In Wamba brengt mobiel bellen de revolutie

Nog even, en het dorp Wamba in Kenia is uit zijn isolement bevrijd. Het zal straks kerkjes, een moskee, een nachtclub en hoeren kennen. De vooruitgang is al zichtbaar: de eerste benzinepomp, terwijl een koe nog voorbij schuifelt.

Illustratie Eliane Duvekot Duvekot, Eliane

Wamba was nooit veel meer dan één brede hoofdstraat. De weg loopt dood onderaan de berg bij het kantoor van de stadbestuurder. Kinderen roepen ciao naar de bezoeker. Want in 1963 bouwden Italiaanse missionarissen een ziekenhuis in het stadje, dat nog steeds als de enige openbare voorziening van Wamba doorgaat. Een slaperig stadje op de zanderige vlaktes van Noord-Kenia. Door een droombeeld kan Lucky Luke er komen aangalopperen. Opgeschilderde krijgers in rode lendendoeken van het herdersvolk de Samburu kleuren het stadsbeeld.

Maar nu staat een grote sprong voorwaarts uit de archaïsche tijd op het punt te beginnen. Want Wamba wordt met een asfaltweg verbonden en de overheid verleende het stadje van 4.000 zielen eind vorig jaar de status van districtshoofdplaats.

Een klant met kruiwagen kletst in de hoofdstraat met de kruidenier Lelemewa. Hij schaft 20 kilo suiker aan. Die bak zoetigheid gaat hij slijten in de kralen van het Samburu-volk in de omgeving. „Het meeste verkoop ik suiker, theebladeren en maïsmeel”, vertelt Lelemewa. „O ja, en tegenwoordig ook vaak zeep.” Twaalf jaar geleden opende hij zijn winkel en noemde hem Lmooli, dezelfde naam als zijn leeftijdsgroep bij de Samburu. „Toen bestond er nog nauwelijks concurrentie in Wamba.”

Een vrouw met een kromgetrokken arm en een kind met gebroken been bedelen voor zijn winkel. De meeste kopzorgen krijgt Lelemewa van zijn Samburu-stamgenoten. „Wij Samburu’s houden van mensen, we helpen elkaar. Hoe kan ik dan een arme man of vrouw krediet weigeren? Misschien zijn ze morgen dood en dan ben ik vervloekt. Goed voor zaken is dat niet, ze betalen me natuurlijk nooit terug.” Hij geeft een pak koekjes aan de bedelende vrouw.

Goede verbindingen stuwen radicale veranderingen in Afrika. Tot enkele jaren geleden deed één bus twee keer per week Wamba aan. Nu pendelen enkele keren per dag busjes tussen Wamba en de drie uur verderop gelegen stad Isiolo. Ook kregen Wamba en omgeving een jaar geleden een mobieletelefoonnetwerk. Samburu-jongeren, werkzaam in de 500 kilometer zuidwaarts geleden Keniaanse hoofdstad Nairobi, kunnen per telefoon geld laten overmaken voor hun familieleden in en rond Wamba. „De mobiele telefoon betekent een revolutie voor ons stadje”, jubelt Lelemewa. „Klanten beschikken over meer geld dan vroeger en ik ben op de hoogte van de prijzen verderop, groothandelaren kunnen me niet meer afzetten.”

Enkele kilometers van Isiolo werkt een Chinese opzichter met sombrero aan de asfaltweg die misschien binnen vijf jaar Wamba zal hebben bereikt. Onttrokken aan het isolement zal Wamba straks kerkjes, een moskee, een nachtclub en hoeren kennen. De nieuwe status als districthoofdplaats zal de gedaanteverwisseling verder stimuleren; er komen banen voor ambtenaren en het overheidsgeld zal toestromen. De tekenen zijn al zichtbaar. Aan het begin van de hoofdstraat pronkt sinds vorige maand het benzinestation Jupiter, de eerste pomp in de stad.

Een paar golfplatenwinkels verderop van de kruidenierszaak van Lelemewa ligt de kapsalon Sun Shade beauty, gehuisvest samen met een slagerij en bar. „Mijn beste klanten zijn verpleegkundigen uit het ziekenhuis en leerlingen van de middelbare school”, vertelt kapster Rozina die zes maanden geleden haar zaak opende. „Allen willen namaakhaar. Was er maar elektriciteit in Wamba, dan zou ik zoveel meer kunnen doen in mijn salon.”

