Een termiet van de goede smaak

Manny Farber was een van de invloedrijkste Amerikaanse filmcritici. „Filmkritiek heeft niets met hiërarchïe te maken.”

Farber, 1999 Foto Carol Sonstein Manny Farber (1917-2008), filmcriticus. Sonstein, Carol

Echt grote films zijn vaak onaf, ongepolijst en soms ook ronduit mislukt. Dat vond de zondag in zijn Californische woonplaats Leucadia op 90-jarige leeftijd overleden filmcriticus en schilder Manny Farber. Hij veranderde daarmee de manier waarop wij kijken. Van de grote vier van de Amerikaanse filmkritiek – met Pauline Kael, Andrew Sarris, James Agee – was hij misschien de minst bekende, maar op de lange termijn waarschijnlijk wel de meest toonaangevende.

Bij Farber liepen filmkritiek, persoonlijke smaak en engagement, zijn ervaringen en frustraties als kunstenaar over in een grote theorie van alles. De Amerikaanse filmrecensent Jim Hoberman omschreef hem in tijdschrift Village Voice als „meer connaisseur dan criticus”. Maar het ging verder. Farber wilde in zijn stukken recht doen aan films door ze in woorden op te roepen en de filmkunst begrijpen door oog te krijgen voor het artistieke proces. Niet het vakmatige interesseerde hem daarin, maar de noodzaak om films te maken (en te bekijken). Geen wonder dat hij een verklaard tegenstander was van alle vormen van ‘two thumbs up’ en sterren- of ballenwaarderingen. „Filmkritiek heeft niets met hiërarchieën te maken. Stel je voor dat we over Mozart of Cézanne zouden praten in termen van goed, beter of slecht”, zei hij.

Farber schreef liever over underground films, een term die aan hem wordt toegeschreven, en westerns. Hij maakte zich hard voor de verborgen politieke en sociale boodschappen die vaak in B-films verstopt zitten en zette zich af tegen het liberale establishment dat zoveel goedbedoelde Hollywood-films voortbrengt. Witte olifanten noemde hij die. Liever had hij ‘termite art’, zoals hij beschreef in zijn nog steeds vaak geciteerde essay White Elephant Art vs Termite Art uit 1962, verzameld in de bundel Negative Space. Favoriete ‘termieten’ waren bijvoorbeeld Howard Hawks en Sam Peckinpah of Europeanen als Rainer Werner Fassbinder en Chantal Akerman. Aan hen droeg hij zijn schilderijen op.

Ronduit hard kon hij zijn voor erkende meesterwerken. Lawrence of Arabia vond hij bijvoorbeeld „voortwoekeren als een schimmelplant”. Dat Farber een beetje een undergroundschrijver is gebleven, komt door zijn weerbarstige, exclamatieve stijl. Ook de filmlessen die hij aan de universiteit van San Diego gaf (vaak met Godard-medewerker Jean-Pierre Gorin) waren hard en provocerend. Maar je kunt ook zeggen dat ze voortkwamen uit het gebrek aan erkenning dat hij in zijn eerste jaren als criticus en schilder kreeg. Waarschijnlijk heeft hem dat extra fanatiek gemaakt in het verdedigen van het ongepolijste en soms ronduit mislukte meesterwerk.

    • Dana Linssen