Doodsangst moet je verbrijzelen

De dood moet iets goedmaken, zo blijkt uit drie zomerse Franse bestsellers. Ze bieden elk ook een bijzondere ontsnapping uit het leven van alledag, waar men in Frankrijk gezien de economische sores wel behoefte aan heeft.

Parijs, 1977 Foto van Daniel Boudinet uit het gelijknamige boek, Editions La Manufacture, 1993 Boudinet, Daniel

Didier van Cauwelaert: La nuit dernière au XVe siècle. Albin Michel, 282 blz. € 20,–

Marc Levy : Toutes ces choses qu’on ne s’est pas dites. Robert Laffont, 426 blz. € 21,–

Fred Vargas: Un lieu incertain. Viviane Hamy, 385 blz. € 18,–

Wat lezen de Fransen in augustus op het strand? In feite zijn het maar een paar boeken en je vindt ze overal, of je nu de prestigieuze boekhandel van Editions Actes Sud in Arles binnenstapt, de kiosk van Saint-Jean du Gard of de regionale librairie in Hauterives.

Frankrijk leest Didier van Cauwelaert, Marc Levy en Fred Vargas. Zoals het zomerboeken betaamt, zijn het romans die lekker weglezen, over liefde gaan, levensvragen aan de orde stellen zonder al te diep te graven, en er valt ook nog wat te lachen en te huiveren. Precies het soort boek dat de zorgelijke Fransman in het tijdperk-Sarkozy nodig heeft om voor een maandje niet te denken aan stijgende prijzen, slinkende pensioenen en de onder druk staande 35-urige werkweek.

Wat ze bovendien gemeen hebben, is dat ze een bijzondere ontsnapping uit het leven van alledag bieden: ze betreden de wereld van het bovennatuurlijke. Een onverklaarbare gebeurtenis, een ongrijpbaar element, iets onmogelijks kortom, gooit roet in het eten van de werkelijkheid. Wat zeker leek, blijkt te kunnen wankelen.

Aan de fascinatie van Didier van Cauwelaert voor de verwikkelingen rond reïncarnatie en spiritualiteit waren we al enigszins gewend geraakt in zijn vorige romans. Doden zijn bij hem vaak op de een of andere manier aanwezig in het leven van de achterblijvers en krijgen de kans fouten die ze tijdens hun leven hebben begaan recht te zetten, misvattingen te corrigeren. De angst voor de dood verbrijzelen, dat is wat Van Cauwelaert eigenlijk beoogt.

Hilarisch en spannend is het verhaal van een belastinginspecteur die bij een controle van een bedrijfje in biologische insecticides, gevestigd in een middeleeuws kasteel, in de ban raakt van zijn geliefde van eeuwen geleden. De jonkvrouw is, wegens haar brandende overspelige liefde, tot haar dood in een kasteeltoren opgesloten en waart sindsdien – we spreken over de 15de eeuw – door de vertrekken, op zoek naar haar verdwenen geliefde. Plotselinge sterfgevallen, autopech en barre weersomstandigheden dwingen de belastinginspecteur tot een langer verblijf op het château, waar zich een fantastische prelude afspeelt tot een bovennatuurlijke ontmoeting die niet alleen zijn baan, maar ook zijn huwelijk een fantasievolle impuls zal geven. Weinig doodsangst in ieder geval.

Dat kun je niet zeggen van de nieuwe Vargas. Daar spat de doodsangst juist van de pagina’s, meer dan in haar vorige thrillers. Met haar policiers wil Vargas depressies bestrijden: haar misdaadboeken laten de lezer een gang maken door de tunnel van de angst en bieden uiteindelijk, zo denkt ze, een catharsis waardoor de lezer het daarna weer even ziet zitten. Wie weet werkt het zo, maar er vallen hoe dan ook een paar spannende uren te beleven aan deze uitstekende thriller, waarin inspecteur Adamsberg en zijn adjudant Dang- lard moorden die gepleegd zijn door ‘de verpletteraar’ moeten oplossen. Je hoeft maar een paar bladzijden te lezen of je bent al gegrepen: de weerzin van de weinig conformistische Adamsberg om zich naar een congres in Londen te begeven over ‘de harmonisatie van het management van migratiestromen’, de poes van zijn buurman die net bevalt, de angst van de wandelende encyclopedie Danglard voor de reis via de tunnel onder het Kanaal en vooral de macabere ontdekking van hun Londense collega’s vlak na aankomst: negentien oude schoenen voor de ingang van een park – met de voeten er nog in.

Ook bij Vargas ligt de kiem van de gruwelijkheden bij een gebeurtenis van eeuwen geleden. Het spoor leidt naar een gehucht in Servië. Tot dit ‘lieu incertain’ uit de titel behoort ook een met struikgewas overwoekerde grafsteen, gelegen ver buiten het dorp. Dat Adamsberg het waagt zich naar die plek te begeven, de steen schoonmaakt en ook het nabij gelegen kerkhof inspecteert, kost hem, in een ijzingwekkend fragment, ook bijna zijn leven. Wraak is het sleutelwoord in de serie moorden die zich in heel Europa voordoen en de delibererende congresgangers doen er goed aan de migratiestromen van vampiers niet over het hoofd te zien.

Veel minder is er te beleven aan de nieuwe roman van bestseller-auteur Marc Levy. Om een handtekening van hem te bemachtigen stonden de inwoners van Alès, in de Cevennen, deze zomer rustig een paar uur in de rij. Ook Sarkozy schijnt met hem weg te lopen. In zijn nieuwste boek begraaft een jonge vrouw haar vader, die ze al jaren niet meer heeft gezien, precies op de dag waarop haar huwelijk was gepland. De dag na de teraardebestelling wordt er een enorme doos bij haar afgeleverd, waarin haar vader ligt – in de vorm van een wassen pop, wel te verstaan, voorzien van een afstandsbediening. De voortschrijdende techniek en zijn fortuin stellen hem in staat nog drie dagen met zijn dochter door te brengen voor wie hij tijdens zijn leven nooit tijd heeft gehad. Fake natuurlijk, net zoals de rondreis langs Montreal, Berlijn en Parijs die ze samen al bekvechtend maken.

Ook hier moet via de dood iets goedgemaakt worden. Vaders, geef aandacht aan uw kinderen! Later heeft u er spijt van dat u ze nooit heeft gezien en dan is het te laat! Het is maar een van de vele moralistische uitspraken waarvan het wemelt in het boek. Levy grossiert in sentimentele kitsch. Dat is het lezen niet waard, ook niet op het strand. Geef mij maar het fantastische van Van Cauwelaert of het ijzingwekkende van Vargas.