Kunstenaars stappen naar de rechter

Verschillende muziekensembles en theatergroepen die van het Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) vanaf volgend jaar geen subsidie meer krijgen of zijn gekort, stappen naar de rechter.

De betrokken artistiek leiders zijn woedend. Ze vinden de subsidiebesluiten niet gemotiveerd en noemen het Fonds „incompetent.”

Het Fonds maakte gisteren bekend dat onder meer de Theatercompagnie van Theu Boermans en het Willem Breukercollectief vanaf volgend jaar geen subsidie meer krijgen. Dat geldt ook voor Het Amsterdam Baroque Orchestra van Ton Koopman, Dance Works van Ton Simons, De Volharding, het Ives Ensemble, het Maarten Altena Kwartet en het Mondriaan Kwartet.

Regisseur Boermans kondigt een rechtszaak tegen het Fonds aan en vraagt minister Plasterk (Cultuur, PvdA) om in te grijpen. Boermans spreekt van een „historische vergissing”. Volgens hem is hij het slachtoffer van het nieuwe, „overhaast doorgevoerde” subsidiestelsel, waardoor hij tussen twee subsidiekanalen is gevallen.

Boermans ergert zich aan het „regenteske gedrag” van Fondsdirecteur George Lawson, die gisteren in deze krant zei dat de ster van Boermans als artistiek leider is verbleekt. „Het Fonds wil zich ten koste van de kunst profileren als rigoureuze veegploeg. Nu Lawson deze macht plots is toegevallen, gedraagt hij zich als Grote Roerganger die een maoïstisch executiepeloton mag leiden.”

Muzikant Willem Breuker voorspelt het einde van zijn Kollektief. „Het is schandalig, de commissie muziek van het Fonds is nog nooit bij onze concerten geweest. Als ik het kan betalen, wil ik dit graag juridisch aanvechten.”

Dirigent Reinbert de Leeuw, wiens Asko/Schönberg Ensemble ruim een kwart van de subsidie kwijtraakt, zegt dat het Fonds „onherstelbare schade aanricht in het Nederlandse muziekleven. (...) „De politiek moet ingrijpen en de democratische controle over het zelfstandige Fonds terugkrijgen.”

Ton Koopman ziet het voortbestaan van het Amsterdam Baroque Orchestra in gevaar komen. De componist Cornelis de Bondt spreekt van „een oorlogsverklaring aan de nieuwe muziek”.