Een stad die wijst naar zee

„Mensen verloren in een overweldigend landschap, dat is de Noorse ziel”, zegt de Litouwse regisseur Oskaras Korsunovas. Hij maakt toneel op een eiland voor de kust van Stavanger, dit jaar culturele hoofdstad van Europa.

Oskaras Korsunovas foto Henrik Melsom Edvardsen Edvardsen, Henrik Melsom

Water of kunstwerk, lucht of glas, schildering of reflectie: het onderscheid is nauwelijks te maken. Op het diepblauw van de Boknafjord ten oosten van Stavanger drijven twee kubussen voor de oever. De vlakken weerkaatsen het licht boven de fjord en de fjord zelf. De avond is gevallen en de voorstelling Desse auga (Deze ogen) van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse is zojuist begonnen.

Vanachter de ene kubus komen twee acteurs tevoorschijn, ze verbeelden een ouder echtpaar. Naast de andere kubus staan opeens een jongere acteur en actrice. Ze lopen op blote voeten over het water naar de kant. Daar wacht een man gekleed in het zwart hen op. Zijn rol heet Schaduw. De anderen zijn slechts aangeduid als Oude Man, Jonge Vrouw, Oude Vrouw.

Deze ogen beleeft deze week zijn wereldpremière op het eiland Hundvåg. De stad is uitverkoren tot Europeisk Kulturhovedstad 2008 ofwel Culturele Hoofdstad 2008 van Europa. In januari opende het festival met de onthulling van de reeks sculpturen Broken Column door Antony Gormley. Verspreid over de stad staan drieëntwintig gezandstraalde, ijzeren beelden die een mannelijke figuur voorstellen van 1.95 meter hoog, de lengte van de Britse beeldhouwer zelf. Ook in Rotterdam zijn van Gormley vergelijkbare sculpturen te zien, Event Horizon. Het zijn afgietsels van Gormley zelf, in Rotterdam geplaatst op dakranden in een cirkel van een kilometer rond de Kunsthal. Door plaatsing op uiteenlopende plekken in Stavanger lijken de figuren telkens een andere uitdrukking te hebben: de een is een eenzame, in zichzelf gekeerde man op de Indre Vågen ofwel Vismarkt, een ander staat half verzonken in het woelige water van de haven en lijkt te verdrinken. Het is of de derde vrouwen gadeslaat die in een modezaak kleren passen. Gormley heeft de beelden zo geplaatst dat de blikrichting van de ogen op 10 graden westelijk na pal noordwaarts is. Niet voor niets: in het noordnoordwesten ligt de oceaan, de open zee. Poolreiziger Fridtjof Nansen vertrok vanuit Stavanger in 1893 met de Fram in noordelijke richting om de pool te bereiken. Heel Stavanger wijst naar de zee, is gericht op de zee.

Havenstad Stavanger deed vijf jaar geleden een aanvraag bij de Europese Unie om de felbegeerde status van Culturele Hoofdstad te verwerven. Stavanger beschouwt zichzelf als een werkstad van vissers, noeste havenarbeiders en avonturiers, van Vikingen, afkomstig uit deze contreien, en ontdekkingsreizigers. Tussen de wereldoorlogen vertrok zo’n beetje de halve bevolking naar Amerika. Kenmerken als kosmopolitisme en daadkracht wil Stavanger als Culturele Hoofdstad beklemtonen. Onder de noemer Open Port heeft Stavanger internationaal vermaarde kunstenaars uitgenodigd die, in samenwerking met kunstenaars uit de regio, de stad een jaar lang artistieke allure moeten geven.

