Een beetje een Montessori-onderdeel

Zo, ik ben er eindelijk achter wat ik het leukste onderdeel van de Olympische Spelen vind. Op de opening na dan, want leuker dan honderd Chinezen die duveltje uit een doosje spelen wordt het natuurlijk niet. Het één na leukste onderdeel dan, is het turngala.

Het turngala is een beetje een Montessori-onderdeel: je mag doen wat je wil, ook in rare kleren, en krijgt er geen punten voor. Deed me erg aan mijn lagereschooltijd denken. Vooral het aspect ‘geen punten’ stond me aan, want na al die euforische dan wel diepongelukkige sporters had ik net iets te veel plaatsvervangende emoties doorgemaakt.

Ik hunkerde naar een onderdeel zonder winnaar of verliezer.

Dat was het turngala. Die gekke turners doen het als afsluiting van elk turntoernooi: hebben ze zichzelf eerst eindeloos vermoeid aan de rekstok, gaan ze, nog helemaal onder het magnesium, wéér turnen, maar dan als feest.

Bij zo’n feest zie je ineens: sporters zijn gewoon mensen. Met hun eigen kledingvoorkeuren, hun eigen ideeën, zelfs met humor.

Zo zag ik op het gala een kleine turnchinees die deed alsof het paard – het turntoestel, dus – een echt paard was. Hij klopte erop, sprong eraf, gaf het een aai. Goed, het was niet humor ten top, maar voor een sporter was het hilarisch. Normaal zie je turners naast het turnen namelijk alleen maar dwangneuroses uitvoeren, angstig naar hun trainer kijken en hun sporttas in- en uitpakken.

En dan die Russin die sliertjedraaien deed (ik ben de officiële naam van die sport vergeten). Voor het gala mocht ze eigen kleding aan. Dan blijkt dat een turnster helemaal niet een gympak en een strakke knot wil, maar veel liever een rode jodeloutfit met hartjes erop en twee staartjes in haar haar. Waren dit de Olympische Spelen of was dit het Songfestival?

Ook kwam er een sport voorbij waar ik nog niet van gehoord had: sportacrobatiek. Dat is gewoon het Chinese Staatscircus: allemaal mensen die in piramidevorm op elkaar gaan staan. Ik denk dat Mart Smeets dit een ‘fluorescerende sport’ zou noemen, want zo noemt hij alle sporten die in de tijd van de oude Grieken nog niet in de mode waren. Ik heb hem nu al twee keer verontwaardigd horen zeggen dat beachvolleybal (wat de oude Grieken trouwens best vaak deden) en BMX-fietsen ‘fluorescerend’ zijn. Dat vond ik ook een beetje van sportacrobatiek. Maar vermakelijk was het wel.

Aaf Brandt Corstius

Lees de columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius