Langzaam, voorzichtig komt er een nieuwe openheid

Veel ruimte voor protest is er nog steeds niet in China.

Maar op tv worden nu wel openlijk kritische vragen gesteld aan sportcoaches en bestuurders. En dat mag.

Op deze foto van de Free Tibet Campaign is te zien hoe op 9 augustus enkele buitenlandse activisten (uit Duitsland, Canada en de VS) een protest houden. Met de vlag van Tibet over zich heen gedrapeerd liggen ze op het Tiananmen Plein. Foto AFP/Free Tibet 2008 This handout photo taken and received from the Free Tibet Campaign on August 9, 2008 allegedly shows Tibet supporters holding a "die-in" protest in the middle of Tiananmen Square on August 9, 2008. Five foreigners were detained on Beijing's politically sensitive Tiananmen Square as pro-Tibet activists kept up their campaign of protests around the 2008 Beijing Olympic Games. The Free Tibet Campaign said the five activists from the United States, Germany and Canada staged a "mock die-in" draped in Tibetan flags on the north side of the square under the portrait of revolutionary Mao Zedong. RESTRICTED TO EDITORIAL USE GETTY OUT NO COMMERICIAL USE NO THIRD PARTY ARCHIVES AFP PHOTO / FREE TIBET 2008 / HO AFP

De rood aangelopen coach huilde ten overstaan van miljoenen tv-kijkers tranen van schaamte en boosheid. Tienduizenden fans verlieten in mineur het stadion. En het middelpunt van de nationale tragedie zélf, de geblesseerde hordenloper en wereldrecordhouder Liu Xiang, schreef een excuusbrief aan de honderden miljoenen Chinezen die zich door hem misleid voelden.

Liu Xiangs tragische terugkeer naar de catacomben van het stadion en de reacties daarop vormen het interessantste sociale hoofdstuk van de Olympische Spelen, die zondag worden afgesloten. Een commercieel sportspektakel dat werd gekenmerkt door een perfecte organisatie, grote gastvrijheid, dragelijke veiligheidsmaatregelen en, voor Pekingse begrippen, schone lucht. Het grootste sportevenement ter wereld verliep kortom aanzienlijk soepeler dan tijdens de problematische wereldtoer van de fakkel in het voorjaar nog werd voorspeld.

Liu Xiangs goud had de kroon op de indrukwekkende organisatorische en sportieve prestaties van China moeten worden. Media en marketingbureaus zagen in de jonge Shanghainees – een groot aantal Chinese goudenmedaillewinnaars komt uit Shanghai – de verpersoonlijking van het nieuwe China. Maar met menselijke blessures hadden de olympische scenaristen geen rekening gehouden. Sterker, in de aanloop naar de Spelen was verzwegen dat Liu Xiang met problemen kampte. De minister van Sport had op een persconferentie nog gezegd dat Liu Xiang in goede vorm was, terwijl hij had kunnen weten dat dit niet zo was.

De teleurstelling over Liu Xiang richtte zich eerst op hemzelf en zijn coach. Maar al snel werd op websites óók ongezouten kritiek geleverd op het gebrek aan openheid van de Chinese atletiekbond en de minister. De kritische vragen aan de coach en de bestuurders werden rechtstreeks uitgezonden op televisie. De Chinese Philip Freriks moest er in een ingelaste uitzending aan te pas komen om de gemoederen te kalmeren. Maar de boosheid was een feit – en de verklaring van de atletiekbond dat openheid over de blessure heel China zou demoraliseren en de tegenstanders zou versterken, werd weggehoond.

Daarmee werd duidelijk wat de Olympische Spelen en de overstelpende media-aandacht in China teweeg hebben gebracht: de zwijgende meerderheid van de bevolking is een nieuwsconsument geworden die serieus genomen en niet voorgelogen wenst te worden. Het verzwijgen van Liu Xiangs blessures was geheel in lijn met de gesloten cultuur van Chinese bestuurders. Uit de stortvloed aan reacties bleek dat velen daarmee geen genoegen meer nemen.

Dat was ook al vóór de Spelen zichtbaar. De persoonlijke vrijheden zijn in China de afgelopen dertig jaar aanzienlijk toegenomen, en er is een groeiende middenklasse die de eenpartijstaat aanvaardt uit welbegrepen eigenbelang. Maar zij wenst wel serieus genomen te worden.

De politieke vrijheid blijft echter zeer beperkt. Mao Zedong mocht dan in de openingsceremonie opvallend ontbreken, het communistische erfgoed is op het gebied van de vrijheid van meningsuiting door de Spelen niet veranderd. Peking 2008 zal niet de democratische veranderingen teweeg brengen die in Zuid-Korea na de Spelen van 1988 plaatsvonden.

