Kantoorsloof zoekt man

Geen geschikter tijdstip om te lezen over een kantoor dan tijdens de vakantie.

Toef Jaeger koos 5 mooie (en goedkope) Engelstalige kantoorpockets voor op reis.

Ed Park Personal Days van Ed Park (Random House, 256 blz. €9,99), speelt zich af in een New Yorks kantoor. De zaken gaan niet goed – of beter gezegd: de zaken gaan gestaag en een dreiging van bovenaf geeft aan dat dat niet goed genoeg is. Ontslag zit in een klein hoekje en dat is te merken aan de moeizame onderlinge verhoudingen. Uiterst droog beschrijft Park wat het hoofdkantoor doet om het personeel eronder te houden (evaluatieformulieren met vragen als ‘Ben je een Ernie of een Bert?’) en hoe daarop gereageerd wordt (twee bureaus gebruiken om het belang van je werk te benadrukken). De medewerkers in de tv-serie The Office zijn hierbij vergeleken het toppunt van vriendelijkheid. Het boek eindigt met een emotionele maar undeliverable e-mail. Wie Personal Days leest, wil nooit meer terug naar kantoor.

Het kantoor is een dankbaar onderwerp voor spot en pijnlijke portretten. De serie The Office wordt regelmatig herhaald op Comedy Central. J.J. Voskuil dankte zijn succes grotendeels aan zijn omvangrijke kantoorromans. En onlangs verscheen er ook een cultuurhistorische studie, Alleen tijdens kantooruren van Remco Ensel, over het kantoorbestaan. Zelf zit Ensel op een plek waar het licht automatisch uitgaat wanneer hij te lang stilzit.

Vroeger was het niet beter, wel anders. Dat blijkt uit de roman The Job (1926) van Sinclair Lewis, de eerste Amerikaanse ontvanger van de Nobelprijs voor literatuur. Una Golden komt uit de Amerikaanse provincie en wil in New York aan de slag als zakenvrouw. Lewis maakt de nodige knipogen naar de werkelijkheid. Zo werkt er een ‘S. Herbert Ross’, een verwijzing naar de beruchte oprichter van The New Yorker Harold Ross. Una werkt wat baantjes af, maakt een enorme carrière, overdenkt het feminisme, ontmoet mannen, hoort aan dat vrouwen thuis moeten zitten – met uitzondering van ‘lelijkerds achter de kassa’. Het kantoor is in dit verhaal een wereld waarin het verschil tussen een 2-A en een 2-B potlood ‘even zwaar telt als het contrast tussen Londen en Tibet’.

Una mikt in eerste instantie niet eens op een carrière, haar missie is om een geschikte echtgenoot te vinden. De eerste kandidaat op wie ze verliefd wordt is een socialist, anarchist en voorstander van een koningshuis in de VS. Hij heeft literaire aspiraties,maar komt niet veel verder dan het berijmen van verhalen over banden en motoren voor The Motor and Gas Gazette. De tweede kandidaat is saaier maar lijkt geschikter: met hem trouwt ze. Maar dat blijkt toch niet de oplossing. Een kantoorbaan moet dan weer uitkomst bieden. Op eigen benen staan en succesvolle zakenvrouw, of man en kind: dat is de keuze waar ze voor komt te staan.

The Job is behalve een portret van de vrouw binnen de samenleving ook een genadeloos portret van het kantoorleven: ‘Een nieuwe kantoordag begon, en elke dag claimt het kantoor een leven op het moment dat de vrijheid van de avond voorbij is.’

Sinclair Lewis: The Job. University of Nebraska Press, 327 blz. €13,99

    • Toef Jaeger