Georgië en Saakasjvili

rice_saakasjvili_afp.jpgVorige week woonde ik in Tbilisi de persconferentie bij van de Georgische president Saakasjvili en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rice. Saakasjvili had kort daarvoor het door de Franse EU-voorzitter Sarkozy bekokstoofde staakt-het-vurenverdrag getekend. De met drie uur verlate persconferentie wees er op dat die ondertekening niet zonder slag of stoot had plaatsgevonden. Wat je je kunt voorstellen, want sommige van de verdragspunten pakten niet gunstig voor Georgië uit.

Het was een vreemde bijeenkomst, waarover ik in NRC Handelsblad uitvoerig heb geschreven. Saakasjvili gaf Europa ervan langs, omdat sommige EU-landen in april de Georgische toetreding tot de NAVO hadden geblokkeerd en hij hen had gewaarschuwd voor de gevolgen daarvan. Met die gevolgen bedoelde hij de huidige Russische ‘inval’. Terwijl we toen toch al een week wisten dat Saakasjvili met binnenvallen was begonnen en dat de Russen op dit gebied niet veel te verwijten viel.

De aanwezige Amerikaanse bewindslieden waren niet erg ingenomen met die beschuldigingen. Maak het nu niet erger dan het al is, zag ik de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Matthew Bryza met verkrampt gezicht denken.

saakasjvili_rice_afp.jpgDe Verenigde Staten moeten zich de afgelopen weken toch al niet zo lekker hebben gevoeld. Want ook al roepen ze nu dat ze Saakasjvili gewaarschuwd hebben om zich niet door Zuid-Ossetië (lees Rusland) te laten provoceren, ze hebben hem al die jaren wel het gevoel gegeven dat ze hem in alles steunen.

Saakasjvili hield tijdens die persconferentie ook een lofzang op de Georgische democratie, terwijl zijn land net zo min een democratie is als Rusland, gezien de twijfelachtige uitslagen van de recente presidents- en parlementsverkiezingen. Maar nog het meest verbaasde me dat hij de Georgische economie zo bewierookte, die volgens hem kon wedijveren met die van Nederland en Duitsland.

Nu ben ik de afgelopen jaren toch regelmatig in Georgië geweest. Natuurlijk zijn er grote verbeteringen waar te nemen en zijn er redelijk wat westerse investeerders aangetrokken om dit landje uit de postcommunistische modderpoel te trekken. Maar om nu te zeggen dat die economie zo bloeit?

Waar je ook komt buiten Tbilisi, overal zie je armoede, werkloosheid, kapotte fabrieken, halfingestorte huizen. Een enkele keer ontwaar je een nieuw bedrijfsgebouw, waarvan je dan maar moet hopen dat daarbinnen een bloeiende onderneming wordt geleid.

Eerder krijg je het gevoel dat die economie grotendeels gevoed wordt door de Verenigde Staten. Alsof Washington miljarden in het land pompt waarmee voornamelijk wapens worden gekocht. Georgië heeft de afgelopen vier jaar tenslotte 4 miljard dollar aan wapentuig uitgegeven.

Saakasjvili’s dagen als president lijken inmiddels geteld, want als de Georgiërs binnenkort door de propagandamuur breken en te horen krijgen wat er in de nacht van 7 op 8 augustus werkelijk is gebeurd, zullen ze hun president niet vergeven dat hij hen in een roekeloos avontuur heeft meegesleurd. De levens van honderden jonge Georgiërs zijn tenslotte geofferd om het ideaal van het NAVO-lidmaatschap te bereiken. Bovendien lijkt de toch al fragiele wereldorde door Saakasjvili’s handelen op zijn kop gezet.

De oppositie steunt Saakasjvili vooralsnog, zolang er Russische troepen op Georgisch grondgebied staan. Maar als die troepen eenmaal weg zijn begint volgens de meeste verstandige Georgiërs die ik vorige week heb gesproken een tweede strijd, van de oppositie tegen de president. Hopelijk wordt die strijd zonder wapens en op een beschaafde wijze gevoerd.

    • Michel Krielaars