Olympisch machtsvertoon

Sport is de voortzetting van politiek met andere middelen. Dat is altijd zo geweest. In het oude Griekenland gaf een overwinning op de Olympische Spelen misschien nog meer prestige dan een overwinning in een oorlog. De grote tirannen van de Griekse koloniën in Sicilië stuurden hun paarden naar Olympia en gebruikten hun zeges om erkenning af te dwingen in het moederland en in eigen land hun regime te legitimeren. De zege werd gepresenteerd als evenaring van de mythologische heldendaden van Heracles en Achilles en als bewijs voor de aangeboren superioriteit. Toen Aegina het op het slagveld niet kon winnen van Athene, zette het alles op alles om Athene wel te verslaan in de arena van de Spelen.

Tegenwoordig is er vooral prestige te ontlenen aan de organisatie van de Spelen. Niemand twijfelt eraan dat de Spelen voor het Chinese regime een onvoorstelbaar politiek belang vertegenwoordigen. De afgelopen jaren was het officiële Chinese beleid erop gericht om in 2008 in Peking meer medailles te veroveren dan de Verenigde Staten. En dat gaat ze lukken, want de Amerikanen lopen de achterstand nooit meer in.

Het is een leuk spelletje om geopolitieke verschuivingen af te lezen aan het medailleklassement. Ik heb de afgelopen dagen veel analyses gezien waarin de onontkoombare conclusie werd getrokken dat de mondiale machtsbalans definitief is doorgeslagen naar Azië.

Ik kom tot een andere conclusie. Want wat aan al deze analyses ontbreekt is de observatie dat alle Europese landen als zelfstandige naties worden opgevoerd in het klassement. Ik heb even zitten tellen en volgens mij komt de Europese Unie op dit moment op het duizelingwekkende aantal van ongeveer tweehonderd medailles, net zoveel als China, de VS en Rusland bij elkaar. Dat is pas machtsvertoon.

Het enige belang dat nog groter is dan politiek prestige is het financiële belang, maar dat wisten we al. Het werd stuitend zichtbaar toen de grote sponsors de zieke, geblesseerde Chinese volksheld Liu Xiang naar de startblokken stuurden om voor het oog van de wereld een toneelstukje op te voeren van persoonlijk leed, dat gelijk de volgende dag in paginagrote advertenties commercieel kon worden uitgebuit.

    • Ilja Leonard Pfeijffer