Een halve minuut springen én vallen

De vier Nederlandse deelnemers wonnen geen medailles, maar BMX – Bicycle Motorcross – maakte wel een succesvol debuut op de Olympische Spelen.

Van den Wildenberg: „Je probeert op techniek de klappen van heuvels op te vangen en tegenstanders te ontwijken”. Foto Bas Czerwinski 22-08-08, Beijing, China. Halve finale BMX, Rob van den Wildenberg, rechts. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Wie naar de zwaarlijvige en getatoeëerde ‘voice of BMX’ Mike Redman luistert, weet dat de perfecte fietscrossrace niet bestaat. Met een handdoek in zijn nek en een honkbalpet op zijn hoofd becommentarieert hij in Peking opgewonden het eerste olympische toernooi. De voormalig trainer en fietsenfabrikant bemerkt razendsnel stuurfouten, duwtjes met ellebogen en te hoge snelheden die soms tot massale valpartijen leiden. BMX is rodeo, zegt Redman.

Bicycle Motorcross, dat in de jaren zestig in Californië is voortgekomen uit motorcross, is het nieuwste middel van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in de verjongingskuur van de Zomerspelen. Acht gespierde rijders storten zich op kleine fietsen van een negen meter hoge startheuvel en proberen over een 350 meter lange heuvelige baan met vijf schuine bochten zo snel mogelijk bij de finish te komen. Sprongen van tien meter, fysieke duels op de fiets en een wedstrijdduur van slechts een halve minuut maken de sport geschikt voor televisie.

In Peking blijkt BMX een typische extreme sport, een subcultuur waarbij de deelnemers ook scoren met uiterlijk, gedrag en bijnamen. De vier Nederlandse deelnemers en bondscoach Bas de Bever kunnen de vooroordelen intussen wel dromen en krijgen vragen als: waarom zitten er volwassenen op kinderfietsen, waarom is Amerikaanse jongerencultuur een professionele sporttak en hoe groot is de toevalsfactor bij het bepalen van de winnaar?

De Let Maris Strombergs rekende vanochtend met de laatste suggestie af, door als regerend wereldkampioen de eerste olympische gouden medaille te behalen. „De ideale race bestaat zeker. Kijk maar naar de winnaar. Als hij een perfecte race rijdt, is hij niet te kloppen’’, zei de Nederlandse deelnemer Rob van den Wildenberg (26), die als vijfde eindigde in de finale. „Fysiek en mentaal moet je honderd procent zijn en het moet meezitten bij de start. Als ik me goed voel, begin ik het liefst aan de binnenkant van de baan. Dat is simpelweg de kortste weg naar de finish en er is weinig kans dat jongens binnendoor schieten. Maar het risico is dat je te hard instuurt en uit de bocht vliegt. Zo probeer je de hele race op techniek de klappen van heuvels op te vangen en tegenstanders te ontwijken. Een helemaal goede race rijd je eigenlijk maar zelden.”

Van den Wildenberg en de drie andere Nederlandse fietscrossers zijn te spreken over de technisch lastige olympische baan, waarvan het eerste gedeelte door sportkoepel NOC*NSF werd nagebouwd in Papendal. „Voor elk parcours geldt een andere limiet en die bereikte ik in Peking al op de eerste dag. Ik ging keihard onderuit’’, zegt Raymon van der Biezen (21), die werd uitgeschakeld in de halve finales. „De moeilijke eerste bocht is wat ingezakt na het testevenement van vorig jaar. Daardoor zijn hobbels ontstaan en zagen we in het olympische toernooi veel zeilpartijen. Door mijn val wist ik waar de grenzen lagen en kon ik een perfecte laatste race rijden. Ik ben blij het toernooi te kunnen afsluiten met een overwinning (in de derde en laatste heat, red.), want ik gemerkt dat de status van de Olympische Spelen enorm is.”

De chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg, Charles van Commenée, noemde BMX in Peking de olympische status waardig. „Dat zegt hij niet zomaar’’, zegt Van der Biezen. „Ik denk dat we goede reclame hebben gemaakt. In elke race hadden de acht jongens voor het starthek een gelijkwaardig niveau. De concurrentie in BMX wordt steeds zwaarder, zeker na onze eerste Olympische Spelen.’’

Van der Biezen mikt op een tweede olympische deelname bij de Zomerspelen van 2012 in Londen, net als de pas achttienjarige Lieke Klaus, die in de halve finales werd uitgeschakeld. Voor routinier en voormalig wereldkampioen Robert de Wilde (31) is Peking het eindpunt. De pionier, die een van de eerste BMX-profs was en voor zijn sport naar de Verenigde Staten verhuisde, strandde in de voorrondes.

„Nooit heb ik me zo intensief op een wedstrijd voorbereid”, zegt De Wilde, die met een videocamera de verrichtingen van zijn ploeggenoten vastlegde. „Ik ben driekwart jaar niet thuis geweest. Het is iets speciaals waar ik drie jaar voor heb gewerkt. Maar eenmaal achter het hek kwam in gewoon tekort. Ik heb fouten gemaakt, misschien ook doordat de Spelen toch anders zijn dan een WK.”

Bondscoach De Bever toonde zich zich gelukkig met het olympische debuut. „We stonden in de finale, dan kunnen we in deze sport ook medailles winnen.”