Een koe schuifelt langs de kapper naar de kleermaker en de timmerman. Ze reageert verstoord bij het Floridah Video theater, het scherpe lawaai van machinegeweren en opgehitste mannenstemmen valt uit de toon in de sereniteit van Wamba. Ze slaat haar tong om het afval van het restaurant/annex herberg Top Hill, waar een vol bord rijst met vlees een halve euro kost. Naast de eettent opende Daniel Lepère onlangs zijn boekenwinkel, de eerste in Wamba. „We verkopen alleen schoolboeken”, vertelt hij. „Vroeger moesten leraren daarvoor naar Nairobi reizen.” Wil iemand wel eens een mooie roman kopen? Daniel schaterlacht. „De meeste mensen kunnen hier niet lezen, wat moeten ze dan met een roman.”

Halverwege de hoofdstraat bevindt zich Het Licht, het allereerste internetcafé van Wamba, twee weken geleden geopend. Muchiri, de eigenaar, wantrouwt de vraag welke digitale faciliteiten hij te bieden heeft. In een duistere hoek van de winkel staat één computer met mobieletelefoonaansluiting. „Ik geef mijn geheimen niet vrij aan de concurrentie”, bezweert hij. Hij biedt ook aardappelen, shampoo en voor 40 eurocent kan een klant zijn mobiel opladen.

Aan het einde van de hoofdstraat liggen verse olifantendrollen in het uitgedunde bos. Het van de berg kabbelende beekje valt tegenwoordig na het regenseizoen vaak droog. Verder stroomopwaarts zijn illegaal bomen gekapt, waardoor het afwateringsreservoir werd aangetast. Zwartgeblakerde plekken voor het maken van houtskool markeren het einde van een gezond milieu. „Hier was tien jaar geleden een jungle, hier ging ik met mijn schoolmaatjes spelen”, vertelt Lesori. Hij leidt zijn kinderen in de kwijnende natuur rond. „Eind jaren tachtig zag ik hier voor het laatst een neushoorn.” In het bos verschijnen akkertjes met reclameboorden van ontwikkelingsorganisaties: voor het eerst worden er gewassen geteeld bij Wamba. De leefomgeving van de nomaden en de wilde dieren verdwijnt waar de nieuwe stad verschijnt.

Lesori klimt de helling op voor een bezoek aan de kraal van zijn moeder. Lesori ging als eerste van zijn familie naar school in Wamba, hij kreeg een baantje in de hoofdstad Nairobi en bouwde met de opbrengsten een stenen huis in Wamba. Zijn moeder en broers verkozen het traditionele leven van de Samburu in de kraal. „Ik probeerde mijn broer ervan te overtuigen zijn eerste zoon naar school in Wamba te sturen”, vertelt Lesori. „Hij weigerde, hij stond erop dat zijn zoon de schapen moest hoeden. Ik bleef aandringen. Toen stelde hij een compromis voor: zijn zoon zou twee weken per maand naar school gaan en de andere twee weken de beesten hoeden.”

Zijn moeder hurkt voor haar hut van koeienstront. Ze werpt een blik op het woekerende Wamba beneden. „Kijk daar, er zijn alweer woningen bijgekomen”, schudt ze het hoofd. Ze begint te praten over de toekomst en het verleden.

De oude Samburu-vrouw heeft nog een scherpe geest en straalt gezag uit. Ze vertelt een droom. „Ik sta midden in de rivierbedding. Links en rechts zie ik bossen. Rechts het bos van de tradities, van onze band met de geiten en de koeien. Links is het bos van het onderwijs, van de stad, van de huizen van cement. Ik kan niet naar links, daar ben ik te oud voor. Misschien zullen mijn kleinkinderen wonen in het rechterbos.”

Is een combinatie mogelijk van de twee werelden? „Absoluut niet”, volgt rap haar respons, „nee, een tussenweg bestaat niet.”

Voor eerdere afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dorp zie nrc.nl/economie

    • Koert Lindijer