Zo was er weinig ruimte om te protesteren. Internationale mensenrechtenorganisaties wisten dat zij geen visa zouden krijgen – zij probéérden niet eens naar Peking te komen. En de bijna tachtig aanvragen om op één van de drie speciaal daarvoor aangewezen plaatsen te mogen demonstreren, werden allemaal afgewezen. Onder de aanvragers bevonden zich klagende Chinezen en buitenlandse activisten die zich het lot van Tibetanen, Oeigoeren en andere minderheden aantrekken. Maar ook buitenlandse journalisten die de bureaucratie wilden testen, om vervolgens hilarische stukjes over verwarde politiechefs te schrijven. De buitenlanders pakken nu hun koffers, de Chinese demonstranten zijn aangehouden en veroordeeld tot dwangarbeid in een kamp.

Voor buitenlandse journalisten is de bewegingsvrijheid wel groter geworden dankzij de Spelen – en er is toegezegd dat deze vrijheid zal blijven bestaan. Zij konden in de aanloop naar en tijdens de Olympische Spelen in theorie vrij rondreizen. In de praktijk bleek dit in sommige gebieden niet mogelijk, zoals in Tibet en de Tibetaanse gebieden in Sichuan. Een toezegging van de autoriteiten in Peking stelt drieduizend kilometer verderop kennelijk weinig voor.

Natuurlijk is het voor journalisten van kranten, weekbladen en radio makkelijker om rond te reizen dan voor televisiejournalisten. Schrijvende journalisten kunnen eenvoudiger om politiecontroles heen – en kunnen zich ook altijd nog voordoen als een zakenman op zoek naar investeringen. Buitenlandse journalisten in zijn algemeenheid ondervinden in tegenstelling tot hun gecensureerde Chinese collega’s aanzienlijk minder problemen dan pakweg tien jaar geleden – en dat is op het conto van de Chinese ontwikkeling en de Olympische Spelen te schrijven.

De nieuwe openheid was duidelijk tijdens persconferenties. Dag in dag uit stelden bestuurders van het Pekingse olympische comité, maar ook ministers en regeringswoordvoerders zich beschikbaar voor de pers. Hun werden vragen gesteld – over mensenrechten, arrestaties, Soedan, Darfur, Tibet – die zij nog niet eerder hadden hoeven te beantwoorden. En menig minister moest wennen aan het rechtstreekse, argwanende toontje van de westerse journalist.

Die culturele verschillen kwamen ook naar boven rond de ophef over Lin Miaoke. De organisatoren wilden van deze Olympische Spelen de mooiste, beste en meest perfecte maken. Daarom stond zíj en niet het jonge meisje dat het lied zong op het toneel tijdens de openingsceremonie: Lin Miaoke was in de ogen van de organisatoren mooier en aandoenlijker. Westerse journalisten en nieuwsconsumenten vinden dat een vorm van bedrog, in China haalde iedereen de schouders op over de mediacommotie. Een perfecte vertoning is belangrijk en een leugentje waard.

Of deze Spelen ook de mooiste, beste en meest perfecte zijn geweest, moet iedere olympiër en sportfan zelf beantwoorden. Tv-stations in Azië, de VS en Europa boekten records aan kijkcijfers en advertentieopbrengsten. Feit is ook dat de 4,5 miljoen bezoekers, onder wie een zee van in oranje gehulde Nederlanders, genoten van de sport en weinig last hadden van de veiligheidsmaatregelen en verkeersopstoppingen. De controles op de luchthavens en in en bij de sportstadions waren efficiënt en, voorzover mogelijk, low-key geregeld.

De ontspannen sfeer in en rondom het gigantische olympische park was ook te danken aan het voor Pekingse begrippen goede weer. De drastische maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, zijn effectief gebleken. Zelfs het weer in China is maakbaar, want vlak voor de opening en halverwege de Spelen werden met artilleriegeschut wolken verdreven.

Natuurlijk hopen de 16 miljoen inwoners van Peking dat de zorg voor schone lucht niet vertrekt met de olympische karavaan. Door Chinese milieuactivisten wordt in elk geval al gesproken over een nieuw milieubewustzijn. En natuurlijk hopen ook alle Chinezen dat de zeer voorzichtige liberalisering die nu in gang is gezet onomkeerbaar is. Alles wijst erop dat dat het geval is.

    • Bettine Vriesekoop
    • Oscar Garschagen