Hier liggen de mooie mensen

nrc.next-redacteuren nemen de bus, stoomtrein, tram of metro en stappen uit bij een halte ergens in Nederland.

Slotaflevering: strandtent Whoosah aan het Zwarte Pad.

De wind waait, het voelt ijzig. De lucht is grijs. De zee is woest. Golven slaan in de kolkende branding om. Het geeft een donderend geluid. Water stroomt snel het strand op, en loopt weer terug. Meeuwen vliegen krijsend over. Uit de lucht vallen witte natte vlokjes.

Bij de duinen zijn mannen aan het werk. Ze dragen dikke jassen en handschoenen. Ze graven kuilen en sjouwen met houten planken. De eerste standtenten worden opgebouwd langs het zogenoemde Zwarte Pad in Scheveningen.

Begin vorige eeuw liep er een wandelpad achter de duinen van het Noorderstrand in Scheveningen, gemaakt van sintels. Volgens het Haagse gemeentearchief refereert de naam Zwarte Pad aan de kleur van de sintels. Nu ligt er achter de duinen een lange zwarte asfaltweg die dient als parkeerplaats. In de zomer staan automobilisten er uren in de file in de hoop op een parkeerplek.

Het voelt warm, de lucht is blauw. De zee is kalm. De zon brandt. Een windje, kippevel. De geur van zonnebrand. In de verte een zeeschip. Kleine golven kabbelen en laten een witte schuimende massa achter. Meeuwen pikken naar elkaar op golfbrekers. De strandtenten zijn geopend.

Aan het einde van het Zwarte Pad ligt de populaire strandtent Whoosah. Vanaf hier kun je de pier van Scheveningen goed zien liggen. De palen onder het enorme gebouw zijn aan de bovenkant nog wit, het onderste gedeelte is bruin aangeslagen van de zee. Bovenin het vervallen bouwwerk zit een restaurant, daar kun je Zeeuwse mosselen met friet eten. Op een torentje van zestig meter hoog kun je over het strand uitkijken. Je kunt er ook bungeejumpen.

Bij de pier liggen alle toeristen, niet hier. Een man van begin dertig vertelt het. Hij zit op het terras bij Whoosah. Het elf kilometer lange strand is al jarenlang opgedeeld, zegt hij. Nog voor de pier heb je de aso’s. Net na de pier, bij de boulevard, daar zijn veel allochtonen. Helemaal aan het einde, bij het Zuiderstrand, komen de mensen met kinderen.

De man zet zijn zwarte Pradabril op. Hij draagt een korte broek. Een elastiekrand met daarop Calvin Klein steekt er bovenuit. Zijn bovenlijf is gespierd. En gebruind. Hij vertelt verder. En hier, aan het Zwarte Pad, hier liggen de mooie mensen. Als bewijs wijst hij naar een vrouw van midden twintig. Die zet net haar rieten strandtas bij een verstelbaar strandbedje. Ze is slank, gebruind, lang blond haar. Ze draagt een doorzichtige tuniek, op haar hoofd een zonnebril, aan haar voeten espadrilles met sleehak.

De man met de Pradabril roert met een lepeltje in zijn koffie. Hij heeft afgesproken met een paar vrienden. Een daarvan komt aanlopen. Het is een man van rond de dertig. Krullend haar, ook gespierd, ook gebruind. En ook hij draagt een korte broek waar een elastiekrand bovenuit komt, bij hem staat er Björn Borg op. Alles goed, vraagt de man. Ze geven elkaar een hand. Prima, antwoordt de vriend. We doen zo wel een drankje, zegt de man. Is goed, zegt de vriend. Hij loopt weg.

Whoosah ziet er trendy uit. Op het zwart geverfde houten gebouw liggen dikke robuuste takken. Aan dode boompjes die tussen de vlonders zijn gepland, hangen rode linten. De vloer is van grijzig hout. Er zitten verschillende niveaus in, zodat je op zitzakken in een soort kuil kan liggen. Voor de tent staan verstelbare bedjes met het logo van de zaak.