In het kantoor van Stavanger 2008

spreidt gastheer Herbjørn Tjeltveit de programmafolders uit en bladert in het omvangrijke boek Capital of Culture. „Stavanger heeft zich altijd afgekeerd van hoofdstad Oslo. De bergen tussen hier en Oslo vormen een hindernis voor de mensen uit Stavanger”, licht hij toe. „Onze zeevaarders zeilden uit naar Madagascar en Rotterdam, naar Hongkong en New York, Londen en Sjanghai. Hier deden zeemansavonturen de ronde over Zuid-Afrika en verder. Rondom Stavanger is voor elke gemoedstoestand een landschap te vinden. Melancholiek kun je zijn in de bossen of aan een mistige fjord. De overmoedigen beklimmen de rotswanden. Ben je poëtisch ingesteld, dan ga je op een rotsblok aan de Noordzeekust zitten en kijk je uit over de golven. In artistiek opzicht combineert het festival die gemoedstoestanden met een wereldwijde oriëntatie.”

Stemmingen, emoties, bespiegelingen en onuitgesproken emoties: het toneelwerk van de vermaarde Noorse auteur Jon Fosse (1959) is ervan doordrenkt. Er is geen schrijver die zo vaak ‘stilte’, ‘korte pauze’, ‘pauze’, ‘lange stilte’ als regieaanwijzing geeft. Fosse werd geboren in de kustplaats Haugesund, niet ver ten noorden van Stavanger, en werkt in een huis aan een fjord. Hij is een van de meest vooraanstaande jonge toneelschrijvers, overal ter wereld gespeeld. Geen wonder dat het Rogaland Theater uit Stavanger, verantwoordelijk voor de programmering van het toneel, Fosse heeft uitgenodigd een nieuw stuk te schrijven. Aanvankelijk weigerde hij. Op bestelling schrijven vindt Fosse ‘maakwerk’ en dat kan hij niet.

Totdat het Rogaland Theater een goede zet deed. Op een zonnige dag vorig jaar werd een ontmoeting geregeld tussen Fosse en regisseur Oskaras Korsunovas uit Litouwen, bedenker van spectaculaire voorstellingen vol surrealistische beelden. Schrijver en regisseur dwaalden langs de kustlijn van het eiland Hundvåg. Er was daar helemaal niets, alleen grasland met een stenige oever. Maar wat er wel was, dat was het uitzicht: veel water, vergezichten, een woest landschap en verderop steile bergen, gehuld in blauw licht. Fosse was helemaal thuis. Hij raakte geïnspireerd en schreef Deze ogen.

Korsunovas en Fosse hadden eerder samengewerkt, maar nooit op grote schaal van een voorstelling in de openlucht met een decor van kilometers in omtrek en voor 1200 toeschouwers. Korsunovas las de tekst die Fosse schreef en was aanvankelijk geschokt. „Geen actie, geen plot, geen drama en zelfs niet die beroemde Vikingen”, herinnert hij zich de eerste kennismaking met Deze ogen. Vooral dat ontbreken van Vikingen nam Korsunovas hoog op, met als gevolg dat hij zelf een vikingschip in de voorstelling monteerde dat als een onderzeeboot plotseling opduikt. Voor Fosse bestaat toneel uitsluitend uit tekst, voor Korsunovas uit beelden.

Na afloop van de uitvoering, bij helder weer en rood stralende zonsondergang, zegt Korsunovas: „Eigenlijk had Fosse het liefst gezien dat het regent. Hij zegt dat zijn werk het beste tot uiting komt als de regen de hemel met de aarde verbindt. Zo symbolisch denkt hij. Ik heb eerder van hem stukken als Winter en Een zomerdag geregisseerd, altijd in kleine intieme theaters voor zo’n zeventig toeschouwers. Ik was ervan overtuigd dat Fosse zo moest worden opgevoerd. Maar op dit eiland ben ik daarover anders gaan denken. Veel stukken uit de wereldliteratuur zijn claustrofobisch. Hamlet speelt zich af op het kasteel Elsinore. Ibsens Een Poppenhuis op een benauwende verdieping in de grote stad en de stukken van Tsjechov zijn gesitueerd in een datsja. Niemand kan daar weg. Als je Fosses tekst goed leest, dan zit er enorm veel ruimte tussen de zinnen. In elke zin resoneert de leegte van het Noorse landschap. Fosse is geen huiskamerschrijver.”

