Duitse burger de klos in crisis rond IKB

Duitsland heeft een voorsprong genomen in de race van de financiële reddingsoperaties. De staatshypotheekbank KfW verkoopt het grootste deel van subprime-slachtoffer IKB voor een schijntje aan de Texaanse private-equityfirma Lone Star, na elf maanden naar een koper te hebben gezocht.

IKB kwam in moeilijkheden toen de bank probeerde de bescheiden rendementen op haar door de wet voorgeschreven kredieten aan kleine Duitse ondernemingen aan te vullen. Zij grossierde in buiten de balans gehouden beleggingsvehikels, die tot de nok waren gevuld met Amerikaanse hypotheekobligaties.

KfW, een staatshypotheekbank die 38 procent van de aandelen van IKB in handen had, moest de schoonmaakoperatie leiden. Uiteindelijk heeft dit de bank 8 miljard euro gekost, inclusief een nog niet uitgegeven bedrag van 1,3 miljard euro om haar belang in IKB op 91 procent te brengen.

De prijs die KfW voor IKB vroeg was 800 miljoen euro, maar volgens één bericht was het feitelijke prijskaartje 100 miljoen euro. Dat heeft meer met psychologie dan met financiën te maken. KfW wilde afscheid nemen van een nogal duur hoofdstuk uit zijn geschiedenis. Hoeveel dat zou opleveren deed er eigenlijk niet zo veel toe.

Maar KfW zal zelfs na deze verkoop nog niet helemaal van IKB af zijn. De bank behoudt een portefeuille van 1,3 miljard euro aan vastgoedbelangen en blijft verantwoordelijk voor de daarmee verbonden juridische risico’s. Lone Star moet op zoek naar financiering, maar kan wel 100 procent van de winst van een eventueel herstel van IKB in zijn zak steken.

De totale kosten voor de Duitse belastingbetalers zullen de 10 miljard euro overtreffen. Dat leidt ertoe dat de Duitsers op dit moment aan kop gaan op een ranglijst van twijfelachtige statuur. De Verenigde Staten en Engeland moeten de verliezen van hun respectievelijke reddingsoperaties – die van Bear Stearns en Northern Rock – nog becijferen.

Toch kan ieder van deze twee landen het stokje nog van de Duitsers overnemen. De Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) heeft voor 30 miljard dollar (20 miljard euro) aan illiquide bezittingen op zijn balans genomen om de transactie rond Bear Stearns rond te krijgen, en de Britse autoriteiten hebben zich verplicht tot nog eens 20 miljard pond (25 miljard euro) aan hypotheeksteun voor op z’n minst nog een paar jaar.

Bij het geven van een oordeel over de slechtste reddingsoperatie zijn de kosten voor de belastingbetaler niet het enige criterium. Ook snelheid, vertrouwen en morele risico’s moeten in de overwegingen worden meegenomen. Het is nog geenszins duidelijk welk van de drie genoemde landen er uiteindelijk met deze bezoedelde gouden medaille vandoor zal gaan.

    • Jeffrey Goldfarb