Het is stil geworden rond de Wereldraad van Kerken

De Wereldraad van Kerken vierde vanmiddag zijn zestigste verjaardag. Van de beoogde eenheid der kerken is echter weinig terechtgekomen.

Dr. Albert van den Heuvel (76) kan zich 22 augustus 1948 levendig herinneren. Er werden padvinders gevraagd om als steward op te treden bij de oprichting van de Wereldraad van Kerken in Amsterdam en hij meldde zich aan. „Het was echt iets bijzonders. Meer dan vierhonderd vertegenwoordigers van zo’n 150 kerken uit 42 landen die in vol ornaat van het Paleis op de Dam naar de Nieuwe Kerk liepen. Zoiets hadden we nog nooit gezien.”

Er waren bisschoppen uit het Midden-Oosten die een soort zwarte kolbakken droegen, kleurrijke anglicaanse en oosters-orthodoxe gewaden. „Toen is bij mij het oecumenisch vuur ontstoken.” Dat vuur zou Van den Heuvel, na zijn studie theologie, in 1960 naar het hoofdkwartier van de Wereldraad in Genève brengen, waar hij eerst leiding gaf aan de jeugdafdeling. Van 1967 tot 1972 was hij directeur communicatie.

De oprichting van de Wereldraad vond plaats in een sfeer van euforie. De oorlog was voorbij. Verzoening was de centrale gedachte. Duitsers vroegen publiekelijk vergeving voor wat ze hadden misdaan. Het perspectief was één kerk, één synode en misschien wel één paus voor alle christenen. „We hadden het gevoel dat wij de realisering van dat ideaal nog zouden meemaken”, zegt Van den Heuvel.

Vanaf de aanvang was de Wereldraad een organisatie van protestanten, anglicanen en oosters-orthodoxen. Rooms-katholieke geestelijken mochten niet meedoen, want de ene en ware kerk bestond al, namelijk in Rome. „Pater Jo Willebrands, later aartsbisschop van Utrecht, had tijdens de eerste vergadering van de Wereldraad een kamer in Hotel Krasnapolsky”, herinnert Albert van den Heuvel zich, „en ’s avonds werden alle congresstukken naar zijn kamer gebracht. Hij was er niet en toch weer wel.” Tot samenwerking kwam het later wel, maar het Vaticaan werd nooit lid van de Wereldraad.

De Wereldraad nam de eerste twintig jaar van zijn bestaan een prominente plaats in het internationale politieke debat in. Wat in Genève werd gezegd over apartheid, ontwapening, racisme en armoede deed ertoe. Het was de tijd dat premiers en ministers deelnamen aan het overleg, tot de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles toe. Maar aan het eind van de jaren zestig begon de belangstelling voor het werk van de raad geleidelijk weg te ebben. Amerikaanse kerken zetten een eigen hulporganisatie op, los van de Wereldraad. Sommige denominaties zetten eigen wereldorganisaties op, zoals de Lutherse Wereldfederatie en de WARC, waarin hervormde kerken zich organiseerden. De eenheid van de christenheid had geen prioriteit meer. Verdeeldheid heette voortaan pluriformiteit.

Secularisatie begon de kerken in een groot deel van de westelijke wereld zo langzamerhand naar de marge te duwen. De vraag of de kerken elkaar zouden weten te vinden, maakte geleidelijk plaats voor de vraag of ze wel zouden overleven.

Tegenwoordig telt de Wereldraad 349 kerken met ruim 560 miljoen mensen uit 110 landen. Het werk van de raad trekt steeds minder publieke belangstelling. De uitspraken van de raad zijn ook minder opzienbarend dan vroeger, mede doordat het Centraal Comité, dat 150 leden telt, sinds een aantal jaren alleen bij unanimiteit beslist. Toch zet de Wereldraad zijn werkzaamheden voort.

Marloes Keller (33) vertegenwoordigt sinds anderhalf jaar de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in het Centraal Comité van de Wereldraad. Liefdewerk oud papier is het en ze moet er vakantiedagen voor opnemen bij haar werkgever, de IKON. Eens in het anderhalf jaar reist ze voor een dag of tien naar Genève om het beleid te bespreken. Zij is enthousiast over het werk dat momenteel vanuit de raad wordt verricht, ook al realiseert ze zich dat van het oude elan niet veel over is. Keller: „Ik ben een vergadertijger. Je zit daar met een groep merendeels goedgebekte mensen die kunnen vergaderen. Vooral de Afrikanen, van hen ben ik echt onder de indruk. Sommigen zijn jonger dan ik, maar ze hebben meer levenservaring. Er zijn echt charismatische figuren onder.” Het eerste succes heeft Keller al binnen. Op haar initiatief riep de Wereldraad de lidkerken op tot een dialoog met andere religies.

Keller hoopt dat op den duur contacten met christelijke kerken die nu nog niet deelnemen aan het werk van de raad voor nieuw elan zorgen. „Als de rooms-katholieken en de evangelicalen er meer bij betrokken kunnen worden, zou het allemaal spannender kunnen worden. Vooral wat bij de evangelicalen gebeurt, vind ik interessant, ook al ben ik het met sommige opvattingen van hen niet eens.” Keller sluit niet uit dat deze over de hele wereld nog steeds groeiende beweging op den duur ook de Wereldraad een nieuwe impuls zal geven. „Wat in de Wereldraad gebeurt is soms wel erg institutioneel en twintig A4’tjes zijn nog geen beweging van de Geest.”

Meer over oecumene op marloeskeller.blogspot.com