Het stond echt op het bord: goud

Robin van Galen wilde alleen bondscoach worden als Daniëlle de Bruijn zou spelen.

Gisteren behaalde ze met Nederland sensationeel goud in het waterpolotoernooi.

Bondscoach Van Galen (op de rug gezien) viert feest met begeleiders Havenga (boven) en Smit. Foto Reuters Netherlands head coach Robin van Galen (C) and a staff member go into the pool as they celebrate their win over the U.S. in their women's water polo gold medal match at the Beijing 2008 Olympic Games August 21, 2008. REUTERS/Reinhard Krause (CHINA) REUTERS

Als waterpoloster Daniëlle de Bruijn volgende week als olympische kampioen terugkeert op Nederlandse bodem, moet ze eerst worden geopereerd. Want ze speelde in Peking met een gescheurde kruisband in één van haar knieën. Die blessure weerhield De Bruijn er niet van in de olympische finale tegen de Verenigde Staten zeven van de negen doelpunten te maken – een olympisch record. „Het valt wel mee, hoor”, zei ze over haar blessure. „Ik voel niet veel pijn.”

De Bruijn stal gisteren in het Yingdong Natatorium in Peking de show op een magische avond voor het Nederlandse waterpolo. Aan haar hand zorgde de ploeg van bondscoach Robin van Galen voor een sensatie door in de finale de wereldkampioen met 9-8 te verslaan.

De Bruijn bewaarde haar laatste masterclass voor het mooiste moment uit haar carrière. Met de gouden medaille om haar nek nam ze afscheid. Net als tijdens de Spelen van Sydney (2000), toen ze in totaal elf keer scoorde, werd de 30-jarige speelster ook nu topscorer van het olympisch toernooi. In Peking trof ze liefst zeventien maal het doel. „Ik ben niet bezig geweest met al die doelpunten. Ik deed gewoon wat ik aan het doen was, voor de meiden en voor het publiek”, zei De Bruijn na afloop. „Ik heb een leuk afscheid gehad.”

Maar ze weigerde zelf alle eer op te strijken. „Als het team niet goed presteert kan ik er geen zeven inschieten. Het is een geweldige teamprestatie.”

Een gouden medaille had ook De Bruijn zelf niet voor mogelijk gehouden, erkende ze. „Toen we ons vorig jaar plaatsten voor de Spelen had ik wel het idee dat we een medaille konden halen, maar geen goud.”

Ze was al gestopt met waterpolo toen ze drie jaar geleden een telefoontje kreeg van haar clubgenoot bij GZC Donk in Gouda, Robin van Galen. Die was gevraagd als bondscoach, maar zou alleen tekenen als De Bruijn terugkeerde. Na enig nadenken stemde ze toe. Daarmee legde het duo de basis van het succes.

Op een bijna on-Nederlands professionele manier bracht Van Galen het weggezakte team terug naar de wereldtop. Hij schroefde de trainingsarbeid drastisch op, organiseerde maandenlang trainingskampen en stages in binnen- en buitenland. De resultaten volgden – zij het hortend en stotend.

Toch wist hij niet wat hem overkwam toen zijn ploeg gisteren de laatste halve minuut had overleefd, met een benauwde stand van 9-8 op het bord. Toen de laatste seconde was weggetikt dook hij met de rest van de begeleidende staf uit pure vreugde het water in. Hij wees teammanager Arno Havenga nog eens op het scorebord. Het stond er echt:

Netherlands gold

United States silver.

„We hebben geweldig gespeeld”, zei Van Galen vol ontzag over zijn speelsters. „Ik zei van tevoren dat als we tien keer tegen Amerika spelen, we één of twee keer zouden winnen. Als die ene keer maar vandaag was. Ik heb er altijd in geloofd.”

Hij roemde niet alleen de gouden linkerarm van De Bruijn. „We hebben het met z’n allen gedaan. Dit succes heeft drie pijlers: een fulltime trainingsprogramma, een talentvolle groep met jongeren en ervaren speelsters en een hele staf van elf man.”

Vooral de eenheid binnen het Nederlands team viel op in Peking, en een heilig geloof in hun coach, voor wie de speelsters door het vuur gaan. Na de onnodige nederlaag in de eerste wedstrijd, tegen Hongarije, herpakten de speelsters zich snel en werden elke wedstrijd sterker. Ze raakten zelfs in wat De Bruijn een flow noemde, een olympische trance die het team bijna onverslaanbaar maakte.

De hechtheid van de groep is mede een gevolg van de mentale begeleiding. „We hebben ook dieptepunten meegemaakt, zoals een negende plaats op het WK vorig jaar. Dan heb je een hoop gezeik in de ploeg. Het belangrijkste is dat de meiden in elkaar zijn blijven geloven, en in mij.”

Een eenheidbevorderend foefje dat dat de speelsters meekregen noemen ze ‘het stroompje’. Voor elk duel staan ze hand in hand en geven met een kneepje energie door, de kring rond. De Bruijn: „We doen dat bij het Wilhelmus, bij de medaille-uitreiking. Het geeft een groot gevoel van verbondenheid en kracht.”

Hoe het nu verder gaat met Van Galen? De regisseur van het gouden olympische waterpolosprookje vliegt maandag terug. Dinsdagavond meldt de olympisch kampioen van Peking zich in zwembad De Tobbe in Gouda voor de eerste training van zijn nieuwe club, GZC Donk. „Ik blijf een Rotterdammer, eerlijk, recht voor zijn raap en met beide benen op de grond. Dit is fantastisch allemaal, maar dinsdag geef ik training in Gouda. Ik heb mijn ja-woord gegeven aan Donk, en daar houd ik me aan.”