De mooie mensen liggen niet op een handdoek in het zand. Dat is not done, vertelt de man met de Prada bril. Er zijn hier bepaalde codes waar iedereen zich aan houdt. Hij strijkt een paar keer met zijn hand door zijn haar. Vroeger was dat niet, hoor. Toen was het heel ontspannen. Je ging hier heen voor het gevoel van vrijheid. Alles kon en alles mocht. Dat is nu verdwenen, vertelt hij.

De man kijkt over het strand, zijn hoofd draait langzaam van links naar rechts. Het is hier gezien en gezien worden. Mooie mensen willen mooie mensen kijken, en onder hun eigen volk zitten, zo zit dat. Maar dat geeft volgens hem veel mensen stress. Welke zonnebril neem je mee, wat trek je aan, wie zijn er allemaal, bij wie ga je liggen, en bij wie niet. Maar het mooie zit uiteindelijk wel van binnen hè, zegt hij.

Bij de ingang van de strandtent ligt een man met halflang krullend haar van rond de dertig op een strandbedje. Onder hem een groot grijs badlaken. Ook hij is gespierd. En bruin. Geschoren oksels. Een zwarte zonnebril van Gucci. Boven zijn grijze korte broek steekt ook een elastiekrand uit, ook met de tekst Björn Borg.

Naast hem ligt een vrouw van eind twintig. Ze luistert naar haar iPod. Ze heeft lange slanke benen. Geen cellulitis. Een platte buik, volle borsten. Gebruinde huid. Haar haar zit nonchalant in een staart. Ze draagt een driehoekbikini met kraaltjes. En een bruine Dolce & Gabbana zonnebril. Om haar nek een lange ketting.

Drie jaar geleden was het hier écht exclusief, vertelt de man met de Pradabril. Maar tijden zijn veranderd. Sinds strandtent Mecca hiernaast is gesloten, komt er veel ordinair publiek. Hij knikt nonchalant naar rechts. Daar zitten drie mannen op een verhoging. Hun ruggen zijn bedekt met tatoeages. Eentje vertelt druk gebarend een verhaal. „Hij nam een dûik, zijn hoof haalde niet eens het wâteh. Die leipe stoof zo een zandbank in.” Ze lachen.

Uit de strandtent klinkt jazzmuziek. Eind van de middag komt er meestal een dj. Die draait house, vertelt de eigenaar van Whoosah. Hij is 35. Zijn tent staat in Den Haag bekend om de drukbezochte strandfeesten. Soms komen er wel meer dan 1600 mensen.

Wat Whoosah zo populair maakt? Hij zegt het niet te weten. Er komt hier van alles wat. En het is hier gewoon relaxt, zegt hij. Whoosah betekent ontspanning in het boeddhisme, tenminste dat heeft hij een keer gehoord.

De eigenaar draagt een grijs T-shirt en een blauwe korte broek met figuurtjes. Zijn baard heeft hij al een tijdje niet geschoren. Aan een tafeltje vertelt hij dat hij zich met eten onderscheidt van veel andere tenten op Scheveningen. Het is leuk en anders eten, zegt de man. Met Japanse invloeden. Op de menukaart van Whoosah dus geen patat met saté. De bezoekers bestellen hier exotische gerechten: tempura van zwaardvis met dipsaus, loempiaatjes van Pekingeend of gamba’s die op Peruaanse wijze zijn gemarineerd.

Het eten wordt geserveerd in bamboe-achtige wegwerpbakjes. Er wordt gegeten met wegwerpeetstokjes. Het staat leuk en het scheelt in de kosten, vertelt de eigenaar. Niemand hoeft het vuile servies op te halen. Je gaat een paar keer met een vuilniszak langs. En je hebt geen afwasser nodig.

De man met de Pradabril heeft zijn stoel gedraaid. Hij zit in de brandende zon. Zijn tas staat nog wel in de schaduw. Daar zit champagne in, die moet wel koud blijven. In het zijvakje van de tas zitten plastic bekertjes. Niet van die witte met ribbels. Nee, het zijn doorzichtige, zegt hij. Je moet wel zien wat er in zit, hè?