Dat klopt. Deze ogen bewijst dat de acteurs de woorden van Fosse gerust de ruimte in kunnen schieten. „Ik ben hier. Ik ben hier altijd. Ik ben hier altijd geweest”, zegt de acteur die Schaduw vertolkt. Het zijn zinnen die gedurende de twee uur dat het stuk speelt vele malen herhaald zullen worden. Fosse is de minimalist onder de toneelschrijvers. In zijn werk is de symboliek dwingend. De Schaduw-acteur, gehuld in een lange, zwarte mantel, kan de dood verbeelden, maar ook de tijd of het verleden. Terwijl de Oude en Jonge Man, de Oude en Jonge Vrouw opkomen, zingzegt Schaduw poëtische teksten, zoals: „Wij zijn van de oceaan. Wij zijn de lucht. Wij zijn de wind. De oceaan is in onze ogen. De oceaan is onze droom.”

Terwijl het donker

bezit neemt van de fjord komt het drama op gang. De Jonge Vrouw, gekleed in het wit als een van de meisjes op de schilderijen van Edvard Munch, wil met haar jonge vriend een nieuw leven beginnen, hier, op dit land, waar ze kinderen gaan krijgen en vol verwachting de toekomst tegemoet zien. Maar opeens slaat een onberedeneerde angst toe. Er klinkt onheilspellende muziek en de Schaduw-man loopt weeklagend rond, heft zijn handen ten hemel. Net zoals in het stuk Er zal iemand komen is Fosses nieuwste werk gruwelijk spooky. De Jonge Vrouw wil opeens geen liefdesverhouding met de jongeman beginnen, ze is bang voor iets dat naamloos blijft. Hoe raadselachtig de tekst van Fosse ook is, regisseur Korsunovas vertelt in beelden waar het om draait: de Oude man en Oude Vrouw verbeelden de dood, zij zitten roerloos terzijde. De Jonge Vrouw is bang dat zij, op deze paradijselijke plek, spoedig de dood zal vinden. Schaduw-man sluit haar in zijn armen en opnieuw fluistert hij de woorden: „Wij zijn hier. Wij zullen hier altijd zijn. Wij zijn van de oceaan.”

Regisseur Korsunovas erkent dat de symbolische lading van Deze ogen hem voor problemen stelde. „Het is een lang gedicht over liefde en dood, over aankomst en afscheid. Als regisseur ben ik beelden gaan zoeken die bij de tekst horen”, zegt hij. „Het landschap is het fundament van de voorstelling. Ik zag vanuit de verte boeren werken op het land en het viel me op dat ze in die weidsheid verdwijnen. De omgeving is van zichzelf dramatisch, daar hoef ik niets aan toe te voegen. De oceaan, die een beslissende rol speelt in het stuk, is even verleidelijk als gevaarlijk. Mensen verloren in een overweldigend landschap, dat is voor mij Noorwegen, dat is de Noorse ziel.”

Het vikingschip moest er natuurlijk in. Voor de toeschouwers heeft Korsunovas in die scène Noorwegen het zuiverst getroffen: de Jonge Vrouw verlangt ernaar om uit te zeilen over de oceaan achter die stoere, hoge boeg. Dan vliegt het schip in brand. De vlammen zijn overal, ze weerkaatsten op het water, in de kubussen, het is of de hele fjord in brand staat. De Jonge Vrouw kan nooit meer weg, hoe graag ze dat ook wil. Ze rent naar de waterkant, zwaait, roept: „We kunnen niet terug naar de oceaan. Ik moet hier blijven.”

In de regieaanwijzing schrijft Fosse: Lange stilte.

Het brandende schip verdwijnt in het donkere water.

European Capital of Culture Stavanger 2008: ‘Deze ogen’ door Rogaland Theater, Stavanger. T/m 28/9. Inl: www.rogaland-teater.no, www.stavanger2008.no

    • Kester Freriks