluk zijn vakantie in Zuid-Spanje af. Ook het Spaanse koningspaar keerde terug naar Madrid. (AFP, AP, Reuters)