Eigen mijnen schelen geld

Staalbedrijf ArcelorMittal koopt overal mijnen.

Het bedrijf heeft zo altijd genoeg ijzererts. En is niet afhankelijk van anderen.

Eerst klinkt er een donderend geraas, gevolgd door gesis. Dan rollen de gloeiende, oranje balken over de lopende band heen en weer. Waterdruppels en vuil spatten er vanaf. De balken rollen naar voren en dan weer terug tussen de walsen door. Het zachte staal wordt op ongeveer 1250 graden Celsius in de juiste vorm en afmeting geperst. De hitte die op de trap enkele meters boven de productielijn van de stalen balken afkomt, voelt alsof je je hoofd voor een net geopende hete oven houdt.

In deze staalfabriek in Differdange in Luxemburg produceerde staalfabrikant ArcelorMittal afgelopen voorjaar de grootste stalen balken ter wereld. 17 meter lange balken met een gewicht van ongeveer 330 kilo zijn bedoeld voor de freedom tower in New York, de toren die op de plaats van het ingestorte World Trade Center komt. Freedom beams, noemt het bedrijf de balken.

In de fabriek worden de gigantische balken met een grote magneet opgetild en op een wagon gelegd. Via het spoor gaan ze naar Antwerpen, om ingescheept te worden naar New York. Zo maken de stalen balken een reis over de halve wereld.

Het grootste staalbedrijf ter wereld is op elk continent actief. Maar ArcelorMittal wil ook de stappen vóór de productie van staal controleren. En dus kocht het de afgelopen jaren eigen mijnen en nam het handel in grondstoffen en havens over. Zo wil het bedrijf zo min mogelijk afhankelijk zijn van anderen.

De meest recente grote overname werd woensdag bekendgemaakt. ArcelotMIttal heeft een Braziliaanse mijn, met een geschatte reserve van 1,1 miljoen ton ijzererts, gekocht voor ruim 550 miljoen euro. In juni vergrootte het bedrijf zijn belang in de Australische steenkoolleverancier Macarthur Coal tot 19,9 procent. In totaal heeft ArcelorMittal nu 515 miljoen euro in dat bedrijf gestoken.

In India kreeg het bedrijf begin juni toestemming om ijzererts te ontginnen in het oosten van het land. Het bedrijf schat dat daar 65 miljoen ton ijzererts in de grond zit. En in april kocht ArcelorMittal voor 718 miljoen dollar drie kolenmijnen in Rusland.

Zelfvoorziening is het sleutelwoord bij ArcelorMittal. Een woordvoerder van het bedrijf zegt dat ArcelorMittal op dit moment 45 procent van het benodigde ijzererts uit eigen mijnen haalt. „In 2012 moet dat 65 procent zijn, en uiteindelijk moet dat 75 procent worden.” Inmiddels heeft het bedrijf mijnen in Kazachstan, Oekraïne, Algerije, Bosnië, Mexico, Canada, de VS, Brazilië, Zuid-Afrika, Rusland , Senegal en Liberia.

Uit de eigen mijnen werd vorig jaar 64,2 miljoen ton ijzererts gewonnen. Nog niet alle gekochte mijnen zijn in productie. Als alle mijnen in 2012 draaien, hoopt het bedrijf jaarlijks 110 miljoen ton ijzererts te winnen.

Het bedrijf, ontstaan uit de fusie van Arcelor en Mittal Steel, produceerde vorig jaar 116 miljoen ton staal, 10 procent van de wereldwijde productie. De omzet bedroeg 105,2 miljard dollar, de winst 10,3 miljard dollar (6,9 miljard euro).

Met de torenhoge grondstofprijzen heeft ArcelorMittal met de eigen mijnen een groot voordeel, in vergelijking met concurrenten als Nippon Steel en ThyssenKrup die zelf heel weinig ijzererts winnen. Zij zijn bijna helemaal afhankelijk van de grootste mijnbouwbedrijven, BHP Billiton, Vale en Rio Tinto. Elk jaar moeten de staalbedrijven onderhandelen over nieuwe contracten.

Bij de onderhandelingen van dit jaar verhoogden de mijnbouwers hun prijzen fors. ArcelorMittal, dat 55 procent van zijn ijzererts moet inkopen, sloot in april een nieuw contract met Vale, de grootste leverancier.

Wat het staalconcern daarvoor betaalt, is niet bekend, maar wel dat de prijs in vergelijking met 2007 met 87 procent gestegen is.

Aan de strategie van ArcelorMittal zit een groot risico. Als de grondstoffenprijzen weer dalen, is het goedkoper grondstoffen te kopen dan ze zelf te winnen. Maar de prijs is niet het belangrijkste motief voor ArcelorMittal bij het kopen van mijnen, zegt de woordvoerder. „Het gaat om stabiliteit. Het belangrijkste is dat we zeker weten dat we grondstoffen voor onze productie geleverd krijgen.”

Volgens analist Tom Muller van effectenbank Theodoor Gilissen is dat het verschil met de concurrenten, die veel minder wereldwijd actief zijn en jaarlijks veel minder grondstoffen nodig hebben. „ArcelorMittal is bijna vier keer zo groot als de nummer twee in de staalindustrie. Met hun omvang kunnen ze gewoon niet afhankelijk zijn van grondstoffenleveranciers. Je kan moeilijk een fabriek stilleggen omdat je grondstoffen niet geleverd worden. Dat zou miljoenen kosten.”

De concurrenten hebben ook het geld niet om fors te investeren. „Met de winst die ArcelorMittal behaalt en de kasstroom van bijna 16 miljard dollar kun je blijven investeren.”

    • Tom Kreling